Uitspraak · Verbintenissenrecht
Rechtbank Noord-Holland, 3 december 2025
ECLI:NL:RBNHO:2025:14923Zaaknummer 11300261
- Instantie
- Rechtbank Noord-Holland
- Datum uitspraak
- 3 december 2025
- Publicatiedatum
- 9 april 2026
- Zaaknummer
- 11300261
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Verbintenissenrecht
- Procedure
- Bodemzaak
- Zittingsplaats
- Haarlem
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Luchtvaart; verzet ongegrond; de enkele, niet onderbouwde stelling van de vervoerder dat er bij een annulering altijd een alternatieve vlucht wordt aangeboden, is onvoldoende om vast te stellen dat hij aan zijn verplichtingen op grond van de Verordening heeft voldaan
5 De beslissing
De kantonrechter:
verklaart het verzet ongegrond en bekrachtigt het verstekvonnis van 3 juli 2024 in de zaak met zaaknummer 11072500 \ CV EXPL 24-2610;
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die tot en met vandaag voor de passagiers worden vastgesteld op een bedrag van € 339,00 aan salaris van de gemachtigde van de passagiers;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
- 1 [gedaagde 1]
- 2. [gedaagde 2]
- 3. [gedaagde 3]
- 5. [gedaagde 5]
- 6. [gedaagde 6]
- 7. [gedaagde 7]
- 8. [gedaagde 8]
- 9. [gedaagde 9]
- 13. [gedaagde 13]
- 14. [gedaagde 14]
- 15. [gedaagde 15]
- 16. [gedaagde 16]
- 20. [gedaagde 20]
- 21. [gedaagde 21]
- 22. [gedaagde 22]
- 23. [gedaagde 23]
- 24. [gedaagde 24]
- 25. [gedaagde 25]
- 26. [gedaagde 26]
- 28. [gedaagde 28]
- 29. [gedaagde 29]
- 1 Het procesverloop
- 2 De feiten
- 3 Het geschil
- 4 De beoordeling
- 5 De beslissing
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11300261 \ CV EXPL 24-6355
Uitspraakdatum: 3 december 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de rechtspersoon naar buitenlands recht
easyJet Airline Company Limited
gevestigd te Luton (Verenigd Koninkrijk)
eiseres in het verzet
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. B. Koolhaas (BK Legal)
tegen
1 [gedaagde 1]
2. [gedaagde 2]
3. [gedaagde 3]
allen wonende te [plaats 1]
4. [gedaagde 4]wonende te [plaats 2]
5. [gedaagde 5]
6. [gedaagde 6]
7. [gedaagde 7]
8. [gedaagde 8]
9. [gedaagde 9]
allen wonende te [plaats 1]
10. [gedaagde 10]wonende te [plaats 3]
11. [gedaagde 11]wonende te [plaats 4]
12. [gedaagde 12]wonende te [plaats 5]
13. [gedaagde 13]
14. [gedaagde 14]
15. [gedaagde 15]
16. [gedaagde 16]
allen wonende te [plaats 1]
17. [gedaagde 17]wonende te [plaats 6]
18. [gedaagde 18]wonende te [plaats 1]
19. [gedaagde 19]wonende te [plaats 2]
20. [gedaagde 20]
21. [gedaagde 21]
22. [gedaagde 22]
23. [gedaagde 23]
24. [gedaagde 24]
25. [gedaagde 25]
26. [gedaagde 26]
allen wonende te [plaats 1]
27. [gedaagde 27]wonende te [plaats 7]
28. [gedaagde 28]
29. [gedaagde 29]
beiden wonende te [plaats 1]
30. [gedaagde 30]wonende te [plaats 8] gedaagden in het verzet
hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers
gemachtigde: mr. R. Bos (ProBe-ASP B.V., handelend onder de naam Aviclaim)
1 Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- het verstekvonnis van 3 juli 2024;
- de verzetdagvaarding(en)
- de conclusie van antwoord in oppositie;
- de conclusie van repliek in oppositie.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder hen op 22 april 2022 moest vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Turnhouse Airport (Schotland), met vlucht EZY6926 (hierna: de vlucht).
De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd.
De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3 Het geschil
De passagiers hebben bij de inleidende dagvaarding gevorderd dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 7.500,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van annulering van de vlucht, althans vanaf de datum van de ingebrekestelling dan wel vanaf de datum van betekening van de dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;- € 750,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
De passagiers hebben hun vordering gebaseerd op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,00 per passagier.[_7f0d4f92-7490-4b34-b72d-2494fecd8beb]
De vervoerder is door de kantonrechter bij verstek veroordeeld tot betaling van het gevorderde.
De vervoerder vordert, in de verzetdagvaarding, de vervoerder te ontheffen van de veroordeling die in het verstekvonnis van 3 juli 2024 is uitgesproken, de vorderingen van de passagiers af te wijzen, met veroordeling van de passagiers, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, in de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
Daartoe voert de vervoerder aan dat sprake was van (doorwerking van) buitengewone omstandigheden, die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.
4 De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
De kantonrechter is van oordeel dat wat er ook zij van eventuele buitengewone omstandigheden, niet is gebleken dat de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging op de eindbestemming als gevolg van de annulering te voorkomen of te beperken. De enkele, niet onderbouwde stelling van de vervoerder dat er bij een annulering altijd een alternatieve vlucht wordt aangeboden, is onvoldoende om vast te stellen dat hij aan zijn verplichtingen op grond van de Verordening heeft voldaan. Gelet op het voorgaande kan de vervoerder niet worden ontslagen van zijn verplichting om de gedupeerde passagiers te compenseren.
De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vervoerder heeft dit (gemotiveerd) betwist. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. Voldoende aannemelijk is gemaakt dat de passagiers buitengerechtelijke werkzaamheden hebben laten verrichten en dat hiervoor kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven uit het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II; de tarieven neergelegd in het Besluit worden geacht redelijk te zijn. Omdat het gevorderde bedrag niet hoger is dan het volgens het Besluit berekende tarief, zullen de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen.
De conclusie is dat het verzet ongegrond is. Het verstekvonnis kan daarom in stand blijven.
De vervoerder zal als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld worden in de kosten van de verzetprocedure.
5 De beslissing
De kantonrechter:
verklaart het verzet ongegrond en bekrachtigt het verstekvonnis van 3 juli 2024 in de zaak met zaaknummer 11072500 \ CV EXPL 24-2610;
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die tot en met vandaag voor de passagiers worden vastgesteld op een bedrag van € 339,00 aan salaris van de gemachtigde van de passagiers;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.