Uitspraak · Verbintenissenrecht
Rechtbank Noord-Holland, 22 mei 2024
ECLI:NL:RBNHO:2024:5209Zaaknummer 10887359 \ CV EXPL 24-577
- Instantie
- Rechtbank Noord-Holland
- Datum uitspraak
- 22 mei 2024
- Publicatiedatum
- 4 juni 2024
- Zaaknummer
- 10887359 \ CV EXPL 24-577
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Verbintenissenrecht
- Procedure
- Bodemzaak, Verstek
- Zittingsplaats
- Haarlem
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Eindvonnis na akte. Vernietiging artikel 13.1 en 13.2 van de Algemene Huurvoorwaardenhuurovereenkomst zelfstandige woonruimte, januari 2018.
3 De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt de gedaagde partijen tot betaling van € 2.467,79 aan huurachterstand tot en met januari 2023;
veroordeelt de gedaagde partij in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van de eisende partij begroot op:
€ 137,43 wegens dagvaardingskosten,
€ 496,00 wegens griffierecht en
€ 204,00 wegens salaris gemachtigde;
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van € 102,00 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de eisende partij worden gemaakt;
verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.E. Oomens en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10887359 \ CV EXPL 24-577
Uitspraakdatum: 22 mei 2024
Verstekvonnis in de zaak van:
de stichting
Stichting Pré Wonen
gevestigd te Haarlem
de eisende partij
gemachtigde: Van der Hoeden / Mulder Gerechtsdeurwaarders en Juristen
tegen
1 [gedaagde 1]
2. [gedaagde 2]
wonende te [plaats]
de gedaagde partijen
niet verschenen
1 De procedure
Bij tussenvonnis van 21 februari 2024 (hierna: het tussenvonnis) heeft de kantonrechter de eisende partij in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over het daarin voorshands uitgesproken oordeel over de oneerlijkheid van bepaalde bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden[_bf577a45-73b4-4f61-bb04-992aae6ace28]. Dit heeft de eisende partij gedaan bij akte van 20 maart 2024.
2 De verdere beoordeling
Het beding voor de buitengerechtelijke kosten (het incassobeding)
De eisende partij stelt in de akte dat artikel 13.1 en 13.2 niet oneerlijk zijn, omdat artikel 13.2 een lex specialis betreft en een beperking van artikel 13.1. De eisende partij stelt dat 13.1 niet van toepassing is op de vordering. Daarnaast stelt de eisende partij dat wat in het tussenvonnis onder r.o. 3.8 is gemotiveerd onjuist is, omdat in artikel 13.2 verwezen wordt naar de wet en nergens wordt bepaald dat “de bedongen vergoeding altijd ten minste 15% bedraagt”. Hieruit volgt ook dat de kosten pas verschuldigd zijn na een zogenoemde veertiendagenbrief, aldus de eisende partij.
De kantonrechter volgt de eisende partij hierin niet. In het tussenvonnis is geoordeeld onder r.o. 3.8 dat het beding inderdaad verwijst naar artikel 6:96 BW en daarom op zichzelf niet oneerlijk is. Echter, 13.1 en 13.2 zijn tezamen met het boetenbeding wél oneerlijk. De eisende partij heeft zich niet nader over uitgelaten over de combinatie met dit boetebeding uit artikel 15.
De eisende partij voert ook aan dat tussen partijen eerder (op 15 november 2023) een vonnis is gewezen waarin zij de incassokosten heeft gevorderd conform artikel 6:96 BW en het Besluit, en die kosten ook zijn toegewezen. Volgens de eisende partij valt niet in te zien hoe op dit moment anders over de overeenkomst tussen partijen zou kunnen worden geoordeeld.
De kantonrechter licht toe dat in eerdere procedures nog niet (op deze wijze) ambtshalve werd getoetst of sprake was van oneerlijke bedingen in algemene voorwaarden. De eisende partij kan daar geen rechten aan ontlenen. Uit het voorgaande vloeit voort dat de kantonrechter blijft bij het oordeel dat artikel 13.1 en 13.2 van de algemene voorwaarden oneerlijk zijn voor zover deze betrekking hebben op buitengerechtelijke incassokosten en daarom worden deze vernietigd.
Uit het voorgaande vloeit voort dat de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen.
Huurachterstand
De eisende partij vordert veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van € 3.081,66 aan achterstallige huurpenningen tot en met januari 2024. De gedaagde partij heeft een deelbetaling van € 613,87 gedaan. Nu de buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen, strekt deze deelbetaling, anders dan de eisende partij vordert conform het overzicht bij de dagvaarding, alleen in mindering op de toewijsbare hoofdsom. Dit maakt dat een bedrag van € 2.467,79 aan achterstallige huurpenningen zal worden toegewezen.
Conclusie en proceskosten
De vordering van de eisende partij wordt grotendeels toegewezen. Voor het overige blijft de kantonrechter bij hetgeen in het tussenvonnis is overwogen en beslist.
De gedaagde partijen worden overwegend in het ongelijk gesteld en worden daarom in de proceskosten worden veroordeeld. Daarbij worden de gedaagde partijen ook veroordeeld tot betaling van € 102,00 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de eisende partij worden gemaakt. De kosten voor het nemen van de akte blijven voor rekening van de eisende partij nu het aan haar te wijten is dat het nodig was om de akte te nemen.
3 De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt de gedaagde partijen tot betaling van € 2.467,79 aan huurachterstand tot en met januari 2023;
veroordeelt de gedaagde partij in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van de eisende partij begroot op:
€ 137,43 wegens dagvaardingskosten,
€ 496,00 wegens griffierecht en
€ 204,00 wegens salaris gemachtigde;
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van € 102,00 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de eisende partij worden gemaakt;
verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.E. Oomens en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.