Uitspraak · Bestuursrecht
Rechtbank Noord-Holland, 1 februari 2024
ECLI:NL:RBNHO:2024:4694Zaaknummer AWB - 24 _ 94
- Instantie
- Rechtbank Noord-Holland
- Datum uitspraak
- 1 februari 2024
- Publicatiedatum
- 16 mei 2024
- Zaaknummer
- AWB - 24 _ 94
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Voorlopige voorziening
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
CBR heeft rijbewijs ongeldig verklaard nadat een negatief afloopbericht van de EMG-cursus was ontvangen. De voorzieningenrechter schorst het besluit, omdat onvoldoende duidelijk is welke gedragingen hebben geleid tot het negatieve afloopbericht.
Beslissing
De voorzieningenrechter:
- schorst het primaire besluit tot zes weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar;
- bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 187,00 aan verzoeker moet vergoeden;
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 1.750,00 aan proceskosten aan verzoeker.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 1 februari 2024 door mr. M. Jurgens, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.H. Bosveld, griffier.
| griffier | voorzieningenrechter |
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 24/94
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 1 februari 2024 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen
[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker
(gemachtigde: mr. R.P. Kuijper),
en
de algemeen directeur van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR), verweerder
(gemachtigde: drs. M.M. van Dongen).
Inleiding
Bij besluit van 26 april 2023 heeft verweerder verzoeker verplicht een cursus over verantwoord rijgedrag te volgen (de Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer, EMG).
Op 20 december 2023 heeft verweerder een afloopbericht van de cursusleider ontvangen. Het resultaat is negatief. De toelichting luidt:
“20-12 veel moeten waarschuwen in EMG 2 had ook nu weer zijn boekje niet bij zich.. Vervelend aanwezig in groepsproces in EMG 2”
Vervolgens heeft verweerder met het besluit van 21 december 2023 het rijbewijs van verzoeker ongeldig verklaard.
Verzoeker heeft daartegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Verweerder heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 1 februari 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van verweerder.
Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe.
3. De voorzieningenrechter heeft op de zitting de vraag aan de orde gesteld welke van de door de cursusleiders beschreven gedragingen door verweerder zijn aangemerkt als het verstoren van het groepsproces. In de toelichting van de cursusleiders staan namelijk zowel kwalificaties van gedragingen als feitelijke beschrijvingen.
4. Gemachtigde van verweerder heeft daarop aangegeven dat hij in de e-mails van de cursusleiders geen feitelijke beschrijvingen ziet van gedragingen die het groepsproces hebben verstoord. Gemachtigde heeft daarbij aangegeven dat het niet meewerken aan de cursus ook op andere gronden gestoeld kan worden dan op verstoring van het groepsproces en dat mogelijke gebreken in de motivering bij de beslissing op bezwaar hersteld kunnen worden.
5. De voorzieningenrechter ziet in het voorgaande, nu het bestreden besluit slechts als grondslag heeft verstoring van het groepsproces, aanleiding voor het toewijzen van het verzoek.
6. Weliswaar bestaat de mogelijkheid om in bezwaar gebreken in het besluit te herstellen, maar wat de uitkomst van de bezwaarprocedure zal zijn is onzeker. De belangen van verzoeker om over zijn rijbewijs te beschikken wegen in dit geval zwaarder dan de belangen van verweerder welke zijn gelegen in de verkeersveiligheid.
Conclusie en gevolgen
7. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe en treft de voorlopige voorziening dat het besluit van 21 december 2023 is geschorst tot zes weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar.
8. Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst moet verweerder het griffierecht aan verzoeker vergoeden. Daarom krijgt verzoeker ook een vergoeding van zijn proceskosten. Verweerder moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt verzoeker een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft het verzoekschrift ingediend en aan de zitting deelgenomen. Elke proceshandeling heeft een waarde van € 875,00. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 1.750,00.
Beslissing
De voorzieningenrechter:
- schorst het primaire besluit tot zes weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar;
- bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 187,00 aan verzoeker moet vergoeden;
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 1.750,00 aan proceskosten aan verzoeker.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 1 februari 2024 door mr. M. Jurgens, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.H. Bosveld, griffier.
| griffier | voorzieningenrechter |
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.