Uitspraak · Socialezekerheidsrecht
Rechtbank Noord-Holland, 5 maart 2024
ECLI:NL:RBNHO:2024:4715Zaaknummer AWB - 24 _ 492
- Instantie
- Rechtbank Noord-Holland
- Datum uitspraak
- 5 maart 2024
- Publicatiedatum
- 16 mei 2024
- Zaaknummer
- AWB - 24 _ 492
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Voorlopige voorziening
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Afwijzing indicatie banenafspraak - geen spoedeisend belang - verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 5 maart 2024 door mr. M. Jurgens, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.H. Bosveld, griffier.
| griffier | voorzieningenrechter |
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 24/492
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 5 maart 2024 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen
[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker
en
de Raad van Bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder
(gemachtigde: mr. L.A. Vromans).
Inleiding
Verweerder heeft de aanvraag van eiser om een ‘indicatie banenafspraak’ met het besluit van 23 oktober 2023 afgewezen.
Met het bestreden besluit van 16 januari 2024 op het bezwaar van eiser is verweerder daarbij gebleven.
Eiser heeft daartegen beroep ingesteld en tevens de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Verweerder heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 5 maart 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen verzoeker en de gemachtigde van verweerder.
Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
Spoedeisend belang
2. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) alleen een voorlopige voorziening als “onverwijlde spoed” dat vereist. De voorzieningenrechter is van oordeel dat daarvan geen sprake is bij verzoeker. Dat de arbeidsovereenkomst spoedig afloopt is niet een dergelijk belang, omdat verzoeker een WW-uitkering kan aanvragen. Een lopende sollicitatieprocedure is eveneens geen spoedeisend belang. De conclusie is dat er geen enkel spoedeisend belang is. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.
Inhoudelijk
3. Ter zitting heeft de voorzieningenrechter verzoeker uitgelegd, dat ook al had hij een spoedeisend belang, verzoeker geen sterke zaak heeft. Uit de gegevens van Suwinet (de polisadministratie) blijkt immers dat verzoeker meer dan het minimumloon kan verdienen en daarom niet in het doelgroepregister kan worden opgenomen. De enkele verwijzing naar een verdrag van de Verenigde Naties kan verzoeker niet baten, omdat verzoeker niet onderbouwt of en in hoeverre dat in zijn zaak van toepassing is. Dus ook op inhoudelijke gronden wordt het verzoek afgewezen.
4. Partijen zijn erop gewezen dat tegen deze mondelinge uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 5 maart 2024 door mr. M. Jurgens, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.H. Bosveld, griffier.
| griffier | voorzieningenrechter |
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.