Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Noord-Holland, 1 februari 2024

ECLI:NL:RBNHO:2024:14216Zaaknummer 10774562 \ CV EXPL 23-3692

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
1 februari 2024
Publicatiedatum
22 mei 2025
Zaaknummer
10774562 \ CV EXPL 23-3692
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Verstek, Tussenuitspraak
Zittingsplaats
Zaanstad
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Tussenvonnis. Ambtshalve toetsing Algemene voorwaarden Select Car Lease B.V. 2020. Oneerlijk incassobeding.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

verwijst de zaak naar de rol van 29 februari 2024 om bij akte de stellingen in de dagvaarding nader toe te lichten door de inlichtingen te verstrekken zoals hiervoor is overwogen;

3.2.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Kruithof en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De beoordeling
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Zaanstad

Zaaknr./rolnr.: 10774562 \ CV EXPL 23-3692

Uitspraakdatum: 1 februari 2024

Tussenvonnis in de zaak van:

de besloten vennootschap

Select Car Lease B.V.

gevestigd te Harderwijk

de eisende partij

gemachtigde: Jongejan Wisseborn gerechtsdeurwaarders

tegen

[gedaagde]

wonende te [woonplaats]

de gedaagde partij

niet verschenen

1 De procedure

1.1.

De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.

2 De beoordeling

2.1.

De eisende partij vordert veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van € 500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 25 oktober 2023. Daarnaast vordert zij veroordeling van de gedaagde partij in de proceskosten.

(pre)contractuele informatieplichten

2.2.

De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument, anders dan een overeenkomst op afstand of buiten de verkoopruimte gesloten. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet de handelaar voldoen aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van artikel 6:230l aanhef en onder a, b, c, d en f van het Burgerlijk Wetboek (BW). Dit ter bescherming van de consument. De handelaar moet gemotiveerd stellen en onderbouwen dat aan deze plichten is voldaan. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1677).

2.3.

De kantonrechter is van oordeel dat de eisende partij voldoende heeft toegelicht en onderbouwd dat is voldaan aan de informatieplichten.

Ambtshalve toetsing van algemene voorwaarden: Algemene voorwaarden Select Car Lease B.V. 2020

2.4.

De kantonrechter moet ambtshalve beoordelen of op de overeenkomst met de gedaagde partij algemene voorwaarden van toepassing zijn en zo ja, of daarin geen bedingen zijn opgenomen die oneerlijk zijn ten opzichte van een consument, in de zin van artikel 3 van de

Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (hierna: de richtlijn). Dit artikel is in het Nederlandse recht tot uitdrukking gebracht in artikel 6:233 onder a van het Burgerlijk Wetboek (BW), waarin kort gezegd is bepaald dat een beding dat onredelijk bezwarend is, vernietigbaar is.

2.5.

De kantonrechter moet in dit verband beoordelen of bedingen, waaraan een consument gebonden is zonder dat daarover afzonderlijk is onderhandeld, in strijd met de goede trouw het evenwicht tussen de uit de overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen van partijen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoren. In dat geval moet de kantonrechter daar consequenties aan verbinden, met de bedoeling dat de consument erop kan vertrouwen dat de ‘kleine lettertjes’ niet oneerlijk voor hem uitpakken – en dat hij wordt beschermd als hij zijn handtekening heeft gezet onder een overeenkomst waarin oneerlijke bedingen blijken te zijn opgenomen.

2.6.

De kantonrechter voegt hier nog aan toe dat het gaat om een beoordeling van de bedongen afspraken, die de rechten en plichten van partijen over en weer vastleggen en waar de consument door het sluiten van de overeenkomst contractueel aan kan worden gehouden. Of de eisende partij de consument ook daadwerkelijk aan die afspraken houdt, of in de praktijk alleen naleving van wettelijke bepalingen verlangt, is in dit verband niet relevant. De omstandigheid dat een eisende partij alleen een beroep doet op wettelijke bepalingen ontslaat de kantonrechter namelijk niet van de verplichting om ambtshalve te toetsen. In dat laatste geval heeft de eisende partij ook geen recht op de gevorderde wettelijke vergoeding.[_75a8523e-403d-4d03-af4c-346c5ed99335] Dat geldt voor de gevorderde hoofdsom, maar ook voor bijkomende vorderingen, zoals de gevorderde vergoedingen voor gemaakte buitengerechtelijke incassokosten of rente.

2.7.

Samenvattend moet de kantonrechter in iedere procedure over ieder onderdeel van de vordering beoordelen of daarover in de algemene voorwaarden afspraken zijn gemaakt en of die afspraken al dan niet eerlijk zijn ten opzichte van de consument. Als de kantonrechter oordeelt dat een contractuele afspraak niet eerlijk is, moet het beding worden vernietigd en moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen (ook als de eisende partij in de procedure een beroep doet op wettelijke bepalingen in plaats van op die contractuele afspraak).

Buitengerechtelijke incassokosten

2.8.

De eisende partij maakt aanspraak op vergoeding van gemaakte buitengerechtelijke incassokosten. In artikel 13 onder I van de algemene voorwaarden is daarover een beding opgenomen. Dat luidt als volgt:

“Indien Lessee, na tot betaling te zijn aangemaand, nalatig blijft de vordering te voldoen, is Lessor gerechtigd de invordering uit handen te geven, in welk geval Lessee naast het alsdan verschuldigde totale bedrag tevens gehouden is tot vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten, waarvan de hoogte wordt gesteld op tenminste 15% van de hoofdsom met dien verstande dat deze minimaal € 75,- bedragen. Indien Lessor aantoont hogere kosten te hebben gemaakt, welke redelijkerwijs noodzakelijk waren, komen ook deze voor vergoeding in aanmerking. Tevens is Lessee gehouden, in het geval van gerechtelijke kosten, daaronder ook begrepen de daadwerkelijke door Lessor gemaakte gerechtelijke kosten, daaronder ook begrepen de daadwerkelijke gemaakte kosten voor juridische bijstand te vergoeden.”

2.10.

Het beding wijkt af van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De bedongen vergoeding van tenminste 15% en minimaal € 75,00 is immers hoger dan de vergoeding die volgt uit het Besluit. In artikel 2 lid 1 van het Besluit staat dat de vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten 15% bedraagt van het bedrag van de hoofdsom van de vordering over de eerste € 2.500,00 van de vordering, met een minimum van € 40,00. Daarnaast is het in rekening brengen van hogere kosten als de eisende partij hogere kosten heeft gemaakt, zoals ook is bedongen in artikel 13 onder I, in strijd met het Besluit en daarmee oneerlijk. Tot slot zijn de incassokosten op grond van artikel 13 onder I van de algemene voorwaarden al verschuldigd zodra de consument tot ‘betaling is aangemaand’, terwijl artikel 6:96 lid 6 van het Burgerlijk Wetboek voorschrijft dat de incassokosten pas ná het verstrijken van de in de veertiendagenbrief genoemde termijn verschuldigd worden. Op basis van het voorgaande wordt artikel 13 onder I van de algemene voorwaarden vermoed oneerlijk te zijn.

2.11.

Gelet op het voorgaande is de kantonrechter voornemens om het beding te vernietigen vanwege het oneerlijke karakter. De eisende partij krijgt de gelegenheid om zich hierover uit te laten.

2.12.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

verwijst de zaak naar de rol van 29 februari 2024 om bij akte de stellingen in de dagvaarding nader toe te lichten door de inlichtingen te verstrekken zoals hiervoor is overwogen;

3.2.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Kruithof en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Wetsartikelen in deze uitspraak

Deze uitspraak verwijst naar

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.