Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Noord-Holland, 10 september 2025

ECLI:NL:RBNHO:2025:15618Zaaknummer 11242373 \ CV EXPL 24-5451

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
10 september 2025
Publicatiedatum
21 april 2026
Zaaknummer
11242373 \ CV EXPL 24-5451
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Bodemzaak
Zittingsplaats
Haarlem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

De gevorderde compensatie is toewijsbaar. Het betoog van de vervoerder dat de passagier met minder dan drie uur vertraging is aangekomen op de eindbestemming, slaagt niet.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagier van € 400,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 6 augustus 2022 tot aan de dag van voldoening;

5.2.

veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagier tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:

dagvaarding € 135,97;griffierecht € 87,00;salaris gemachtigde € 164,00;

5.3.

veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 41,00 aan nakosten, voor zover de passagier daadwerkelijk nakosten zal maken;

5.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. S. Kleij, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het procesverloop
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het geschil
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 11242373 \ CV EXPL 24-5451

Uitspraakdatum: 10 september 2025

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

[eiser]

wonende te [plaats]

eiser

hierna te noemen: de passagier

gemachtigde: mr. B.W. Floris

tegen

de vennootschap naar buitenlands recht

Turistik Hava Tasimacilik Anonim Sirketi handelend onder de naam Corendon Airlines,

gevestigd te Badhoevedorp

gedaagde

hierna te noemen: de vervoerder

gemachtigde: mr. B.S. Friedberg

De zaak in het kort

De passagier heeft van de vervoerder (onder meer) compensatie gevraagd voor een meer dan drie uur vertraagde vlucht. De vervoerder betwist dat de vlucht met een vertraging van meer dan drie uur is aangekomen op de eindbestemming, zodat de passagier geen recht op compensatie toekomt. Dit betoog slaagt niet. De vordering wordt toegewezen.

1 Het procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding:

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek;

- de conclusie van dupliek.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

De passagier heeft een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder hem op 6 augustus 2022 moest vervoeren van Eindhoven naar Antalya (Turkije), met vlucht XC642 (hierna: de vlucht).

2.2.

De passagier is met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming. De passagier heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd. De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3 Het geschil

3.1.

De passagier vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 400,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag der incident tot aan de dag der algehele voldoening;- € 72,60 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten.

3.2.

Voorts verzoekt de passagier de kantonrechter om een certificaat af te geven zoals bedoeld in artikel 53 herziene EEX-Verordening 1215/2012 (Brussel I bis-Verordening).

3.3.

De passagier baseert zijn vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder hem vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,00 (artikel 7 van de Verordening).

3.4.

De vervoerder betwist dat de vlucht met een vertraging van meer dan drie uur is aangekomen op de eindbestemming, zodat de passagier geen recht op compensatie toekomt. De vervoerder concludeert tot niet-ontvankelijkheid van de passagier, dan wel tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van de passagier in de proceskosten.

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat zij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

4.2.

De vervoerder betwist dat de passagier met meer dan drie uur vertraging op de eindbestemming is aangekomen. De vlucht stond gepland te vertrekken om 09:05 uur. Ter onderbouwing legt de vervoerder een logboek van de piloot over, waaruit volgt dat de vlucht daadwerkelijk is vertrokken om 12:05 uur en aangekomen om 15:30 uur. Hieruit volgt volgens de vervoerder dat de passagier met een vertraging van minder dan drie uur op de eindbestemming is aangekomen. Dit betoog houdt geen stand. Niet alleen volgt uit de overgelegde stukken niet duidelijk wanneer de vlucht gepland stond aan te komen, zodat de kantonrechter niet kan oordelen of sprake is van een vertraging van meer of minder dan drie uur, ook heeft de passagier het betoog gemotiveerd weersproken. De passagier heeft ter onderbouwing verwezen naar de beschikbare gegevens van de vlucht op ‘www.flightradar24.nl’ en ‘www.flightera.net’, waaruit volgt dat de vlucht met een vertraging van meer dan drie uur is aangekomen op de eindbestemming. Dat de data genoemd op deze websites mogelijk fouten bevatten, zoals de vervoerder betoogt, leidt in dit geval niet tot een ander oordeel.

4.3.

De vervoerder heeft verder geen verweer gevoerd, zodat de vordering tot compensatie toewijsbaar is.

4.4.

De passagier heeft een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. De passagier heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten (en de daarover gevorderde rente) moet daarom worden afgewezen.

4.5.

De vervoerder zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagier worden gemaakt.

4.6.

De gevorderde afgifte van het certificaat ex artikel 53 Brussel I bis-Verordening wordt vooralsnog bij gebrek aan belang afgewezen.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagier van € 400,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 6 augustus 2022 tot aan de dag van voldoening;

5.2.

veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagier tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:

dagvaarding € 135,97;griffierecht € 87,00;salaris gemachtigde € 164,00;

5.3.

veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 41,00 aan nakosten, voor zover de passagier daadwerkelijk nakosten zal maken;

5.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. S. Kleij, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.