Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Noord-Holland, 4 april 2024

ECLI:NL:RBNHO:2024:3196Zaaknummer 10951235 \ CV EXPL 24-420

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
4 april 2024
Publicatiedatum
11 april 2024
Zaaknummer
10951235 \ CV EXPL 24-420
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Verstek
Zittingsplaats
Haarlem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Kinderopvang. Voldaan aan de informatieplichten. Bik afgewezen vanwege ontbreken juiste veertiendagenbrief. Vordering overigens toegewezen.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 1.477,26, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 1.397,65 vanaf 7 februari 2024 tot aan de dag van de gehele betaling;

3.2.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:

€ 137,39 wegens dagvaardingskosten,

€ 372,00 wegens griffierecht en

€ 204,00 wegens salaris gemachtigde;

3.3.

verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

3.4.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Kruithof en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De beoordeling
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Zaanstad

Zaaknr./rolnr.: 10951235 \ CV EXPL 24-420

Uitspraakdatum: 4 april 2024

Verstekvonnis in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Babino B.V.

gevestigd te Assendelft

de eisende partij

gemachtigde: gerechtsdeurwaarders [gemachtigde 1] en [gemachtigde 2]

tegen

[gedaagde]

wonende te [plaats]

de gedaagde partij

niet verschenen

1 De procedure

1.1.

De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.

2 De beoordeling

2.1.

De eisende partij vordert veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van € 1.730,94, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 1.397,65 vanaf 7 februari 2024. Daarnaast vordert zij veroordeling van de gedaagde partij in de proceskosten.

De (pre)contractuele informatieplichten

2.2.

De vordering is gebaseerd op een overeenkomst op afstand tussen een handelaar en een consument. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet ter bescherming van de consument aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van de artikelen 6:230m lid 1 en 6:230v van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden voldaan. Dat aan deze plichten is voldaan, moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1677).

2.3.

De kantonrechter is van oordeel dat de eisende partij voldoende heeft toegelicht en onderbouwd dat is voldaan aan de informatieplichten.

2.4.

De hoofdsom zal worden toegewezen, omdat deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt.

Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden

2.5.

De bedingen die voor de beoordeling van de vordering relevant zijn, te weten de artikelen 17 lid 4, 5 en 6 van de Algemene voorwaarden, zijn door de kantonrechter getoetst en niet oneerlijk bevonden.

Rente en buitengerechtelijke incassokosten

2.6.

De gevorderde rente is ook toewijsbaar, omdat deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt.

2.7.

De eisende partij maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De gevorderde vergoeding komt echter niet voor toewijzing in aanmerking, nu niet gebleken is dat in de aanmaning aan de gedaagde partij een betalingstermijn van 14 dagen is gegeven ingaande de dag na ontvangst daarvan, zoals vereist door artikel 6:96 lid 6 BW. In dit verband wordt verwezen naar de uitspraak van de Hoge Raad van 25 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2704.

2.8.

De gedaagde partij wordt in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 1.477,26, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 1.397,65 vanaf 7 februari 2024 tot aan de dag van de gehele betaling;

3.2.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:

€ 137,39 wegens dagvaardingskosten,

€ 372,00 wegens griffierecht en

€ 204,00 wegens salaris gemachtigde;

3.3.

verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

3.4.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Kruithof en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Wetsartikelen in deze uitspraak

Deze uitspraak verwijst naar

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.