Uitspraak · Verbintenissenrecht
Rechtbank Noord-Holland, 3 december 2025
ECLI:NL:RBNHO:2025:14200Zaaknummer 11843004 \ CV FORM 25-5383
- Instantie
- Rechtbank Noord-Holland
- Datum uitspraak
- 3 december 2025
- Publicatiedatum
- 17 maart 2026
- Zaaknummer
- 11843004 \ CV FORM 25-5383
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Verbintenissenrecht
- Procedure
- Beschikking
- Zittingsplaats
- Haarlem
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Luchtvaart. EPGV. De passagiers hebben compensatie van de vervoerder verzocht vanwege een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Volgens hem moest de vlucht geannuleerd worden omdat het personeel van een vlucht die na de vlucht in kwestie zou worden uitgevoerd, uit de uren dreigde te lopen. Dat levert echter geen buitengewone omstandigheid voor de vlucht in kwestie op. Daarom wordt het verzoek van de passagiers toegewezen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11843004 \ CV FORM 25-5383
Uitspraakdatum: 3 december 2025
Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:
1 [eiser 1]
2. [eiser 2] beiden wonende te [plaats 1]
3. [eiser 3] 4. [eiser 4] beiden wonende te [plaats 2] verzoekende partijen
verder te noemen: de passagiers
gemachtigde: ProBe-ASP B.V., handelende onder de naam Aviclaim
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
EasyJet Europe Airline GmbH
gevestigd te Wenen, Oostenrijk
verwerende partij
verder te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. B. Koolhaas (BK Legal)
De zaak in het kort
De passagiers hebben compensatie van de vervoerder verzocht vanwege een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Volgens hem moest de vlucht geannuleerd worden omdat het personeel van een vlucht die na de vlucht in kwestie zou worden uitgevoerd, uit de uren dreigde te lopen. Dat levert echter geen buitengewone omstandigheid voor de vlucht in kwestie op. Daarom wordt het verzoek van de passagiers toegewezen.
1 Het procesverloop
Dit verloop blijkt uit:
- het vorderingsformulier (formulier A);
- het verweerschrift.
2 De feiten
De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen, de twee kinderen van passagiers sub 1 en sub 2 en de drie kinderen van passagiers sub 3 en 4 op 19 oktober 2023 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Ibiza, Spanje, met vlucht EC7891 dan wel EZY7891 (hierna: de vlucht).
De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd.
De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder verzocht.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
De passagiers hebben de eventuele vorderingsrechten van hun minderjarige kinderen aan zichzelf overgedragen.
3 Het geschil
De passagiers verzoeken de vervoerder te veroordelen tot betaling van:
- € 3.600,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 oktober 2023 tot aan de dag der algehele voldoening; - € 485,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;- de proceskosten.
De passagiers baseren het verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,- per persoon.[_bfe62878-9152-47f3-94d8-6f41b03f3158]
De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de annulering van de vlucht het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden.[_8786d76b-d217-40c4-bc4a-233d4f3add2c]
4 De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.
Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de annulering van de vlucht het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. Volgens vaste rechtspraak van het Hof is een omstandigheid buitengewoon als deze niet inherent is aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en hij daar ook geen invloed op kon uitoefenen.[_777e0657-43c0-4ad2-a044-51982b3885e7]
De vervoerder voert aan dat de vlucht in kwestie onderdeel was van de rotatievluchten Amsterdam – Zürich – Amsterdam – Ibiza – Amsterdam (vluchtnummers EJU7861, EJU9046, EJU7891 en EJU7892). Vlucht EJU7861 stond oorspronkelijk gepland om van Amsterdam naar Bazel te vliegen, maar werd omgeleid naar Zürich vanwege een bommelding. Vervolgens kreeg vlucht EJU9046 van Zürich naar Amsterdam een latere vertrektijd opgelegd door de luchtverkeersleiding, waardoor vlucht EJU9046 met een vertraging van 1 uur en 5 minuten werd uitgevoerd. Daardoor kon de bemanning de vlucht in kwestie en de retourvlucht EJU7892 van Ibiza naar Amsterdam niet afmaken zonder (op de laatste vlucht) de wettelijke werktijden te overschrijden. Daarop heeft de vervoerder besloten zowel de vlucht in kwestie als de retourvlucht EJU7892 te annuleren. Ter onderbouwing verwijst de vervoerder onder meer naar vluchtrapporten.
Het verweer van de vervoerder slaagt niet. Naar het oordeel van de kantonrechter kan bij de beoordeling in het midden blijven of de vertraging van de voorgaande vluchten het gevolg was van buitengewone omstandigheden. De vervoerder heeft namelijk onvoldoende concreet gesteld en onderbouwd dat hem door deze vertraging geen andere optie restte dan de vlucht in kwestie te annuleren. Weliswaar stelt de vervoerder dat de bemanning anders ‘uit de uren zou lopen’, maar dat gold alleen voor de latere vlucht EJU7892 van Ibiza naar Amsterdam en dus niet voor de vlucht in kwestie. Hij heeft in het geheel niet gesteld waarom het niet mogelijk was om de vlucht in kwestie alsnog, zij het met vertraging, uit te voeren. Bij deze stand van zaken kan daarom niet worden geoordeeld dat de vervoerder geen invloed had op de annulering van de vlucht in kwestie en daarmee evenmin dat deze het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Wellicht heeft de vervoerder keuzes gemaakt die vanuit het oogpunt van de onderneming het meest gunstig waren, maar dit ontslaat hem niet van zijn verplichting om gedupeerde passagiers te compenseren. Het verzoek zal worden toegewezen. De verzochte wettelijke rente over de hoofdsom is als anderszins onbetwist eveneens toewijsbaar.
De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten verzocht. De vervoerder heeft dit verzoek (gemotiveerd) betwist. Omdat het onderhavige verzoek geen betrekking heeft op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is, zal de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn toetsen aan de eisen zoals deze zijn geformuleerd in het rapport Voorwerk II. De passagiers hebben voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht en dat hiervoor door de passagiers kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven zoals vervat in het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II, omdat de tarieven neergelegd in voornoemd Besluit worden geacht redelijk te zijn. Omdat het verzochte bedrag niet hoger is dan het volgens het Besluit berekende tarief, zullen de verzochte buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen.
De proceskosten komen voor rekening van de vervoerder omdat deze ongelijk krijgt. Ook de nakosten kunnen worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt.
Op verzoek van de passagiers zal een certificaat aan deze beschikking worden gehecht.[_37f88028-6544-49b5-b145-009c0abf297e]
5 De beslissingDe kantonrechter:
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 4.085,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 3.600,00 vanaf 19 oktober 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening;
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op € 257,00 aan griffierecht en € 271,00 aan salaris gemachtigde,
en veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 135,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt.
Deze beschikking is gegeven door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.