Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Noord-Holland, 27 november 2024

ECLI:NL:RBNHO:2024:13452Zaaknummer 11229324

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
27 november 2024
Publicatiedatum
13 februari 2025
Zaaknummer
11229324
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Bodemzaak, Beschikking
Zittingsplaats
Haarlem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Luchtvaart; EPGV; verzochte compensatie reeds betaald

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

wijst het verzochte af;

5.2.

veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de vervoerder tot en met vandaag worden begroot op € 135,00 aan salaris gemachtigde

en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 67,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.W. Koenis, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het procesverloop
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het geschil
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 11229324 \ CV FORM 24-5263

Uitspraakdatum: 27 november 2024

Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:

[verzoeker 1], wonende te [plaats 1] (Duitsland)

[verzoeker 2], wonende te [plaats 2] (Litouwen)

verzoekende partij

verder te noemen: de passagiers

gemachtigde: [gemachtigde] (Yource B.V.)

tegen

de rechtspersoon naar buitenlands recht

AS Air Baltic

gevestigd te Riga (Letland)

verwerende partij

verder te noemen: de vervoerder

1 Het procesverloop

Dit verloop blijkt uit:

  • het vorderingsformulier (formulier A), ingekomen ter griffie op 8 juli 2024;
  • het antwoordformulier (formulier C), ingekomen ter griffie op 12 september 2024.

2 De feiten

2.1.

De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder hen op 19 juni 2023 moest vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Vilnius Airport (Litouwen), met vlucht KL2845 (hierna: de vlucht).

2.2.

De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd.

2.3.

De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder verzocht.

2.4.

De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3 Het geschil

3.1.

De passagiers verzoeken de vervoerder te veroordelen tot betaling van:

- € 500,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 juni 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;

- € 90,75 aan buitengerechtelijke incassokosten, althans een in redelijke justitie door de rechtbank te bepalen bedrag, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.

3.2.

De passagiers baseren het verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,00 per passagier (artikel 7 van de Verordening).

3.3.

De vervoerder betwist het verzochte. Op zijn verweer wordt – voor zover relevant – bij de beoordeling van het geschil ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.

4.2.

De vervoerder stelt dat hij de gevorderde compensatie al op 29 juni 2023 heeft overgemaakt naar het bankrekeningnummer van een van de passagiers (zie het overgelegde bankafschrift). Dit betoog van de vervoerder slaagt. Hij heeft het voldoende aannemelijk gemaakt dat hij de gevorderde compensatie al aan de passagiers heeft voldaan. Het verzoek van de passagiers zal daarom worden afgewezen.

4.3.

De passagiers worden in het ongelijk gesteld. Daarom worden zij veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover de vervoerder daadwerkelijk nakosten zal maken.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

wijst het verzochte af;

5.2.

veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de vervoerder tot en met vandaag worden begroot op € 135,00 aan salaris gemachtigde

en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 67,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.W. Koenis, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.