Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Noord-Holland, 11 januari 2023

ECLI:NL:RBNHO:2023:536Zaaknummer 10089301 CV EXPL 22-5402

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
11 januari 2023
Publicatiedatum
14 februari 2023
Zaaknummer
10089301 CV EXPL 22-5402
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Op tegenspraak
Zittingsplaats
Haarlem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Betalingsverplichting op grond van de tussen partijen geldende zorgverzekeringsovereenkomst.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 445,35, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 445,35 vanaf 29 augustus 2022 tot aan de dag van de gehele betaling;

5.2.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:

dagvaarding € 129,74;

griffierecht € 128,00;

salaris gemachtigde € 150,00;

5.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. I. de Greef en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het procesverloop
  2. 2 De vordering
  3. 3 Het verweer
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 10089301 CV EXPL 22-5402

Uitspraakdatum: 11 januari 2023

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

de naamloze vennootschap Zilveren Kruis Zorgverzekeringen N.V.

gevestigd te Utrecht

de eisende partij

gemachtigde: GGN Mastering Credit B.V.

tegen

[gedaagde]

wonende te [woonplaats]

de gedaagde partij

procederend in persoon

1 Het procesverloop

1.1.

De eisende partij heeft bij dagvaarding van 29 augustus 2022 een vordering tegen de gedaagde partij ingesteld. De gedaagde partij heeft schriftelijk geantwoord.

1.2.

De eisende partij heeft hierop schriftelijk gereageerd. Hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft de gedaagde partij niet meer gereageerd.

2 De vordering

2.1.

De eisende partij vordert dat de kantonrechter de gedaagde partij veroordeelt tot betaling van € 445,35, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 augustus 2022 tot aan de dag van algehele voldoening. Daarnaast vordert de eisende partij veroordeling van de gedaagde partij in de proceskosten. Zij legt het volgende aan de vordering ten grondslag.

2.2.

De gedaagde partij is met de eisende partij een zorgverzekeringsovereenkomst aangegaan. Op grond van deze overeenkomst heeft de eisende partij van de gedaagde partij opeisbaar te vorderen gekregen een bedrag van € 565,27. Ondanks herhaalde aanmaning heeft de gedaagde partij nagelaten het bedrag volledig te voldoen.

3 Het verweer

3.1.

De gedaagde partij betwist de vordering. Hij voert aan – samengevat – dat hij niet in staat is de vordering te voldoen omdat hij in de bijstand zit. De gedaagde partij heeft diverse malen bij de eisende partij aangegeven dat hij wegens financiële omstandigheden de vordering niet kan voldoen. Naar aanleiding van de dagvaarding heeft de gedaagde partij nog geprobeerd een betalingsregeling te treffen, maar dit was volgens de eisende partij niet meer mogelijk.

4 De beoordeling

4.1.

Naar aanleiding van het verweer van de gedaagde partij heeft de eisende partij de vordering verder onderbouwd. Daarbij is ook ingegaan op het verweer van de gedaagde partij.

4.2.

De eisende partij heeft gesteld dat zij herhaalde malen op verzoek van de gedaagde partij betalingsregelingen met hem heeft getroffen, maar deze zijn door de gedaagde partij niet correct nagekomen. De door de gedaagde partij aangevoerde financiële omstandigheden zijn zeer spijtig, maar zij ontslaan hem niet van zijn betalingsverplichtingen tegenover de eisende partij. Indien de gedaagde partij (wederom) een betalingsregeling wil treffen, dient hij contact op te nemen met de eisende partij, dan wel diens gemachtigde.

4.3.

Nu uit de onderbouwing van de eisende partij blijkt hoe de vordering van de eisende partij is opgebouwd en de gedaagde partij daarop niet meer heeft gereageerd en daar dus ook geen bezwaren tegen heeft aangevoerd, zal de kantonrechter de vordering van de eisende partij toewijzen. De wettelijke rente over de hoofdsom is toewijsbaar vanaf 29 augustus 2022.

4.4.

De proceskosten komen voor rekening van de gedaagde partij, omdat hij ongelijk krijgt.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 445,35, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 445,35 vanaf 29 augustus 2022 tot aan de dag van de gehele betaling;

5.2.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:

dagvaarding € 129,74;

griffierecht € 128,00;

salaris gemachtigde € 150,00;

5.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. I. de Greef en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.