Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Noord-Holland, 24 december 2025

ECLI:NL:RBNHO:2025:15591Zaaknummer 11733308 \ CV EXPL 25-3477

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
24 december 2025
Publicatiedatum
19 januari 2026
Zaaknummer
11733308 \ CV EXPL 25-3477
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Verstek
Zittingsplaats
Haarlem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Ambtshalve toetsing. Verstek. Eindvonnis na akte. Prijsbeding is transparant. Kantonrechter blijft bij voornemen vernietiging incassokostenbeding vanwege oneerlijkheid. Rentebeding getoetst en niet oneerlijk bevonden.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 825,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 19 mei 2025 tot aan de dag van de gehele betaling;

3.2.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:

dagvaarding € 120,21;

griffierecht € 340,00;

salaris gemachtigde € 135,00;

3.3.

verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

3.4.

wijst de vordering voor het overige af.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De verdere procedure
  2. 2 De verdere beoordeling
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 11733308 \ CV EXPL 25-3477

Uitspraakdatum: 24 december 2025

Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:

Elysee Netherlands B.V.

te Amsterdam

de eisende partij

gemachtigde: M.P.A. Roelands

tegen

[gedaagde]

te [plaats]

de gedaagde partij

niet verschenen

1 De verdere procedure

1.1.

Bij tussenvonnis van 3 september 2025 is de eisende partij in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over de totstandkoming van de prijs van de overeenkomst en over het in het tussenvonnis gegeven voorlopige oordeel over de oneerlijkheid van een beding in de algemene voorwaarden. Ter uitvoering van het tussenvonnis heeft de eisende partij een akte genomen.

2 De verdere beoordeling

Het prijsbeding

2.1.

Uit de akte blijkt dat de eisende partij vóór het sluiten van de overeenkomst een prijsopgave aan de gedaagde partij heeft verstrekt met daarin vermeld een ‘vaste’ maandprijs. Daarmee is sprake van een transparant prijsbeding, zodat dit niet ambtshalve door de kantonrechter wordt getoetst op oneerlijkheid.

De algemene voorwaarden

2.2.

De eisende partij heeft zich in de akte gerefereerd aan het in het tussenvonnis gegeven voorlopige oneerlijkheid over het incassokostenbeding in artikel 10 lid 2 van de algemene voorwaarden. De kantonrechter ziet geen reden om daar nu anders over te denken en vernietigt dit beding. Dit betekent dat de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen.

2.3.

In artikel 9 lid 2 van de algemene voorwaarden staat een prijswijzigingsbeding. Uit de stukken blijkt dat de eisende partij de prijs gedurende de looptijd van de overeenkomst niet heeft gewijzigd, zodat dit beding geen verband houdt met de onderhavige vordering. Daarom zal de kantonrechter dit beding niet toetsen op (on)eerlijkheid.

2.4.

Het rentebeding in artikel 10 lid 1 van de algemene voorwaarden is door de kantonrechter getoetst en niet oneerlijk bevonden.

Wat is toewijsbaar?

2.5.

De eisende partij heeft een bedrag aan vervallen wettelijke rente gevorderd. Zij heeft echter niet toegelicht over welke periode deze rente is berekend en waarom. De kantonrechter kan daardoor niet beoordelen of er een grondslag voor deze vordering bestaat. Daarom wordt dit onderdeel van de vordering afgewezen. De wettelijke rente zal worden toegewezen vanaf de datum van de dagvaarding.

2.6.

De gevorderde hoofdsom wordt toegewezen, omdat deze vordering de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt.

Conclusie en proceskosten

2.7.

De vordering wordt (grotendeels) toegewezen.

2.8.

De gedaagde partij wordt (overwegend) in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten voor de genomen akte blijven echter voor rekening van de eisende partij, omdat het aan haarzelf te wijten is dat het nodig was deze akte op te stellen.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 825,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 19 mei 2025 tot aan de dag van de gehele betaling;

3.2.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:

dagvaarding € 120,21;

griffierecht € 340,00;

salaris gemachtigde € 135,00;

3.3.

verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

3.4.

wijst de vordering voor het overige af.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.