Uitspraak · Verbintenissenrecht
Rechtbank Noord-Holland, 27 maart 2024
ECLI:NL:RBNHO:2024:3509Zaaknummer 10769928 \ CV EXPL 23-7111
- Instantie
- Rechtbank Noord-Holland
- Datum uitspraak
- 27 maart 2024
- Publicatiedatum
- 22 april 2024
- Zaaknummer
- 10769928 \ CV EXPL 23-7111
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Verbintenissenrecht
- Procedure
- Verstek
- Zittingsplaats
- Haarlem
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Ambtshalve toetsing AV februari 2021. Eindvonnis na akte (alleen huurachterstand).
4 De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt de gedaagde partij om aan de eisende partij te betalen een bedrag van € 2.179,41 aan achterstallige huurpenningen en servicekosten, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 oktober 2023 tot aan de dag van volledige betaling;
veroordeelt de gedaagde partij in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van de eisende partij begroot op:
€ 131,20 wegens dagvaardingskosten,
€ 365,00 wegens griffierecht en
€ 204,00 wegens salaris gemachtigde;
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van € 102,00 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de eisende partij worden gemaakt;
verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Kruithof en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10768668 CV EXPL 23-7072
Uitspraakdatum: 27 maart 2024
Verstekvonnis in de zaak van:
de stichting
Stichting DUWO
te Delft
de eisende partij
gemachtigde: S. Azouagh
tegen
[gedaagde]
te [plaats]
de gedaagde partij
niet verschenen
1 De verdere procedure
Bij tussenvonnis van 6 december 2023 (hierna: het tussenvonnis) heeft de kantonrechter de eisende partij in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de (on)eerlijkheid van een bepaald beding uit de toepasselijke algemene voorwaarden van de eisende partij[_c8f37162-8e37-472b-8afe-f245442595c4]. Dit heeft de eisende partij gedaan bij akte van 31 januari 2024 (hierna: de akte).
2 De vordering
De eisende partij vordert veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van de huurachterstand (€ 2.154,73), servicekosten (€ 24,68), buitengerechtelijke incassokosten (€ 391,08 inclusief btw), vervallen rente tot 18 oktober 2023 (€ 86,07), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 oktober 2023 en de proces- en nakosten.
De eisende partij legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat de gedaagde partij tekortschiet in de nakoming van de huurovereenkomst.
3 De verdere beoordeling
Buitengerechtelijke incassokosten
In de akte heeft de eisende partij gesteld dat artikel 7.12 van de algemene voorwaarden niet oneerlijk is. Hierbij heeft de eisende partij toegelicht dat in artikel 7.12 expliciet het woord ‘betalingsverplichting’ wordt genoemd. Volgens de eisende partij wordt hiermee bedoeld de verplichting van de huurder om binnen de wettelijke betalingstermijn van veertien dagen over te gaan tot algehele betaling van de vordering, zoals dit uitdrukkelijk vermeld is in de aanmaning/veertiendagenbrief van 22 november 2023.
De kantonrechter volgt deze stellingen niet. De formulering van artikel 7.12 van de algemene voorwaarden suggereert dat na aanmaning direct incassokosten verschuldigd zijn, terwijl dat pas het geval is nadat er een veertiendagenbrief is verstuurd als bedoeld in artikel 6:96 lid 6 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Hiervan mag niet worden afgeweken. Op dat punt is het beding onduidelijk en voldoet het niet aan de wettelijke vereisten. Uit het woord ‘betalingsverplichting’ kan niet worden afgeleid dat dit de verplichting van de huurder inhoudt om binnen de wettelijke betalingstermijn van veertien dagen zoals bedoeld in de veertiendagenbrief over te gaan tot algehele betaling. Dat de eisende partij wel een veertiendagenbrief aan de gedaagde partij heeft verstuurd en in zoverre feitelijk heeft voldaan aan artikel 6:96 lid 5 BW, doet daaraan niet af. Of de eisende partij de consument ook daadwerkelijk aan de bedongen afspraken houdt, is voor de beoordeling van de (on)eerlijkheid van het beding namelijk niet relevant. De conclusie is dat sprake is van een oneerlijk beding en daarom wordt dit beding vernietigd.
Gelet op het voorgaande worden de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten afgewezen.
Huurachterstand en rente
De gevorderde huurachterstand en servicekosten worden toegewezen, omdat deze vorderingen de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomen.
De vordering tot vergoeding van de verschenen rente zal worden afgewezen. De renteberekening is niet inzichtelijk gemaakt, zodat, mede gelet op de deelbetaling, onvoldoende duidelijk is of de eisende partij van een juist bedrag aan hoofdsom is uitgegaan. De rente zal over de (restant)hoofdsom worden toegewezen vanaf 18 oktober 2023.
Conclusie en kosten
De vordering wordt gedeeltelijk toegewezen.
De gedaagde partij wordt overwegend in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten voor de genomen akte blijven echter voor rekening van de eisende partij, omdat het aan haarzelf te wijten is dat het nodig was deze akte op te stellen.
Daarbij wordt de gedaagde partij ook veroordeeld tot betaling van € 102,00 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de eisende partij worden gemaakt.
4 De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt de gedaagde partij om aan de eisende partij te betalen een bedrag van € 2.179,41 aan achterstallige huurpenningen en servicekosten, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 oktober 2023 tot aan de dag van volledige betaling;
veroordeelt de gedaagde partij in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van de eisende partij begroot op:
€ 131,20 wegens dagvaardingskosten,
€ 365,00 wegens griffierecht en
€ 204,00 wegens salaris gemachtigde;
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van € 102,00 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de eisende partij worden gemaakt;
verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Kruithof en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.