Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Noord-Holland, 31 december 2025

ECLI:NL:RBNHO:2025:15607Zaaknummer 11834971

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
31 december 2025
Publicatiedatum
21 april 2026
Zaaknummer
11834971
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Beschikking
Zittingsplaats
Haarlem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Luchtvaart; EPGV; de vervoerder heeft onvoldoende concreet gesteld en onderbouwd dat hij alle redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging van de passagiers op de eindbestemming te voorkomen of te beperken

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 [verzoeker 1], wonende te [plaats 1]
  2. 2. [verzoeker 2]
  3. 3. [verzoeker 3]
  4. 4. [verzoeker 4]
  5. 5. [verzoeker 5]
  6. 6. [verzoeker 6]
  7. 7. [verzoeker 7]
  8. 1 Het procesverloop
  9. 2 De feiten
  10. 3 Het geschil
  11. 4 De beoordeling

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 11834971 \ CV FORM 25-5231

Uitspraakdatum: 31 december 2025

Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:

1 [verzoeker 1], wonende te [plaats 1]

2. [verzoeker 2]

3. [verzoeker 3]

beiden wonende te [plaats 2]

4. [verzoeker 4]

5. [verzoeker 5]

6. [verzoeker 6]

7. [verzoeker 7]

allen wonende te [plaats 3]

8. [verzoeker 8]wonende te [plaats 4]

9. [verzoeker 9]wonende te [plaats 5]

verzoekende partij

verder te noemen: de passagiers

gemachtigde: mr. C.E. Dupain (ProBe-ASP B.V., handelend onder de naam Aviclaim)

tegen

de vennootschap naar buitenlands recht

easyJet Europe Airline GmbH

gevestigd te Wenen (Oostenrijk)

verwerende partij

verder te noemen: de vervoerder

gemachtigde: mr. B. Koolhaas (BK Legal)

1 Het procesverloop

Dit verloop blijkt uit:

  • het vorderingsformulier (formulier A);
  • het verweerschrift.

2 De feiten

2.1.

De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder hen op 19 oktober 2023 moest vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Ibiza Airport (Spanje), met vlucht EJU7891 (hierna: de vlucht).

2.2.

De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd.

2.3.

De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder verzocht.

2.4.

De vervoerder heeft niet uitbetaald.

2.5.

Passagier sub 7 heeft het vermeende vorderingsrecht van haar minderjarige kind [minderjarige] aan zichzelf gecedeerd.

3 Het geschil

3.1.

De passagiers verzoeken de vervoerder te veroordelen tot betaling van:

- € 4.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 oktober 2023 tot aan de dag der algehele voldoening; - € 525,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;- de proceskosten.

3.2.

De passagiers baseren hun verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,00 per passagier.[_a126f6a9-2337-4f62-87ee-13a8e4e799d5]

3.3.

De vervoerder voert verweer. Op zijn verweer wordt ingegaan bij de beoordeling.

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.

4.2.

Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als hij kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden, die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.[_b83ed7d7-fd7d-41a9-a629-da0ae997d7f0]

4.3.

De kantonrechter oordeelt dat wat er ook zij van eventuele buitengewone omstandigheden, de vervoerder onvoldoende concreet heeft gesteld en onderbouwd dat hij alle redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging van de passagiers op de eindbestemming te voorkomen of te beperken. Passagier onder sub 8

4.4.

De kantonrechter oordeelt dat de vervoerder, met de door hem overgelegde stukken en zijn toelichting daarop, voldoende heeft onderbouwd dat hij de passagier heeft omgeboekt op een (indirect) alternatief op 21 oktober 2023. Een dergelijke omboeking kwalificeert in beginsel niet als redelijke maatregel. Het had op de weg van de vervoerder gelegen om te stellen en te onderbouwen dat er geen sneller alternatief met plaats beschikbaar was.[_20f14b42-999e-4dff-9e14-bbb79ca1a375] Dit heeft hij echter nagelaten.

Passagiers onder sub 1 t/m 7 en sub 9

4.5.

De passagiers betwisten dat de vervoerder een alternatief reisplan heeft aangeboden. De vervoerder heeft hier tegenin gebracht dat zij per e-mail een link hebben ontvangen om een alternatieve vlucht te boeken. Bij gebrek aan nadere onderbouwing kan echter niet worden geoordeeld dat hij daadwerkelijk (redelijk) alternatief vervoer heeft aangeboden. Dat de vervoerder nog een schema met alternatieve vluchten heeft overgelegd, maakt dit niet anders. Deze vluchten vlogen namelijk niet naar Ibiza, maar naar Amsterdam. Het feit dat de passagiers (wegens het gebrek aan redelijke alternatieven) om terugbetaling van de door hen betaalde ticketkosten hebben verzocht en dat deze kosten vervolgens zijn voldaan, staat niet aan het recht op compensatie in de weg.

4.6.

Gelet op het voorgaande kan de vervoerder niet worden ontslagen van zijn verplichting om de gedupeerde passagiers te compenseren. De door de passagiers verzochte compensatie zal daarom worden toegewezen. De over dit bedrag verzochte wettelijke rente is als onvoldoende gemotiveerd weersproken eveneens toewijsbaar.

4.7.

De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten verzocht. De vervoerder heeft dit verzoek (gemotiveerd) betwist. Het verzoek heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. Daarom zal de kantonrechter de vraag of deze kosten verschuldigd zijn toetsen aan de eisen zoals deze zijn geformuleerd in het rapport Voorwerk II. Voldoende aannemelijk is gemaakt dat de passagiers buitengerechtelijke werkzaamheden hebben laten verrichten en dat hiervoor kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven zoals vervat in het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II, omdat de tarieven neergelegd in voornoemd Besluit worden geacht redelijk te zijn. Het verzochte bedrag is niet hoger dan het volgens het Besluit berekende tarief. De verzochte buitengerechtelijke incassokosten zullen daarom worden toegewezen.

4.8.

De vervoerder zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Daarbij wordt de vervoerder ook veroordeeld tot betaling van nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de passagiers worden gemaakt.

4.9.

Op verzoek van de passagiers zal een certificaat aan deze beschikking worden gehecht.[_0e31b353-ab89-4de2-a2ca-fba512006e68]5. De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 4.525,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 4.000,00 vanaf 19 oktober 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening;

5.2.

veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op € 257,00 aan griffierecht en € 271,00 aan salaris gemachtigde;

5.3.

veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 135,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt.

Deze beschikking is gegeven door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en op bovengenoemde datumin het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.