Uitspraak · Verbintenissenrecht
Rechtbank Noord-Holland, 31 december 2025
ECLI:NL:RBNHO:2025:15602Zaaknummer 11766604 \ CV FORM 25-4090
- Instantie
- Rechtbank Noord-Holland
- Datum uitspraak
- 31 december 2025
- Publicatiedatum
- 21 april 2026
- Zaaknummer
- 11766604 \ CV FORM 25-4090
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Verbintenissenrecht
- Procedure
- Beschikking
- Zittingsplaats
- Haarlem
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Luchtvaart. EPGV. De passagier heeft compensatie van de vervoerder verzocht voor een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de annulering van de vlucht het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Hij heeft echter onvoldoende concreet gesteld en onderbouwd dat hij na de annulering alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging van de passagier te beperken omdat niet vast staat dat hij de passagier niet om had kunnen boeken naar een eerdere alternatieve vlucht naar de eindbestemming. Het verzoek wordt toegewezen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11766604 \ CV FORM 25-4090
Uitspraakdatum: 31 december 2025
Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:
[verzoeker] wonende te [plaats]
verzoekende partij
verder te noemen: de passagier
gemachtigde: ProBe-ASP B.V., handelende onder de naam Aviclaim
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
EasyJet Europe Airline GmbH
gevestigd te Wenen, Oostenrijk
verwerende partij
verder te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. B. Koolhaas (BK Legal)
De zaak in het kort
De passagier heeft compensatie van de vervoerder verzocht voor een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de annulering van de vlucht het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Hij heeft echter onvoldoende concreet gesteld en onderbouwd dat hij na de annulering alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging van de passagier te beperken omdat niet vast staat dat hij de passagier niet om had kunnen boeken naar een eerdere alternatieve vlucht naar de eindbestemming. Het verzoek wordt toegewezen.
1 Het procesverloop
Dit verloop blijkt uit:
- het vorderingsformulier (formulier A);
- het verweerschrift.
2 De feiten
De passagier heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hem op 25 juli 2023 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Venetië, Italië, met vlucht EC4072 dan wel EZY4072 (hierna: de vlucht).
De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd.
De passagier heeft daarom compensatie van de vervoerder verzocht.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3 Het geschil
De passagier verzoekt de vervoerder te veroordelen tot betaling van:
- € 250,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 juli 2023 tot aan de dag der algehele voldoening; - € 40,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;- de proceskosten.
De passagier baseert zijn verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder hem vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,-.[_5714a849-fac1-4fa6-8be5-a9d61fe15936]
De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de annulering van de vlucht het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden.[_24834f4b-fb4e-49ae-8456-b98253e2bead]
4 De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.
De kantonrechter oordeelt dat, wat er ook zij van eventuele buitengewone omstandigheden, de vervoerder onvoldoende concreet heeft gesteld en onderbouwd dat hij alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging vanwege de annulering te voorkomen en te beperken.
De passagier heeft dit in het vorderingsformulier namelijk betwist. Hij voert aan dat de vervoerder de vertraging na de annulering had kunnen beperken door hem om te boeken naar een eerdere alternatieve vlucht. Nu is hij met bijna 24 uur vertraging op de eindbestemming aangekomen.
Weliswaar stelt de vervoerder dat er geen alternatieve vluchten van hemzelf beschikbaar waren en dat hij de passagier daarom heeft omgeboekt op een alternatief van KLM dat de volgende dag werd uitgevoerd, maar daaruit blijkt naar het oordeel van de kantonrechter niet zonder meer dat dit de snelste mogelijkheid was. Uit het door de vervoerder overgelegde overzicht met andere vluchten volgt dat er op de dag van het aangeboden alternatief nog drie eerdere vluchten door KLM op dit traject werden uitgevoerd. De vervoerder heeft niet gesteld dat hierop geen plaats was of dat het anderszins niet mogelijk was om de passagier hier naar om te boeken. Vanwege de betwisting door de passagier had het wel op zijn weg gelegen om zijn betoog op dit punt nader te onderbouwen. Bij deze stand van zaken kan niet worden geoordeeld dat de passagier is omgeboekt naar het snelste alternatief. Daarom heeft de vervoerder niet alle redelijke maatregelen getroffen om de vertraging na de annulering te beperken.
Dit betekent dat, ongeacht of de annulering van de vlucht het gevolg was van buitengewone omstandigheden, de vervoerder moet compenseren. De verzochte hoofdsom zal worden toegewezen. De wettelijke rente over de hoofdsom is als anderszins onweersproken eveneens toewijsbaar.
De passagier heeft een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten verzocht. De vervoerder heeft dit verzoek (gemotiveerd) betwist. Omdat het onderhavige verzoek geen betrekking heeft op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is, zal de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn toetsen aan de eisen zoals deze zijn geformuleerd in het rapport Voorwerk II. De passagier heeft voldoende onderbouwd dat buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht en dat hiervoor door de passagier kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven zoals vervat in het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II, omdat de tarieven neergelegd in voornoemd Besluit worden geacht redelijk te zijn. Omdat het verzochte bedrag niet hoger is dan het volgens het Besluit berekende tarief, zullen de verzochte buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen.
De proceskosten komen voor rekening van de vervoerder omdat deze ongelijk krijgt. Ook de nakosten kunnen worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagier worden gemaakt.
Op verzoek van de passagier zal een certificaat aan deze beschikking worden gehecht.[_4f7691f1-95f7-45ba-ac8b-18676ad7445a]
5 De beslissingDe kantonrechter:
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagier van € 290,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 250,00 vanaf 25 juli 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening;
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagier tot en met vandaag worden begroot op € 90,00 aan griffierecht en € 82,00 aan salaris gemachtigde,
en veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 41,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagier worden gemaakt.
Deze beschikking is gegeven door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.