Uitspraak · Ambtenarenrecht

Rechtbank Noord-Holland, 14 juli 2025

ECLI:NL:RBNHO:2025:15996Zaaknummer HAA 25/2821

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
14 juli 2025
Publicatiedatum
15 april 2026
Zaaknummer
HAA 25/2821
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Ambtenarenrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Zittingsplaats
Haarlem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Strafontslag. Voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken spoedeisend belang.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.R. ten Berge, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.H. Bosveld, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 14 juli 2025.

griffiervoorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [verzoekster] , uit [verzoekster] , verzoekster
  2. Samenvatting
  3. Procesverloop
  4. Beoordeling door de voorzieningenrechter
  5. Beslissing
  6. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 25/2821

uitspraak van de voorzieningenrechter van 14 juli 2025 in de zaak tussen

[verzoekster] , uit [verzoekster] , verzoekster

(gemachtigde: mr. D.C. Coppens),

en

Het dagelijks bestuur van Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland, de veiligheidsregio

(gemachtigde: mr. J.H. Huizinga).

Samenvatting

1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over het (straf)ontslag van verzoekster. Verzoekster is het hier niet mee eens. Zij verzoekt daarom om een voorlopige voorziening en voert daartoe een aantal gronden aan. De voorzieningenrechter beoordeelt bij de vraag of zij een voorlopige voorziening zal treffen of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft. Dat kan een reden zijn om het bestreden besluit te schorsen. Deze vraag beantwoordt zij aan de hand van de gronden van verzoekster.

1.1.

De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af, omdat niet is gebleken van een spoedeisend belang. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

Procesverloop

2. Met het bestreden besluit van 20 mei 2025 heeft de veiligheidsregio verzoekster strafontslag opgelegd en subsidiair ontslag te verlenen wegens het verstrekken van onjuiste gegevens in verband met indiensttreding.

3. Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.

3.1.

De veiligheidsregio heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift.

3.2.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 30 juni 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster, de gemachtigde van verzoekster en de gemachtigde van de veiligheidsregio. Tevens waren aanwezig [naam 1] en [naam 2], beiden werkzaam bij de veiligheidsregio.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

4. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) alleen een voorlopige voorziening als “onverwijlde spoed” dat vereist.

Heeft verzoekster een spoedeisend belang?

5. Verzoekster stelt dat zij een spoedeisend belang heeft, omdat zij in financiële problemen dreigt te komen. Volgens verzoekster is dat evident, omdat zij geen inkomen heeft. Ter zitting is toegelicht dat zij de vaste lasten tot nu toe heeft kunnen betalen, maar dat uitgaande van een behandelingsduur van meer dan twee maanden van het bezwaar zij wel in financiële moeilijkheden zal geraken.

6. De voorzieningenrechter is van oordeel dat uit het dossier en de door verzoekster verstrekte toelichting niet blijkt van een zodanige financiële noodsituatie dat er hangende bezwaar nu een voorziening moet worden getroffen. De enkele stelling dat het evident is dat eiseres nu geen inkomen heeft, is onvoldoende. Niet is gebleken van schulden of achterstanden in betalingen. De voorzieningenrechter betrekt hierbij ook dat verzoekster over de maanden maart en april 2025 naast haar salaris van de veiligheidsregio nog salaris ontving van haar eerdere werkgever IBM, waardoor aannemelijk is dat verzoekster nog enige reserve heeft.

Is het bestreden besluit evident onrechtmatig?

7. In een situatie zoals deze, waarin wordt geoordeeld dat verzoekster geen spoedeisend belang heeft, kan de gevraagde voorziening alleen nog worden getroffen als het bestreden besluit ‘evident onrechtmatig’ is. Met evident onrechtmatig wordt bedoeld dat zonder diepgaand onderzoek naar de relevante feiten en/of het recht zeer ernstig moet worden betwijfeld of het door verweerder ingenomen standpunt juist is en of het besluit in de bodemprocedure in stand zal blijven.

8. De voorzieningenrechter overweegt dat het in deze zaak niet gaat om een situatie waarin al gelijk duidelijk is dat het bestreden besluit geen stand zal houden. Het staat dus niet op voorhand vast dat het bezwaar zal slagen. Het gaat hierbij niet alleen om het primair opgelegde strafontslag, maar ook om het subsidiair opgelegde ontslag wegens het verstrekken van onjuiste gegevens in verband met indiensttreding. Verzoekster heeft bezwaren naar voren gebracht en verweerder zal hierop moeten reageren in een beslissing op bezwaar. Verder is ook niet gebleken van dusdanige zwaarwegende belangen dat toch een voorziening moet worden getroffen.

Conclusie

9. Al het hiervoor vermelde leidt tot de conclusie dat het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.R. ten Berge, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.H. Bosveld, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 14 juli 2025.

griffiervoorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.