Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Noord-Holland, 27 maart 2024

ECLI:NL:RBNHO:2024:2784Zaaknummer 10517497 \ CV FORM 23-3132

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
27 maart 2024
Publicatiedatum
3 april 2024
Zaaknummer
10517497 \ CV FORM 23-3132
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Bodemzaak
Zittingsplaats
Haarlem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Luchtvaart; kantonrechter relatief onbevoegd om van het verzoek kennis te nemen

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

verklaart zich onbevoegd om van de zaak kennis te nemen;

5.2.

verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de rechtbank Oost-Brabant, locatie Eindhoven, sector kanton;

Deze beschikking is gegeven door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het procesverloop
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het verzoek en het verweer
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 10517497 \ CV FORM 23-3132

Uitspraakdatum: 27 maart 2024

Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:

1 [verzoeker 1],

2. [verzoeker 2], beiden wonende te [plaats],

verzoekende partijen

verder te noemen: de passagiers

gemachtigde: [gemachtigde] (Aviclaim, ProBe-ASP B.V.)

tegen

Tui Airlines Belgium NV,

gevestigd te Zaventum, België,

verwerende partij

verder te noemen: de vervoerder

gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer (AKD N.V.)

1 Het procesverloop

Dit verloop blijkt uit:

  • het vorderingsformulier (formulier A), ingekomen ter griffie op 22 mei 2023;
  • het antwoordformulier (formulier C), ingekomen ter griffie op 16 augustus 2023.

2 De feiten

2.1.

De passagiers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder de passagiers diende te vervoeren vanaf Eindhoven Airport met vlucht TB7012 (hierna: de vlucht).

2.2.

De passagiers hebben compensatie van de vervoerder verzocht in verband met annulering.

3 Het verzoek en het verweer

3.1.

De passagiers verzoeken de vervoerder te veroordelen tot betaling van:

- € 800,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 juli 2022 tot aan de dag der algehele voldoening; - € 120,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;- de proceskosten.

3.2.

De passagiers baseren het verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof).

3.3.

De passagiers stellen dat de vervoerder vanwege de annulering van de vlucht gehouden is compensatie te betalen conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 400,00. Daarnaast maken de passagiers aanspraak op betaling door de vervoerder van de buitengerechtelijke kosten en de wettelijke rente.

3.4.

De vervoerder betwist de verschuldigdheid van het verzochte.

4 De beoordeling

4.1.

Voordat de kantonrechter (onder meer) de door de partijen opgeworpen rechtsvragen kan beantwoorden, moet de kantonrechter eerst ambtshalve de vraag beantwoorden of hij bevoegd is van de vordering kennis te nemen. Deze vraag moet, gelet op het internationale karakter van de procedure, worden beantwoord aan de hand van de herschikte Verordening nr. 1215/2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (hierna: Brussel I-bis).

4.2.

Als hoofdregel heeft te gelden dat zij die woonplaats hebben op het grondgebied van een lidstaat, ongeacht hun nationaliteit, worden opgeroepen voor de gerechten van die lidstaat (art. 4 Brussel I-bis). Nu de vervoerder is gevestigd in België, gaat dat in dit geval om het gerecht van België. In artikel 7 tot en met 9 Brussel I-bis staan enkele bijzondere bevoegdheidsregels. Zo kan een persoon die woonplaats heeft op het grondgebied van een lidstaat op grond van artikel 7 Brussel I-bis ook voor de gerechten van andere lidstaten worden opgeroepen. Meer specifiek kan die persoon ten aanzien van verbintenissen uit een overeenkomst worden opgeroepen voor het gerecht van de plaats waar de verbintenis die aan de eis ten grondslag ligt, is uitgevoerd of moet worden uitgevoerd (art 7 aanhef en lid 1 sub a. Brussel I-bis). In het arrest van 9 juli 2009 (Rehder, C-204/08) heeft het Hof geoordeeld dat bij een vliegreis zowel de plaats van vertrek als de plaats van bestemming gelden als de plaats waar de dienst werd verstrekt of verstrekt had moeten worden. In deze zaak is de vlucht vertrokken vanaf Eindhoven Airport en was Oujda (Marokko) de plaats van bestemming. Eindhoven maakt geen onderdeel uit van het arrondissement van de rechtbank Noord-Holland, maar van de rechtbank Oost-Brabant, locatie Eindhoven. Dit maakt dat laatstgenoemde rechtbank bevoegd is om over deze zaak te beslissen.

4.3.

Gelet op het voorgaande zal de kantonrechter te Haarlem zich onbevoegd verklaren en de zaak doorverwijzen naar de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant, locatie Eindhoven, sector kanton, voor verdere behandeling.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

verklaart zich onbevoegd om van de zaak kennis te nemen;

5.2.

verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de rechtbank Oost-Brabant, locatie Eindhoven, sector kanton;

Deze beschikking is gegeven door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.