Uitspraak · Verbintenissenrecht
Rechtbank Noord-Holland, 19 april 2023
ECLI:NL:RBNHO:2023:3771Zaaknummer 10398470 CV EXPL 23-1552
- Instantie
- Rechtbank Noord-Holland
- Datum uitspraak
- 19 april 2023
- Publicatiedatum
- 2 juni 2023
- Zaaknummer
- 10398470 CV EXPL 23-1552
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Verbintenissenrecht
- Procedure
- Tussenuitspraak
- Zittingsplaats
- Haarlem
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Tussenvonnis. Niet gebleken dat betalingstermijn van 30 dagen overeengekomen is. Geen fatale termijnen in de zin van 6:83 onder a BW. Toelichting verzuim.
3 De beslissing
De kantonrechter:
verwijst de zaak naar de rol van woensdag 17 mei 2023 om 10:00 uur voor het hiervoor vermelde doel;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.E. Oomens en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10398470 CV EXPL 23-1552 /
Uitspraakdatum: 19 april 2023
Tussenvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de besloten vennootschap Infomedics B.V.
gevestigd te Almere
de eisende partij
hierna te noemen: de eisende partij
gemachtigde: Yards Deurwaardersdiensten B.V.
tegen
[gedaagde]
wonende te [plaats]
de gedaagde partij
hierna te noemen: de gedaagde partij
niet verschenen
1 Het procesverloop
De eisende partij heeft bij dagvaarding van 14 februari 2023 een vordering tegen de gedaagde partij ingesteld. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend
2 De beoordeling
De eisende partij maakt onder meer aanspraak op vergoeding van wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten. Ter onderbouwing van haar vordering stelt de eisende partij dat de gedaagde partij 30 dagen na de datum van de desbetreffende nota in verzuim is geraakt, omdat op de nota een fatale betalingstermijn wordt gehanteerd. Een betaaltermijn op een factuur is op zichzelf echter geen fatale termijn als bedoeld in artikel 6:83 aanhef en onder a BW. Daarvoor is in beginsel een voor nakoming overeengekomen termijn vereist. Uit het lichaam van de dagvaarding en de overgelegde producties blijkt niet dat partijen de betalingstermijn van 30 dagen zijn overeengekomen, zodat het voor de kantonrechter onduidelijk is of en zo ja, wanneer de gedaagde partij in verzuim is geraakt.
De eisende partij wordt daarom in de gelegenheid gesteld om bij akte op het voorgaande een nadere toelichting te geven.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
3 De beslissing
De kantonrechter:
verwijst de zaak naar de rol van woensdag 17 mei 2023 om 10:00 uur voor het hiervoor vermelde doel;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.E. Oomens en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.