Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Noord-Holland, 19 juni 2023
ECLI:NL:RBNHO:2023:5921Zaaknummer 10317083 BM VERZ 23-287
- Instantie
- Rechtbank Noord-Holland
- Datum uitspraak
- 19 juni 2023
- Publicatiedatum
- 12 juli 2023
- Zaaknummer
- 10317083 BM VERZ 23-287
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
- Zittingsplaats
- Haarlem
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Het enkele feit dat de administratieve last die behoort bij de werkzaamheden van een bewindvoerder verzoekers zwaar valt, maakt naar het oordeel van de kantonrechter niet dat de noodzaak van het bewind komt te vervallen.
beslissing
De kantonrechter wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. E. Kanninga-Jonker, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Volledige tekst
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Haarlem
Zaaknummer: 10317083 BM VERZ 23-287 SB
Uitspraakdatum: 19 juni 2023
Beschikking van de kantonrechter
op verzoek van:
[verzoeker],
geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedatum 1] 1956
en
[verzoekster],
geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedatum 2] 1964,
van wie beiden het adres bekend is bij deze rechtbank,
hierna ook te noemen: verzoekers,
in het bewind van
[betrokkene],
geboren te [geboorteplaats 3] op [geboortedatum 3] 1999,
van wie het adres bekend is bij deze rechtbank,
hierna ook te noemen: betrokkene.
procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van het verzoek in het formulier vijfjaarlijkse evaluatie, ter griffie ingekomen op 17 november 2022.
Op 15 mei 2023 heeft een mondelinge behandeling van het verzoek plaatsgevonden.
beoordeling
Het verzoek strekt tot opheffing van het bij beschikking van 15 november 2017 ingestelde bewind over de goederen die aan betrokkene (zullen) toebehoren.
Verzoekers voeren aan dat het jaarlijks afleggen van rekening en verantwoording aan de kantonrechter hen zwaar valt. Het opmaken van het verslag kost verzoekers veel tijd en moeite en zij ervaren de werkzaamheden als een blok aan hun been. Voortaan wensen zij de financiële zaken van betrokkene te regelen zonder tussenkomst van de kantonrechter.
De kantonrechter dient te beoordelen of de noodzaak van het bewind nog altijd bestaat. Naar het oordeel van de kantonrechter is dit het geval. Gebleken is dat de omstandigheden en geestelijke toestand van betrokkene niet zijn gewijzigd sinds de instelling van het bewind. De gronden die bij instelling van het bewind aanleiding gaven een beschermingsmaatregel in te stellen zijn nog altijd aanwezig. Uit de medische stukken en de toelichting van verzoekers ter zitting is gebleken dat betrokkene zich begeeft in het maatschappelijk verkeer en dat de wens bestaat dat betrokkene op den duur kan gaan wonen in een voor hem geschikte instelling/woning. Onder deze omstandigheden dient betrokkene beschermd te worden nu hij zijn eigen vermogensrechtelijke belangen niet kan behartigen. De huidige beschermingsmaatregel biedt hierin een passende bescherming. Het enkele feit dat de administratieve last die behoort bij de werkzaamheden van een bewindvoerder verzoekers zwaar valt, maakt naar het oordeel van de kantonrechter niet dat de noodzaak van het bewind komt te vervallen. De kantonrechter zal het verzoek daarom afwijzen.
beslissing
De kantonrechter wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. E. Kanninga-Jonker, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.