Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Noord-Holland, 8 februari 2023

ECLI:NL:RBNHO:2023:964Zaaknummer 9607011 \ CV EXPL 21-8746

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
8 februari 2023
Publicatiedatum
2 maart 2023
Zaaknummer
9607011 \ CV EXPL 21-8746
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Op tegenspraak
Zittingsplaats
Haarlem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Luchtvaartzaak. Eerste deel van de vlucht was vertraagd, maar door vertraging van de aansluitende vlucht was er voldoende overstaptijd. De passagiers hebben niet gesteld waarom zij zich desondanks niet tijdig bij de gate hebben gemeld voor de aansluitende vlucht.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

wijst de vordering af;

6.2.

veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 264,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 [passagier sub 1]
  2. 1 Het procesverloop
  3. 2 De feiten
  4. 3 De vordering
  5. 4 Het verweer
  6. 5 De beoordeling
  7. 6 De beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 9607011 \ CV EXPL 21-8746

Uitspraakdatum: 8 februari 2023

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

1 [passagier sub 1]

wonende te [woonplaats] (Oekraïne)

2. [passagier sub 2]

wonende te [woonplaats]

eisers

hierna gezamenlijk te noemen de passagiers

gemachtigde mr. R.A.C. Telkamp (EUclaim B.V.)

tegen

de rechtspersoon naar buitenlands recht

Lot Polish Airlines Polskie Linie Lotnicze Lot

gevestigd te Warschau (Polen)

gedaagde

hierna te noemen de vervoerder

gemachtigde A. Rotchimmel en A. Palicka

1 Het procesverloop

1.1.

De passagiers hebben bij dagvaarding van 13 september 2021 een vordering tegen de vervoerder ingesteld. De vervoerder heeft schriftelijk geantwoord.

1.2.

De passagiers hebben hierop schriftelijk gereageerd, waarna de vervoerder een schriftelijke reactie heeft gegeven. De passagiers hebben zich bij akte uitgelaten over (de producties bij) de schriftelijke reactie van de vervoerder.

2 De feiten

2.1.

De passagiers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder de passagiers diende te vervoeren van Odessa (Oekraïne) naar Warschau (Polen) op 5 oktober 2019 met vluchtnummer LO768 (hierna: de vlucht) en aansluitend op dezelfde dag van Warschau naar Amsterdam met vlucht LO267.

2.2.

De vlucht is vertraagd uitgevoerd. De passagiers hebben de aansluitende vlucht naar Amsterdam gemist. Zij zijn omgeboekt naar een andere vlucht, waarmee zij met een vertraging van 3 uur en 12 minuten te Amsterdam zijn aangekomen.

2.3.

EUclaim B.V. heeft namens de passagiers compensatie van de vervoerder gevorderd in verband met voornoemde vertraging.

2.4.

De vervoerder heeft geweigerd tot betaling over te gaan.

3 De vordering

3.1.

De passagiers vorderen dat de vervoerder bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 800,00, vermeerderd met de wettelijke rente;- € 181,50 dan wel € 145,20 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.

3.2.

De passagiers hebben aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder vanwege de vertraging van de vlucht gehouden is hen te compenseren conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 400,00 per passagier.

4 Het verweer

4.1.

De vervoerder betwist de vordering en doet een beroep op (doorwerking van) buitengewone omstandigheden, die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. Voorts betoogt de vervoerder dat de vertraging van de vlucht de passagiers niet heeft verhinderd om de overstap op haar aansluitende vlucht te kunnen halen. Het is dan ook aan de passagiers zelf te wijten dat zij de overstap hebben gemist, aldus de vervoerder.

5 De beoordeling

5.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

5.2.

De kantonrechter zal allereerst ingaan op het verweer van de vervoerder dat alleen de passagiers niet op tijd bij de gate voor de aansluitende vlucht aanwezig waren. Volgens de vervoerder hadden de andere passagiers geen probleem met de overstap en hebben zij de aansluitende vlucht LO267 gehaald zoals gepland. De passagiers betwisten dat zij nog in staat waren om vlucht LO267 te halen.

5.3.

Vast staat dat de vlucht gepland stond om aan te komen in Warschau om 15:35 uur lokale tijd en dat de aansluitende vlucht gepland stond om te vertrekken om 16:45 uur lokale tijd. De geplande overstaptijd in Warschau bedroeg dus 70 minuten. Voorts staat vast dat de vlucht met een vertraging van 37 minuten is uitgevoerd en om 16:12 uur lokale tijd te Warschau is geland. Partijen verschillen van mening over de minimale overstaptijd (MCT) te Warschau. Deze bedraagt volgens de vervoerder 30 minuten en volgens de passagiers 35 minuten. De kantonrechter oordeelt dat, ook indien van een minimale overstaptijd van 35 minuten moet worden uitgegaan, dit de passagiers niet kan baten. Daartoe wordt als volgt overwogen.

5.4.

De vervoerder heeft een schermafbeelding overgelegd van de website “Flightstats.com”, waaruit blijkt dat de aansluitende vlucht LO267 een vertrekvertraging had van 15 minuten. De passagiers hebben betwist dat de gate ook daadwerkelijk 15 minuten langer open was. De passagiers hebben echter niet betwist dat zij de enige passagiers van vlucht LO768 waren die de aansluitende vlucht niet hebben gehaald. Gelet hierop, gecombineerd met de vluchtgegevens van de aansluitende vlucht van voormelde website, is voldoende aannemelijk dat de werkelijke overstaptijd genoeg was om de aansluitende vlucht, ondanks de vertraging van het eerste deel van de vlucht, te kunnen halen. De passagiers hebben niet gesteld waarom zij zich desondanks niet tijdig bij de gate hebben gemeld voor vlucht LO267. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, is niet komen vast te staan dat de vertraging op de eindbestemming het gevolg is geweest van de vertraagde uitvoering van het eerste deel van de vlucht. De kantonrechter wijst de vordering van de passagiers dan ook af. De overige verweren van de vervoerder behoeven geen bespreking meer.

5.5.

De proceskosten komen voor rekening van de passagiers, omdat zij ongelijk krijgen.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

wijst de vordering af;

6.2.

veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 264,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.