Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Noord-Holland, 15 maart 2023

ECLI:NL:RBNHO:2023:2963Zaaknummer 9847756 \ CV EXPL 22-2591

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
15 maart 2023
Publicatiedatum
16 mei 2023
Zaaknummer
9847756 \ CV EXPL 22-2591
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Op tegenspraak
Zittingsplaats
Haarlem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Luchtvaartclaim. Geen geslaagd beroep op buitengewone omstandigheden. Buitengewone omstandigheden onvoldoende onderbouwd.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

veroordeelt de vervoerder tot betaling aan AirHelp van € 600,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 3 december 2021 tot aan de dag der algehele voldoening van dit bedrag;

5.2.

veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van AirHelp tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:

dagvaarding € 125,03;griffierecht € 322,00; salaris gemachtigde € 264,00; vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening;

5.3.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het procesverloop
  2. 2 De feiten
  3. 3 De vordering en het verweer
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 9847756 \ CV EXPL 22-2591

Uitspraakdatum: 15 maart 2023

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

de rechtspersoon naar buitenlands recht

AirHelp Germany GmbH

gevestigd te Berlijn (Duitsland)

eiseres

hierna te noemen AirHelp

gemachtigde mr. D.E. Lof (Lof Legal Services)

tegen

de rechtspersoon naar buitenlands recht

Turk Havayollari A.O.

gevestigd te Ankara (Turkije) en kantoorhoudende te Schiphol

gedaagde

hierna te noemen de vervoerder

gemachtigde mr. H. Bulut-Yazir

1 Het procesverloop

1.1.

AirHelp heeft bij dagvaarding van 11 april 2022 een vordering tegen de vervoerder ingesteld. De vervoerder heeft schriftelijk geantwoord.

1.2.

AirHelp heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna de vervoerder een schriftelijke reactie heeft gegeven.

2 De feiten

2.1.

[de passagier] (hierna: de passagier) heeft een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder de passagier diende te vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport via Istanbul Havalimani Airport (Turkije) naar Yuzhny Airport (Rusland) op 3 december 2021.

2.2.

Vlucht TK1958 van Amsterdam-Schiphol Airport naar Istanbul Havalimani Airport (hierna: de vlucht) is geannuleerd.

2.3.

De passagier heeft zijn vermeende vordering overgedragen aan AirHelp.

2.4.

AirHelp heeft compensatie van de vervoerder gevorderd in verband met voornoemde annulering.

2.5.

De vervoerder heeft geweigerd tot betaling over te gaan.

3 De vordering en het verweer

3.1.

AirHelp vordert dat de vervoerder bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 600,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening; - de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.

3.2.

AirHelp heeft aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). AirHelp stelt dat de vervoerder vanwege de annulering van de vlucht gehouden is te compenseren conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 600,00.

3.3.

De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt - voor zover relevant - bij de beoordeling ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

4.2.

Vast staat dat vlucht is geannuleerd. Nu gesteld noch gebleken is dat de vervoerder zich kan beroepen op artikel 5 lid 1 onder c van de Verordening, geldt er in beginsel een compensatieplicht voor de vervoerder. Dit is anders indien de vervoerder kan aantonen dat de annulering het gevolg is van buitengewone omstandigheden als bedoeld in artikel 5 lid 3 van de Verordening.

4.3.

De vervoerder heeft aangevoerd dat de onderhavige vlucht onderdeel uitmaakte van de rotatievlucht Istanbul-Amsterdam-Istanbul. Deze gehele rotatievlucht is geannuleerd vanwege de slechte weersomstandigheden te Istanbul. Ter onderbouwing verwijst de vervoerder naar het METAR-rapport.

4.4.

AirHelp betwist dat sprake is geweest van buitengewone omstandigheden en stelt dat de vervoerder de buitengewone omstandigheden onvoldoende heeft onderbouwd. Zo heeft de vervoerder geen vluchtrapport overgelegd. De kantonrechter volgt AirHelp is haar stelling. Doordat de vervoerder geen vluchtrapport van de onderhavige vlucht heeft overgelegd, valt niet na te gaan of de annulering van de vlucht is veroorzaakt door de aangevoerde slechte weersomstandigheden of dat er wellicht nog een andere oorzaak aan deze annulering ten grondslag heeft gelegen. Het is aan de vervoerder om voldoende gegevens te verstrekken, opdat de kantonrechter een oordeel kan vormen, hetgeen de vervoerder heeft nagelaten. Bovendien heeft de vervoerder niet toegelicht waarom de vlucht in kwestie alleen kon worden geannuleerd en niet, zoals AirHelp terecht stelt, met vertraging kon worden uitgevoerd. Het beroep van de vervoerder op buitengewone omstandigheden wordt dan ook verworpen. De kantonrechter komt daarom niet toe aan de beantwoording van de vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft genomen om de annulering als gevolg van de buitengewone omstandigheden te voorkomen dan wel de vertraging te beperken.

4.5.

De gevorderde wettelijke rente over de hoofdsom is als niet gemotiveerd weersproken toewijsbaar.

4.6.

De proceskosten komen voor rekening van de vervoerder, omdat hij ongelijk krijgt.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

veroordeelt de vervoerder tot betaling aan AirHelp van € 600,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 3 december 2021 tot aan de dag der algehele voldoening van dit bedrag;

5.2.

veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van AirHelp tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:

dagvaarding € 125,03;griffierecht € 322,00; salaris gemachtigde € 264,00; vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening;

5.3.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.