Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Noord-Holland, 12 november 2025

ECLI:NL:RBNHO:2025:15622Zaaknummer 11360969 \ CV EXPL 24-7440

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
12 november 2025
Publicatiedatum
21 april 2026
Zaaknummer
11360969 \ CV EXPL 24-7440
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Bodemzaak
Zittingsplaats
Haarlem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Luchtvaart. Het verweer dat sprake is van buitengewone omstandigheden slaagt niet. De gevorderde compensatie is toewijsbaar.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

veroordeelt de vervoerder tot betaling aan AirHelp van € 250,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 28 juni 2024 tot aan de dag van voldoening;

5.2.

veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van AirHelp tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:

dagvaarding € 135,97;griffierecht € 130,00;salaris gemachtigde € 80,00;

te vermeerderen met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;

5.3.

veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 20,00 aan nakosten, voor zover AirHelp daadwerkelijk nakosten zal maken;

5.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het procesverloop
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het geschil
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 11360969 \ CV EXPL 24-7440

Uitspraakdatum: 12 november 2025

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

AirHelp Germany GmbH

gevestigd te Berlijn (Duitsland)

eiseres

hierna te noemen: AirHelp

gemachtigde: mr. D.E. Lof

tegen

de buitenlandse vennootschap

EasyJet Airline Company Limited

gevestigd te Luton (Verenigd Koninkrijk)

gedaagde

hierna te noemen: de vervoerder

gemachtigde: mr. J. Kumar

De zaak in het kort

AirHelp heeft van de vervoerder (onder meer) compensatie gevraagd voor een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Dit verweer slaagt niet. De gevorderde compensatie is toewijsbaar.

1 Het procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding:

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek;

- de conclusie van dupliek;- de akte eiser.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[betrokkene] (hierna: de passagier) heeft een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder hem op 28 juni 2024 moest vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Manchester International Airport, Manchester (Verenigd Koninkrijk), met vlucht U22164 (hierna: de vlucht).

2.2.

De vlucht is geannuleerd.

2.3.

De passagier heeft zijn vermeende vorderingsrecht middels cessie overgedragen aan AirHelp. AirHelp heeft compensatie van de vervoerder gevorderd. De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3 Het geschil

3.1.

AirHelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 250,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening; - de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.

3.2.

AirHelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). AirHelp stelt dat de vervoerder haar vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,00 (artikel 7 van de Verordening).

3.3.

De vervoerder voert verweer. Op het verweer wordt – voor zover van belang – bij de beoordeling van het geschil ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

4.2.

Vaststaat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.

4.3.

De vervoerder voert aan dat de vlucht zou worden uitgevoerd met een Airbus 320 met staartregistratie G-EZPE (hierna: het toestel). Het toestel stond de dag voor de vlucht (27 juni 2024) gepland om vlucht EZY2200 van Berlijn naar Manchester uit te voeren. Die vlucht is geannuleerd vanwege slottijden die werden afgegeven door de luchtverkeersleiding. Dit veroorzaakte een overschrijding van het nachtregime in Berlijn, welk nachtregime om 21:30 uur (UTC) ingaat. Als gevolg daarvan kon vlucht EZY2200 niet worden uitgevoerd en kon het toestel niet terugkeren naar Manchester om de volgende dag (28 juni 2024) de vlucht van Manchester naar Amsterdam en de vlucht in kwestie uit te voeren, aldus de vervoerder.

4.4.

Wat daar ook van zij, niet is gebleken waarom de voorgaande omstandigheden tot gevolg hadden dat de vlucht in kwestie moest worden geannuleerd. De vervoerder heeft enkel aangevoerd dat de annulering van vlucht EZY2200 op 27 juni 2024 ervoor heeft gezorgd dat het toestel niet op tijd in Manchester aankwam. Onduidelijk is echter waarom dit de annulering van de vlucht in kwestie tot gevolg heeft gehad. Te meer omdat de vervoerder zelf aanvoert dat er bemanningsbasissen beschikbaar zijn op de luchthaven van Amsterdam en de vervoerder niet heeft aangevoerd waarom inzetting van een van die bemanningsbasissen geen optie was. Een beroep op buitengewone omstandigheden slaagt daarom niet. De vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de annulering te voorkomen, kan onbeantwoord blijven.

4.5.

De kantonrechter zal de compensatie toewijzen, evenals de daarover gevorderde rente.

4.6.

De vervoerder zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. De gevorderde rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

veroordeelt de vervoerder tot betaling aan AirHelp van € 250,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 28 juni 2024 tot aan de dag van voldoening;

5.2.

veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van AirHelp tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:

dagvaarding € 135,97;griffierecht € 130,00;salaris gemachtigde € 80,00;

te vermeerderen met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;

5.3.

veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 20,00 aan nakosten, voor zover AirHelp daadwerkelijk nakosten zal maken;

5.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.