Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Noord-Holland, 21 augustus 2025

ECLI:NL:RBNHO:2025:15841Zaaknummer 368664 HARK 25-121

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
21 augustus 2025
Publicatiedatum
29 januari 2026
Zaaknummer
368664 HARK 25-121
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Wraking
Zittingsplaats
Haarlem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Wrakingskamer. Verzoek niet-ontvankelijk. De hoofdzaak betreft een familiezaak. De wrakingskamer overweegt dat in een kort geding het voor een gedaagde niet verplicht is om zich te laten vertegenwoordigen door een advocaat, tenzij de gedaagde een tegenvordering indient. Dan is de gedaagde ook eisende partij en moet hij zich laten bijstaan door een advocaat. Verzoekster heeft in de hoofdzaken een eis in reconventie ingesteld, waardoor procesvertegenwoordiging voor haar verplicht is. In een wrakingsprocedure gelden dezelfde regels over procesvertegenwoordiging als in de procedure waarin het wrakingsverzoek is gedaan. Door de verplichte procesvertegenwoordiging in de hoofdzaken moet ook het wrakingsverzoek door een advocaat worden ingediend. Vaststaat dat het wrakingsverzoek niet (ook) is ondertekend door een advocaat. Verzoekster is in de gelegenheid gesteld dit verzuim te herstellen, maar heeft hiervan geen gebruik gemaakt. De wrakingskamer zal verzoekster in het wrakingsverzoek dan ook niet-ontvankelijk verklaren en komt daarom niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van het wrakingsverzoek.

3 Beslissing

De rechtbank verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek tot wraking.

Deze beslissing is gegeven door mr. C.A.M. van der Heijden, voorzitter, mr. A.J. Wolfs en mr. A.K. Korteweg, leden van de wrakingskamer, in tegenwoordigheid van mr. Y.S. Brouwer, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 21 augustus 2025.

griffier voorzitter

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Procesverloop
  2. 2 De beoordeling
  3. 3 Beslissing

beslissing

RECHTBANK

Wrakingskamer

zaaknummer / rekestnummer: 368664 HARK 25-121

Beslissing van 21 augustus 2025

op het verzoek tot wraking ingediend door:

[verzoekster],

wonende te Haarlem,

hierna: verzoekster.

Het verzoek is gericht tegen:

mr. M.A.J. Berkers,

hierna: de rechter.

1 Procesverloop

1.1.

Verzoekster heeft op 19 augustus 2025 schriftelijk de wraking verzocht van de rechter in de bij deze rechtbank, team familie en jeugd, locatie Haarlem aanhangige zaken met als zaaknummers 368257 KG ZA 25-514 en 368080 KGZA 25-503 (hierna: de hoofdzaken).

1.2.

De wrakingskamer heeft verzoekster bij e-mail van 20 augustus 2025 in de gelegenheid gesteld het verzoek tot wraking te laten ondertekenen door een advocaat. Het wrakingsverzoek is niet ondertekend door een advocaat.

2 De beoordeling

2.1.

In een kort geding is het voor een gedaagde niet verplicht zich te laten vertegenwoordigen door een advocaat, tenzij de gedaagde een tegenvordering (eis in reconventie) indient. Dan is de gedaagde ook eisende partij en moet hij zich laten bijstaan door een advocaat (verplichte procesvertegenwoordiging). Verzoekster heeft in de hoofdzaken een eis in reconventie ingesteld. In de hoofdzaken geldt dus verplichte procesvertegenwoordiging voor verzoekster.

2.2.

In een wrakingsprocedure gelden dezelfde regels over procesvertegenwoordiging als in de procedure waarin het wrakingsverzoek is gedaan. Door de verplichte procesvertegenwoordiging in de hoofdzaken moet ook het wrakingsverzoek door een advocaat worden ingediend.[_1e1e54fc-8b85-4b83-be09-8159c5aeaca3] Vaststaat dat het wrakingsverzoek niet (ook) is ondertekend door een advocaat.

2.3.

Bij e-mail van 20 augustus 2025 van de secretaris van de wrakingskamer is verzoekster in de gelegenheid gesteld om dit verzuim uiterlijk 21 augustus 2025 voor 12:00 uur te herstellen. Verder is zij geïnformeerd dat indien binnen de gestelde termijn geen door een advocaat ondertekend exemplaar van haar wrakingsverzoek op de griffie is ontvangen, haar verzoek niet in behandeling wordt genomen. Verzoekster heeft van de gelegenheid tot herstel geen gebruik gemaakt.

2.4.

De wrakingskamer zal verzoekster in het wrakingsverzoek dan ook niet-ontvankelijk verklaren. De wrakingskamer komt daarom niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van het wrakingsverzoek. Gelet daarop kan een mondelinge behandeling van het verzoek achterwege blijven.

3 Beslissing

De rechtbank verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek tot wraking.

Deze beslissing is gegeven door mr. C.A.M. van der Heijden, voorzitter, mr. A.J. Wolfs en mr. A.K. Korteweg, leden van de wrakingskamer, in tegenwoordigheid van mr. Y.S. Brouwer, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 21 augustus 2025.

griffier voorzitter

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.