Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Noord-Holland, 19 november 2025

ECLI:NL:RBNHO:2025:13512Zaaknummer 11748330 \ CV FORM 25-3777

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
19 november 2025
Publicatiedatum
27 februari 2026
Zaaknummer
11748330 \ CV FORM 25-3777
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Beschikking
Zittingsplaats
Haarlem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Luchtvaart. EPGV. De passagiers hebben compensatie van de vervoerder verzocht vanwege een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat hij geen compensatie verschuldigd is omdat hij de passagiers heeft omgeboekt op een tijdig alternatief. Het verweer van de vervoerder slaagt niet omdat de passagiers feitelijk geen gebruik hebben kunnen maken van het geboden alternatief. Daarom wordt het verzoek van de passagiers toegewezen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 [verzoeker 1]
  2. 1 Het procesverloop
  3. 2 De feiten
  4. 3 Het geschil
  5. 4 De beoordeling
  6. 5 De beslissingDe kantonrechter:

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 11748330 \ CV FORM 25-3777

Uitspraakdatum: 19 november 2025

Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:

1 [verzoeker 1]

2. [verzoeker 2] beiden wonende te [plaats]

verzoekende partijen

verder te noemen: de passagiers

gemachtigde: mr. A.R.A. Bloem (ARAG SE)

tegen

de rechtspersoon naar buitenlands recht

Deutsche Lufthansa Aktiengesellschaft

gevestigd te Keulen, Duitsland

verwerende partij

verder te noemen: de vervoerder

gemachtigden: mr. J. Nooij en mr. N. van der Graaf (Russell Advocaten)

De zaak in het kort

De passagiers hebben compensatie van de vervoerder verzocht vanwege een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat hij geen compensatie verschuldigd is omdat hij de passagiers heeft omgeboekt op een tijdig alternatief. Het verweer van de vervoerder slaagt niet omdat de passagiers feitelijk geen gebruik hebben kunnen maken van het geboden alternatief. Daarom wordt het verzoek van de passagiers toegewezen.

1 Het procesverloop

Dit verloop blijkt uit:

  • het vorderingsformulier (formulier A);
  • het antwoordformulier (formulier C) en de schriftelijke toelichting daarop.

2 De feiten

2.1.

De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 30 oktober 2024 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport, via Frankfurt, Duitsland, naar Mexico-Stad, Mexico, met vluchtcombinatie LH989 en LH498.

2.2.

De vervoerder heeft vlucht LH989 van Amsterdam naar Frankfurt (hierna: de vlucht) geannuleerd.

2.3.

De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder verzocht.

2.4.

De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3 Het geschil

3.1.

De passagiers verzoeken de vervoerder te veroordelen tot betaling van:

- € 1.200,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 oktober 2024 tot aan de dag der algehele voldoening; - de proceskosten en de nakosten.

3.2.

De passagiers baseren het verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,- per persoon.[_89c1298e-d812-48bb-8328-08be8ded0c01]

3.3.

De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat hij de passagiers na de annulering een andere vlucht heeft aangeboden die niet eerder dan een uur voor de geplande vertrektijd vertrok en hen niet later dan twee uur na de geplande aankomsttijd op de bestemming bracht.[_8526c808-6929-4c69-8595-e3c8da101797]

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.

4.2.

Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is, bij een annulering die minder dan zeven dagen voor geplande vertrektijd wordt medegedeeld, anders indien de vervoerder kan aantonen dat hij de passagiers een andere vlucht naar hun bestemming heeft aangeboden, die niet eerder dan één uur voor geplande vertrektijd vertrok en hen minder dan twee uur later na de geplande aankomsttijd op de eindbestemming bracht.

4.3.

De vervoerder voert aan dat hij de passagiers in eerste instantie heeft omgeboekt naar een vluchtcombinatie van Amsterdam-Schiphol Airport, via Washington D.C., Verenigde Staten, naar Mexico-Stad, Mexico (met vluchtnummers UA947 en UA1566). Deze alternatieve vluchtcombinatie vertrok 10 minuten later en kwam 1 uur en 50 minuten later aan dan de oorspronkelijke vluchtcombinatie. Daarmee heeft hij hen omgeboekt op een tijdig alternatief. De passagiers zijn vervolgens echter niet akkoord gegaan met dit geboden alternatief. Zij kregen na hun aanvraag te horen dat zij geen digitaal visum konden verkrijgen voor de overstap in de Verenigde Staten. Daarop heeft de vervoerder hen omgeboekt naar een ander alternatief, waarmee zij uiteindelijk een dag later op de eindbestemming zijn aangekomen.

4.4.

Het betoog van de vervoerder slaagt niet. Weliswaar heeft hij voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat hij de passagiers aanvankelijk een alternatieve vluchtcombinatie heeft aangeboden die tijdig vertrok en aankwam in de zin van artikel 5 lid 1 sub c onder iii van de Verordening, maar vast staat dat zij van dit alternatief feitelijk geen gebruik hebben kunnen maken en dat zij daardoor een dag later dan gepland op de eindbestemming zijn aangekomen. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de vervoerder daarmee niet aan zijn verplichtingen uit de Verordening voldaan. De aangeboden alternatieve vluchtcombinatie was voor de passagiers geen redelijke alternatieve mogelijkheid. [_507942ae-e476-4505-907b-79f7aeda0132] Zij konden immers niet beschikken over het vereiste digitale visum. Zij zijn ook niet binnen de vereiste twee uur na de geplande aankomsttijd op de eindbestemming gebracht, maar zijn een dag later op de eindbestemming aangekomen, waardoor zij alsnog hinder hebben ondervonden van de annulering. Naar het oordeel van de kantonrechter kan de vervoerder daarom geen geslaagd beroep doen op de uitzondering van artikel 5 lid 1 sub c onder iii van de Verordening.

4.5.

Omdat de vervoerder voor het overige geen verweer heeft gevoerd, zal het verzoek tot betaling van de hoofdsom worden toegewezen. De verzochte wettelijke rente over de hoofdsom is als onweersproken eveneens toewijsbaar.

4.6.

De proceskosten komen voor rekening van de vervoerder omdat deze ongelijk krijgt. Ook de nakosten kunnen worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt.

4.7.

Op verzoek van de passagiers zal een certificaat aan deze beschikking worden gehecht.[_0a514f4d-2fdf-4109-bb48-a5706ed357c8]

5 De beslissingDe kantonrechter:

5.1.

veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 1.200,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 30 oktober 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening;

5.2.

veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op € 226,00 aan griffierecht en € 135,00 aan salaris gemachtigde, en veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 67,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt,

5.3.

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.