Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Noord-Holland, 31 december 2025

ECLI:NL:RBNHO:2025:15935Zaaknummer 11356005

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
31 december 2025
Publicatiedatum
9 juni 2026
Zaaknummer
11356005
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Bodemzaak
Zittingsplaats
Haarlem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

De passagier is met meer dan 24 uur vertraging op de eindbestemming aangekomen. Er waren eerdere alternatieven beschikbaar. Het had op de weg van de vervoerder gelegen om deze alternatieven actief aan te bieden.

5. De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

veroordeelt de vervoerder tot betaling aan Airhelp van € 250,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 6 augustus 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;

5.2.

veroordeelt de vervoerder in de proceskosten van € 365,97, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als de vervoerder niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;

5.3.

veroordeelt de vervoerder tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;

5.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het procesverloop
  2. 2 Feiten
  3. 4 De beoordeling

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 11356005 \ CV EXPL 24-7316

Uitspraakdatum: 31 december 2025

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

de rechtspersoon naar buitenlands recht

AirHelp Germany GmbH gevestigd te Berlijn (Duitsland)

eiseres

hierna te noemen: Airhelp

gemachtigde: mr. D.E. Lof

tegen

de rechtspersoon naar buitenlands recht

EasyJet Airline Company Limited gevestigd te Londen Luton (Verenigd Koninkrijk)

hierna te noemen: de vervoerder

gemachtigde: mr. J. Kumar

1 Het procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding:

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek;

- de conclusie van dupliek;- de akte eiser.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 Feiten

2.1.

[betrokkene] (hierna: de passagier) heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hem op 6 augustus 2023 vervoeren van Edinburgh (Schotland) naar Amsterdam, met vlucht U2 3304 (hierna: de vlucht).

2.2.

De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd.

2.3.

De passagier heeft zijn vermeende vorderingsrecht overgedragen aan Airhelp.

2.4.

Airhelp heeft compensatie van de vervoerder gevorderd.

2.5.

De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3. Het geschil

3.1.

Airhelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 250,00, te vermeerderen met de wettelijke rente; - de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.

3.2.

Airhelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). Airhelp stelt dat de vervoerder vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,00 (artikel 7 van de Verordening).

3.3.

De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

4.2.

De vervoerder heeft een beroep op buitengewone omstandigheden gedaan. De kantonrechter overweegt dat wat daar ook van zij, niet is gebleken dat de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging op de eindbestemming te voorkomen dan wel te beperken. Het is vaste rechtspraak dat indien passagiers met een door de vervoerder zelf uitgevoerde alternatieve vlucht de dag[_ebed7622-4397-4887-a0ef-fd68bbb39d96] na de oorspronkelijk vastgestelde dag aankomen, dit in beginsel geen redelijke maatregel vormt.[_86b9f98b-e8e3-437a-a8b0-ae26f62cdea8]

4.3.

De passagier is omgeboekt naar een ochtendvlucht van 8 augustus 2023. Het is in een dergelijk geval aan de vervoerder om voldoende aannemelijk te maken dat er geen enkele andere mogelijkheid voor een rechtstreekse of indirecte alternatieve vlucht bestond met een door hemzelf of door een andere luchtvaartmaatschappij uitgevoerde vlucht die op een minder laat tijdstip aankwam. De vervoerder heeft erkend dat er op 7 augustus 2023 door andere luchtvaartmaatschappijen diverse vluchten van Edinburgh naar Amsterdam werden uitgevoerd die op een eerder tijdstip aankwamen dan de aangeboden vlucht. Het had op de weg van de vervoerder gelegen om deze alternatieven actief aan te bieden. Gesteld noch gebleken is dat de vervoerder aan deze verplichting heeft voldaan. Zodoende is de kantonrechter van oordeel dat de vervoerder er niet in is geslaagd om voldoende aannemelijk te maken dat de passagier een redelijk alternatief aangeboden heeft gekregen.

4.4.

Het voorgaande betekent dat ook indien op enig moment vast zou komen vast te staan dat sprake was van een buitengewone omstandigheid, de vervoerder gehouden is de compensatie te betalen. Het verzoek tot betaling van de hoofdsom (en de wettelijke rente daarover) zal dan ook worden toegewezen.

4.5.

De vervoerder is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Airhelp worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding€135,97
- griffierecht€130,00
- salaris gemachtigde€80,00(2 punten × € 40,00)
- nakosten€20,00(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal€365,97

5. De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

veroordeelt de vervoerder tot betaling aan Airhelp van € 250,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 6 augustus 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;

5.2.

veroordeelt de vervoerder in de proceskosten van € 365,97, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als de vervoerder niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;

5.3.

veroordeelt de vervoerder tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;

5.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.