Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Noord-Holland, 19 november 2025

ECLI:NL:RBNHO:2025:13508Zaaknummer 11774937 \ CV FORM 25-4195

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
19 november 2025
Publicatiedatum
27 februari 2026
Zaaknummer
11774937 \ CV FORM 25-4195
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Beschikking
Zittingsplaats
Haarlem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Luchtvaart. EPGV. De passagier heeft compensatie van de vervoerder verzocht vanwege een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de annulering van de vlucht het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk de doorwerking van vertraging door beperkingen van de luchtverkeersleiding, waardoor de vlucht niet meer uitgevoerd kon worden voor het ingaan van het nachtregime van Schiphol. Het betoog van de vervoerder slaagt niet omdat hij niet heeft toegelicht in hoeverre de vertraging van de eerdere vluchten heeft doorgewerkt of door zou werken op de vlucht in kwestie. Het verzoek van de passagier wordt toegewezen.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagier van € 862,50, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 750,00 vanaf 28 augustus 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening;

5.2.

veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagier tot en met vandaag worden begroot op € 226,00 aan griffierecht en € 135,00 aan salaris gemachtigde, en veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 67,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagier worden gemaakt.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.W. Koenis, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het procesverloop
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het geschil
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 11774937 \ CV FORM 25-4195

Uitspraakdatum: 19 november 2025

Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:

[verzoeker]

wonende te [plaats]

verzoekende partij

verder te noemen: de passagier

gemachtigde: ProBe-ASP B.V., handelende onder de naam Aviclaim

tegen

de rechtspersoon naar buitenlands recht

EasyJet Europe Airline GmbH

gevestigd te Wenen, Oostenrijk

verwerende partij

verder te noemen: de vervoerder

gemachtigde: mr. B. Koolhaas (BK Legal)

De zaak in het kort

De passagier heeft compensatie van de vervoerder verzocht vanwege een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de annulering van de vlucht het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk de doorwerking van vertraging door beperkingen van de luchtverkeersleiding, waardoor de vlucht niet meer uitgevoerd kon worden voor het ingaan van het nachtregime van Schiphol. Het betoog van de vervoerder slaagt niet omdat hij niet heeft toegelicht in hoeverre de vertraging van de eerdere vluchten heeft doorgewerkt of door zou werken op de vlucht in kwestie. Het verzoek van de passagier wordt toegewezen.

1 Het procesverloop

Dit verloop blijkt uit:

  • het vorderingsformulier (formulier A);
  • het verweerschrift

2 De feiten

2.1.

De passagier heeft een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder haar en haar twee minderjarige kinderen op 28 augustus 2023 vervoeren van Milaan, Italië, naar Amsterdam-Schiphol Airport, met vlucht EJU3857 (hierna: de vlucht).

2.2.

De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd.

2.3.

De passagier heeft daarom compensatie van de vervoerder verzocht.

2.4.

De vervoerder heeft niet uitbetaald.

2.5.

De passagier heeft de eventuele vorderingsrechten van haar minderjarige kinderen aan zichzelf overgedragen.

3 Het geschil

3.1.

De passagier verzoekt de vervoerder te veroordelen tot betaling van:

- € 750,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 28 augustus 2023 tot aan de dag der algehele voldoening; - € 112,50 aan buitengerechtelijke incassokosten;- de proceskosten.

3.2.

De passagier baseert haar verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder haar vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,- per persoon.[_27c2a56e-59a9-4e7c-a79e-1ff324333945]

3.3.

De vervoerder voert verweer. Op zijn verweer wordt ingegaan bij de beoordeling van het geschil.

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.

4.2.

Voor zover de vervoerder heeft gesteld dat de minderjarige kinderen van de passagier niet-ontvankelijk zouden moeten worden verklaard, gaat de kantonrechter hieraan voorbij. De passagier heeft het verzoek immers alleen namens zichzelf ingesteld en niet, bijvoorbeeld, in hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van haar minderjarige kinderen.

4.3.

Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als hij kan aantonen dat de annulering van de vlucht het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.[_3aa72427-65dc-439d-a5ce-7187586a0e30] Volgens vaste rechtspraak van het Hof is een omstandigheid buitengewoon als deze niet inherent is aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en hij daar ook geen invloed op kon uitoefenen.[_396751b2-5fdb-426c-81ca-ffadc7387ee4]

4.4.

De vervoerder heeft een beroep op buitengewone omstandigheden gedaan. Volgens hem waren voorgaande vluchten vertraagd door latere opgelegde vertrektijden door de luchtverkeersleiding. Deze vertraging dreigde door te werken op de vlucht in kwestie, waardoor deze niet meer uitgevoerd kon worden voor het ingaan van het nachtregime op de luchthaven van Amsterdam. Daarop heeft hij de vlucht geannuleerd.

4.5.

Het betoog van de vervoerder slaagt niet. Weliswaar heeft hij toegelicht dat de vluchten EJU8303 van Londen naar Milaan en EJU3561 van Milaan naar Lamezia Terme vertraagd zijn uitgevoerd vanwege (de doorwerking van) latere opgelegde vertrektijden door de luchtverkeersleiding, maar hij heeft niet gesteld of onderbouwd of en in hoeverre deze vertraging door heeft gewerkt of dreigde te werken op de vlucht in kwestie. Hij heeft in het geheel niet toegelicht in hoeverre de (schijnbaar) eerder opgelopen vertraging in verband stond met de annulering van de vlucht in kwestie. Evenmin heeft hij toegelicht hoe het toestel gepland stond om van Lamezia Terme naar Milaan te komen en in hoeverre de eerder opgelopen vertraging daarin doorwerkte of door dreigde te werken. Daarom kan niet worden geoordeeld dat de annulering van de vlucht in kwestie het gevolg was van omstandigheden waar de vervoerder geen invloed op had. Dit betekent dat de annulering van de vlucht niet het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Het verzoek van de passagier zal worden toegewezen. De verzochte wettelijke rente over de hoofdsom is als anderszins onweersproken eveneens toewijsbaar.

4.6.

De passagier heeft een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten verzocht. De vervoerder heeft dit verzoek (gemotiveerd) betwist. Omdat het onderhavige verzoek geen betrekking heeft op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is, zal de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn toetsen aan de eisen zoals deze zijn geformuleerd in het rapport Voorwerk II. De passagier heeft voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht en dat hiervoor door de passagier kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven zoals vervat in het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II, omdat de tarieven neergelegd in voornoemd Besluit worden geacht redelijk te zijn. Omdat het verzochte bedrag niet hoger is dan het volgens het Besluit berekende tarief, zullen de verzochte buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen.

4.7.

De proceskosten komen voor rekening van de vervoerder omdat deze ongelijk krijgt. Ook de nakosten kunnen worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagier worden gemaakt.

4.8.

Op verzoek van de passagier zal een certificaat aan deze beschikking worden gehecht.[_3db4f94a-4e87-49d5-86aa-76a3139d34ab]

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagier van € 862,50, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 750,00 vanaf 28 augustus 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening;

5.2.

veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagier tot en met vandaag worden begroot op € 226,00 aan griffierecht en € 135,00 aan salaris gemachtigde, en veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 67,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagier worden gemaakt.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.W. Koenis, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.