Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Noord-Holland, 11 december 2024

ECLI:NL:RBNHO:2024:12059Zaaknummer 10853375 CV EXPL 23-8287

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
11 december 2024
Publicatiedatum
18 december 2024
Zaaknummer
10853375 CV EXPL 23-8287
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Bodemzaak
Zittingsplaats
Haarlem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Vordering tot terugbetaling afgewezen. Geen onverschuldigde betaling, rechtsgrond is ongewijzigd gebleven.

5 De beslissing

De kantonrechter

in conventie

5.1.

wijst de vorderingen van [eiser] af,

in reconventie

5.2.

wijst de vorderingen van [gedaagde] af,

in conventie en in reconventie

5.3.

compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.E. Oomens en in het openbaar uitgesproken op 11 december 2024.

De griffier De kantonrechter

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het geschil
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Haarlem

Zaaknummer: 10853375 \ CV EXPL 23-8287

Vonnis van 11 december 2024

in de zaak van

[eiser],

wonende te [plaats],

eisende partij in conventie,

verwerende partij in reconventie,

hierna te noemen: [eiser],

gemachtigde: mr. P.A.J. Raaijmaakers,

tegen

[gedaagde],

wonende op een geheim adres,

gedaagde partij in conventie,

eisende partij in reconventie,

hierna te noemen: [gedaagde],

procederend in persoon.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de conclusie van antwoord in conventie/eis in reconventie

- de conclusie van antwoord in reconventie- de mondelinge behandeling van 12 november 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiser] heeft in de periode december 2019 tot en met oktober 2021 [gedaagde] mondeling verzocht om diverse werkzaamheden in en om zijn woning uit te voeren. Partijen hebben daarbij een uurtarief van € 22,50 afgesproken.

2.2.

[eiser] heeft aan [bedrijf] B.V. verzocht om te beoordelen hoeveel arbeidsuren gemoeid zouden moeten geweest met de door [gedaagde] uitgevoerde werkzaamheden. [eiser] heeft daarbij de uitgevoerde werkzaamheden zelf aangewezen; [gedaagde] is bij het opstellen van de rapportage niet betrokken geweest. [bedrijf] B.V. heeft geconcludeerd dat 279 uren gemoeid zijn met de aangewezen werkzaamheden. Bij een uurtarief van € 22,50 komt dat neer op een bedrag van € 6.277,50.

3 Het geschil

in conventie

3.1.

[eiser] vordert – samengevat – veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 22.123,50, vermeerderd met rente en kosten. [eiser] stelt € 28.401,50 aan [gedaagde] te hebben betaald terwijl de werkzaamheden slechts € 6.277,50 waard zijn. Ook vordert [eiser] de kosten voor het opstellen van de rapportage, zijnde € 689,70.

3.2.

[gedaagde] stelt dat partijen niet één enkele overeenkomst hebben afgesloten maar meerdere kleine overeenkomsten voor diverse uiteenlopende werkzaamheden. De werkzaamheden werden soms dagelijks, soms wekelijks en soms maandelijks afgerekend. [eiser] kwam steeds weer met nieuwe werkzaamheden die hij uitgevoerd wilde hebben. [gedaagde] voert verder aan dat [eiser] zijn vordering niet heeft onderbouwd of bewezen alsmede dat hij niet heeft voldaan aan de substantiëringplicht. Zo heeft [eiser] het uitgebreide verweer van [gedaagde] niet opgenomen in de dagvaarding.

in reconventie

3.3.

[gedaagde] vordert – samengevat – veroordeling van [eiser] tot betaling van € 22.123,50 aan (im)materiële schadevergoeding wegens laster, smaad, reputatieschade en psychische schade.

3.4.

[eiser] betwist dat [gedaagde] schade heeft geleden en voert aan dat het entameren van een rechtszaak niet kan worden beschouwd als laster, smaad of anderszins.

3.5.

Op de stellingen van partijen, zowel in conventie als in reconventie, wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4 De beoordeling

in conventie en reconventie

4.1.

Gezien de samenhang van de vorderingen in conventie en reconventie, worden deze gezamenlijk behandeld.

4.2.

De vorderingen in conventie worden afgewezen. Uit artikel 6:203 BW volgt namelijk dat degene die zonder rechtsgrond een betaling heeft verricht (bijvoorbeeld omdat geen verbintenis aanwezig is of deze met terugwerkende kracht is komen te vervallen) betaling kan terugvorderen. [eiser] heeft gesteld dat [gedaagde] aanzienlijk meer in rekening heeft gebracht dan gerechtvaardigd is gezien de verrichte werkzaamheden. Hij heeft zich dat pas achteraf gerealiseerd. Dit betekent echter niet dat de betalingen (waarvan de hoogte niet vaststaat) zonder rechtsgrond zijn verricht. [eiser] heeft immers gewoon opdracht gegeven voor de werkzaamheden, hiervoor telkens betaald en vervolgens weer nieuwe opdrachten tot het verrichten van werkzaamheden gegeven. [gedaagde] was, zo begrijpt de kantonrechter de stellingen van partijen, een manusje van alles die allerlei kortdurende klusjes voor [eiser] deed die ook steeds werden afgerekend. Dat [eiser] [gedaagde] achteraf te duur vindt, maakt dat niet anders. Overigens staat niet alleen de hoogte van de betalingen, maar ook de omvang van de werkzaamheden niet vast. Ook het zogenoemde deskundigenrapport voldoet niet, omdat het eenzijdig is opgesteld. Dat een ander stelt werkzaamheden sneller te kunnen uitvoeren, wat daar verder ook van zij, laat de afspraken tussen [eiser] en [gedaagde] bovendien onverlet. Reeds daarom komen de gemaakte kosten voor het zogenoemde deskundigenrapport niet voor vergoeding in aanmerking.

4.3.

De kantonrechter komt gezien het voorgaande ook niet toe aan het door [eiser] gedane bewijsaanbod voor het overleggen van schriftelijke bescheiden. Daarbij wijst de kantonrechter erop dat [eiser] in het licht van de goede procesorde al bij dagvaarding en voorafgaande aan de zitting stukken had moeten overleggen ter onderbouwing van zijn stellingen. Uitgangspunt is dat de kantonrechter na de mondelinge behandeling uitspraak kan doen. Hiervoor is vereist dat uiterlijk aan het eind van de mondelinge behandeling alle benodigde informatie over een zaak op tafel ligt.

4.3.

De vordering van [gedaagde] in reconventie wordt afgewezen omdat deze op geen enkele wijze is onderbouwd.

4.4.

Gezien de samenhang van de vorderingen in conventie en reconventie en dat deze over en weer zijn afgewezen, compenseert de kantonrechter de proceskosten in die zin dat ieder partij de eigen proceskosten draagt.

5 De beslissing

De kantonrechter

in conventie

5.1.

wijst de vorderingen van [eiser] af,

in reconventie

5.2.

wijst de vorderingen van [gedaagde] af,

in conventie en in reconventie

5.3.

compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.E. Oomens en in het openbaar uitgesproken op 11 december 2024.

De griffier De kantonrechter

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.