Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Noord-Holland, 24 september 2025

ECLI:NL:RBNHO:2025:11449Zaaknummer 11127072 \ CV EXPL 24-3439

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
24 september 2025
Publicatiedatum
21 oktober 2025
Zaaknummer
11127072 \ CV EXPL 24-3439
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Bodemzaak, Verstek
Zittingsplaats
Haarlem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Eindvonnis na akte. Ambtshalve toetsing. Voldaan aan de informatieplichten van artikel 6:230l BW. De kantonrechter blijft verder bij wat in het tussenvonnis is overwogen en beslist. Het rente- en incassokostenbeding is oneerlijk en wordt vernietigd, zodat de gevorderde wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 615,00;

3.2.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:

dagvaarding € 116,39;

griffierecht € 328,00;

salaris gemachtigde € 135,00;

3.3.

verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

3.4.

wijst de vordering voor het overige af.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De verdere procedure
  2. 2 De verdere beoordeling
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 11127072 \ CV EXPL 24-3439

Uitspraakdatum: 24 september 2025

Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:

[eiser] V.O.F.

te [plaats 1]

de eisende partij

gemachtigde: Armaere Incassospecialisten & Gerechtsdeurwaarders

tegen

[gedaagde]

te [plaats 2]

de gedaagde partij

niet verschenen

1 De verdere procedure

1.1.

Bij tussenvonnis van 7 mei 2025 (hierna: het tussenvonnis) heeft de kantonrechter de eisende partij in de gelegenheid gesteld om zich bij akte uit te laten over de precontractuele informatieplichten en de (on)eerlijkheid van een in de Diensten en Bewaarovereenkomst Algemene Voorwaarden 1 januari 1999 (hierna: de algemene voorwaarden) opgenomen beding dat verband houdt met de vordering. Ter uitvoering van het tussenvonnis heeft de eisende partij op 4 juni 2025 een akte genomen (hierna: de akte).

2 De verdere beoordeling

Ambtshalve toetsing van de precontractuele informatieplichten

2.1.

De kantonrechter is van oordeel dat de eisende partij in haar akte voldoende heeft toegelicht en onderbouwd dat is voldaan aan de precontractuele informatieplichten van artikel 6:230l van het Burgerlijk Wetboek (BW).

Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden

2.2.

Daarnaast heeft de eisende partij zich in de akte uitgelaten over het voornemen om artikel 8 van de algemene voorwaarden te vernietigen, voor zover dit betrekking heeft op de verschuldigde rente en de buitengerechtelijke incassokosten.

2.3.

De kantonrechter blijft bij wat in het tussenvonnis is overwogen over de oneerlijkheid van artikel 8 van de algemene voorwaarden. Er bestaat geen aanleiding om daarop terug te komen.

2.4.

Dat de eisende partij, zoals zij stelt, geen beroep heeft gedaan op het bepaalde in de artikel 8 van algemene voorwaarden, doet aan het voorgaande niet af. Of de eisende partij de consument ook daadwerkelijk aan de bedongen afspraken houdt of in de praktijk alleen naleving van wettelijke bepalingen verlangt, is namelijk voor de beoordeling van de (on)eerlijkheid van algemene voorwaarden niet relevant. Het beding moet immers worden beoordeeld naar het moment waarop de overeenkomst is aangegaan en beslissend is daarom niet of en hoe de handelaar het beding heeft toegepast, maar hoe het zou kunnen worden toegepast.

Wat is hiervan het gevolg?

2.5.

Het voorgaande heeft tot gevolg dat artikel 8 van de algemene voorwaarden wordt vernietigd. De buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke rente zullen worden afgewezen.

2.6.

De gevorderde hoofdsom (€ 615,00) is toewijsbaar.

Conclusie en proceskosten

2.7.

De vordering wordt gedeeltelijk toegewezen.

2.8.

De gedaagde partij wordt grotendeels in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 615,00;

3.2.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:

dagvaarding € 116,39;

griffierecht € 328,00;

salaris gemachtigde € 135,00;

3.3.

verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

3.4.

wijst de vordering voor het overige af.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.