Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Noord-Holland, 8 augustus 2024

ECLI:NL:RBNHO:2024:8730Zaaknummer 10784355 CV EXPL 23-3754

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
8 augustus 2024
Publicatiedatum
16 september 2024
Zaaknummer
10784355 CV EXPL 23-3754
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Bodemzaak, Verstek
Zittingsplaats
Zaanstad
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Ambtshalve toetsing van de ‘ALGEMENE VOORWAARDEN PARKEREN 12.2020’. De artikelen 5.6, 5.8, 7.5, 8.1, 8.2 en 8.3 zijn oneerlijke bedingen en worden door de kantonrechter vernietigd. Volgt afwijzing van de vordering.

4 De beslissing

De kantonrechter:

4.1.

wijst de vordering af;

4.2.

veroordeelt de eisende partij tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de gedaagde partij worden vastgesteld op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Woerdman en op bovengenoemde datum in het openbaar

uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De vordering
  3. 3 De beoordeling
  4. 4 De beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Zaanstad

Zaaknr./rolnr.: 10785355 CV EXPL 23-3754

Uitspraakdatum: 8 augustus 2024

Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:

Q-Park Operations Netherlands B.V.

te Maastricht

de eisende partij

gemachtigde: mr. C.F.P.M. Spreksel

tegen

[gedaagde]

te [plaats]

de gedaagde partij

niet verschenen

1 De procedure

1.1.

De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.

2 De vordering

2.1.

De eisende partij vordert veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van € 496,95, te vermeerderen met de buitengerechtelijke incassokosten, wettelijke rente en proceskosten.

2.2.

De eisende partij legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat de eisende partij zich schuldig heeft gemaakt aan “treintje rijden”, althans het zonder gebruik- making van een geldig parkeerbewijs of -middel verlaten van de parkeeraccommodatie. Daarmee is de gedaagde partij tekortgeschoten is in de nakoming van de tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst. Subsidiair stelt de eisende partij dat de gedaagde partij onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld. Op grond van de toepasselijke algemene voorwaarden moet de gedaagde partij het ‘tarief verloren kaart’ (€ 150,00) en (aanvullende) schadevergoeding (€ 346,95) aan de eisende partij betalen. Omdat de gedaagde partij deze bedragen niet aan de eisende partij heeft voldaan zijn ook de wettelijke rente en de buitengerechtelijke kosten verschuldigd geraakt.

3 De beoordeling

Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden

3.1.

De kantonrechter is, gelet op het Dexia-arrest[_0dab6e7d-3608-45b7-8c21-679a5fef397f], gehouden om onderzoek te doen naar (mogelijk) oneerlijke bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden. Volgens Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten is een beding oneerlijk wanneer dit het evenwicht tussen de wederzijdse rechten en verplichtingen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort. De kantonrechter moet in iedere procedure over ieder onderdeel van de vordering beoordelen of daarover in de algemene voorwaarden afspraken zijn gemaakt en of die afspraken al dan niet eerlijk zijn ten opzichte van de consument. Als de kantonrechter oordeelt dat een contractuele afspraak niet eerlijk is, moet het beding worden vernietigd en moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen (ook als de eisende partij in de procedure een beroep doet op wettelijke bepalingen in plaats van op die contractuele afspraak).

3.2.

Uit de overgelegde stukken blijkt dat op de overeenkomst de ‘ALGEMENE VOORWAARDEN PARKEREN 12.2020’ van de eisende partij van toepassing zijn (hierna: de algemene voorwaarden). In de artikelen 5.6, 5.8, 7.5, 8.1, 8.2 en 8.3 van de algemene voorwaarden zijn bepalingen opgenomen over het vergoeden van schade. In een eerder vonnis van deze rechtbank in een vergelijkbare zaak[_672d261b-73ab-4139-bfc3-8f5cbb86193e] is overwogen dat deze artikelen (in onderlinge samenhang) oneerlijke bedingen betreffen. Om die reden heeft de kantonrechter die artikelen vernietigd en de vordering van de eisende partij afgewezen. De kantonrechter ziet, gelet op het gestelde in de dagvaarding en uitgaande van de huidige stand van de jurisprudentie, in deze zaak geen aanleiding om daar anders over te denken. De vordering van de eisende partij wordt daarom afgewezen.

3.3.

De proceskosten komen voor rekening van de eisende partij, omdat zij ongelijk krijgt. Deze worden aan de kant van de gedaagde partij tot en met vandaag vastgesteld op nihil.

4 De beslissing

De kantonrechter:

4.1.

wijst de vordering af;

4.2.

veroordeelt de eisende partij tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de gedaagde partij worden vastgesteld op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Woerdman en op bovengenoemde datum in het openbaar

uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.