Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Noord-Holland, 15 januari 2025

ECLI:NL:RBNHO:2025:1419Zaaknummer 9733406 \ CV EXPL 22-1425

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
15 januari 2025
Publicatiedatum
24 februari 2025
Zaaknummer
9733406 \ CV EXPL 22-1425
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Bodemzaak, Verstek
Zittingsplaats
Haarlem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

ambtshalve toetsing kostenbeding advocatendeclaratie

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt de gedaagde partijen hoofdelijk, dat wil zeggen dat als de ene partij betaalt de ander zal zijn bevrijd, tot betaling aan de eisende partij van € 1.625,33, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding tot aan de dag van de volledige betaling;

3.2.

veroordeelt de gedaagde partijen hoofdelijk, zoals hiervoor vermeld, tot betaling van de proceskosten en de nakosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:

dagvaarding € 108,95

griffierecht € 244,00

salaris gemachtigde € 204,00

nakosten € 102,00;

3.3.

verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

3.4.

wijst de vordering voor het overige af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Woerdman en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 [gedaagde 1]
  2. 1 De verdere procedure
  3. 2 De verdere beoordeling
  4. 3 De beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 10750638 \ CV EXPL 23-6720

Uitspraakdatum: 15 januari 2025

Verstekvonnis in de zaak van:

[eiser], handelend onder de naam, [bedrijf 1] (onderdeel van [bedrijf 2])

wonende te [plaats 1] en kantoorhoudende te [plaats 2]

de eisende partij

gemachtigde: P. de Ruijter

tegen

1 [gedaagde 1]

2. [gedaagde 2]

wonende te [plaats 2]

de gedaagde partijen

niet verschenen

1 De verdere procedure

1.1.

Bij tussenvonnis van 28 februari 2024 (hierna: het tussenvonnis) heeft de kantonrechter de eisende partij in de gelegenheid gesteld haar vordering nader toe te lichten, hetgeen zij bij akte van 27 maart 2024 (hierna: de akte) heeft gedaan.

2 De verdere beoordeling

Kostenbeding

2.1.

De eisende partij heeft in de akte onder andere toegelicht waarom geen sprake is van een oneerlijk kostenbeding. De kantonrechter volgt het standpunt en overweegt als volgt.

2.2.

In lijn met het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 26 november 2024 (ECLI:2024:3269) is de kantonrechter van oordeel dat het kostenbeding weliswaar niet transparant is[_4f4c8f5a-a20d-4d56-80d8-9cb1ee09ada7] (omdat uitsluitend een uurtarief wordt genoemd), maar niet onredelijk bezwarend (oneerlijk).

2.3.

In dit geval is een uurtarief van € 160,- exclusief btw overeengekomen. De kantonrechter vindt dit een marktconform uurtarief.[_657fe089-c42c-43bd-831b-c4f7991f39c2]

2.4.

Uit het voorgaande volgt dat het kostenbeding niet in strijd – met de goede trouw – het evenwicht verstoort ten nadele van de gedaagde partijen. Het is niet oneerlijk en de gedaagde partijen zijn in beginsel gehouden tot betaling van de openstaande facturen.

Sanctie

2.5.

Wel zal – eveneens in lijn met voornoemd arrest – een sanctie worden toegepast van 25% omdat het niet transparant zijn van het kostenbeding een schending van artikel 6:230m lid 1 onder e BW en 6:230v lid 7 BW oplevert.

Buitengerechtelijke incassokosten

2.6.

De kantonrechter blijft bij wat in het tussenvonnis is overwogen met betrekking tot de incassokosten. Er bestaat geen aanleiding om daarop terug te komen. Op grond van het beding zijn de incassokosten kosten al verschuldigd, zodra de consument in verzuim is. Dat volgens de eisende partij meerdere 14-dagen brieven zijn verstuurd en incassokosten pas in rekening worden gebracht na het verstrijken van de in de brieven genoemde termijn, maakt dat niet anders. Artikel 9 van de algemene voorwaarden zal worden vernietigd en de eisende partij kan (zoals in het tussenvonnis al overwogen) geen beroep doen op de wettelijke regeling, zodat de buitengerechtelijk incassokosten zullen worden afgewezen.

2.7.

De gevorderde vervallen wettelijke rente zal worden afgewezen, omdat de eisende partij die rente (gelet op de toewijsbare hoofdsom) over een te hoog bedrag heeft berekend. De wettelijke rente zal worden toegewezen over de toewijsbare hoofdsom vanaf de dag van de dagvaarding.

2.8.

De gedaagde partijen worden in het ongelijk gesteld en zullen daarom in de proces- en nakosten worden veroordeeld.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt de gedaagde partijen hoofdelijk, dat wil zeggen dat als de ene partij betaalt de ander zal zijn bevrijd, tot betaling aan de eisende partij van € 1.625,33, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding tot aan de dag van de volledige betaling;

3.2.

veroordeelt de gedaagde partijen hoofdelijk, zoals hiervoor vermeld, tot betaling van de proceskosten en de nakosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:

dagvaarding € 108,95

griffierecht € 244,00

salaris gemachtigde € 204,00

nakosten € 102,00;

3.3.

verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

3.4.

wijst de vordering voor het overige af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Woerdman en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.