Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Noord-Holland, 10 januari 2024

ECLI:NL:RBNHO:2024:142Zaaknummer 10805323 \ CV EXPL 23-7566

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
10 januari 2024
Publicatiedatum
22 januari 2024
Zaaknummer
10805323 \ CV EXPL 23-7566
Rechtsgebied
Civiel recht, Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Verstek
Zittingsplaats
Haarlem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verstek. De gedaagde partij wordt niet aangemerkt als consument in de zin van artikel 6:230g lid 1 sub a BW, waardoor de kantonrechter niet aan de informatieplichten zal toetsen. De vordering wordt toegewezen, omdat deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt. Proceskosten komen voor rekening van de gedaagde partij.

3. De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van een bedrag gelijk aan 75% van de openstaande studiekosten, te weten € 6.371,40, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 24 september 2021 tot aan de dag van de gehele betaling;

3.2.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:

€ 107,84 wegens dagvaardingskosten,

€ 514,00 wegens griffierecht en

€ 330,00 wegens salaris gemachtigde, te vermeerderen met de wettelijke rente vermeerderd met de wettelijke rente over de proceskosten vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;

3.3.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van € 132,00 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de eisende partij worden gemaakt, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;

3.4.

verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

3.5.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Kruithof en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Volledige tekst

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 10805323 \ CV EXPL 23-7566

Uitspraakdatum: 10 januari 2024

Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Olympia Uitzendbureau B.V.

gevestigd te Amsterdam

de eisende partij

gemachtigde: mr. B. Desaunois

tegen

[gedaagde]

wonende te [plaats]

de gedaagde partij

niet verschenen

1 De procedure

1.1.

De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.

2 De beoordeling

2.1.

De eisende partij vordert veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van

€ 6.371,40, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag. Daarnaast vordert zij veroordeling van de gedaagde partij in de proceskosten en nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

2.2.

De kantonrechter stelt op basis van de door de eisende partij overgelegde stukken vast dat de gedaagde partij bij het aangaan van de overeenkomst heeft gehandeld voor doeleinden binnen zijn beroep en/of bedrijf. De gedaagde partij is aldus niet aan te merken als een consument als bedoeld in artikel 6:230g lid 1 sub a van het Burgerlijk Wetboek. Om die reden zal de kantonrechter niet ambtshalve toetsen of bij het aangaan van de overeenkomst is voldaan aan de informatieplichten van afdeling 2B, titel 5 van Boek 6 BW.

2.3.

De vordering zal worden toegewezen, omdat deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt. Dat geldt ook voor de gevorderde wettelijke rente.

2.4.

De gedaagde partij wordt in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. Ook de nakosten komen voor rekening van de gedaagde partij, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de eisende partij worden gemaakt. De gevorderde rente over de proces- en de nakosten zal worden toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.

3. De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van een bedrag gelijk aan 75% van de openstaande studiekosten, te weten € 6.371,40, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 24 september 2021 tot aan de dag van de gehele betaling;

3.2.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:

€ 107,84 wegens dagvaardingskosten,

€ 514,00 wegens griffierecht en

€ 330,00 wegens salaris gemachtigde, te vermeerderen met de wettelijke rente vermeerderd met de wettelijke rente over de proceskosten vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;

3.3.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van € 132,00 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de eisende partij worden gemaakt, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;

3.4.

verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

3.5.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Kruithof en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.