Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Noord-Holland, 25 januari 2023

ECLI:NL:RBNHO:2023:1128Zaaknummer 10011202 CV EXPL 22-4311

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
25 januari 2023
Publicatiedatum
24 februari 2023
Zaaknummer
10011202 CV EXPL 22-4311
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Bodemzaak
Zittingsplaats
Haarlem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Vordering tot betaling van de ziektekosten. Geen sprake van rauwelijks dagvaarding.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 262,36 te vermeerderen met de wettelijke rente over € 205,31 vanaf 7 juni 2022 tot aan de dag van de gehele betaling;

5.2.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:

dagvaarding € 129,74;

griffierecht € 128,00;

salaris gemachtigde € 150,00;

5.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. I. de Greef en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het procesverloop
  2. 2 De vordering
  3. 3 Het verweer
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 10011202 CV EXPL 22-4311

Uitspraakdatum: 25 januari 2023

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

de onderlinge waarborgmaatschappij met uitgesloten aansprakelijkheid Onderlinge Waarborgmaatschappij Zorgverzekeraar Zorg en Zekerheid U.A.

gevestigd te Leiden

de eisende partij

gemachtigde: Flanderijn

tegen

[gedaagde]

wonende in de gemeente [gemeente]

de gedaagde partij

procederend in persoon

1 Het procesverloop

1.1.

De eisende partij heeft bij dagvaarding van 7 juni 2022 een vordering tegen de gedaagde partij ingesteld. De gedaagde partij heeft zowel mondeling als schriftelijk geantwoord.

1.2.

De eisende partij heeft hierop schriftelijk gereageerd. Hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft de gedaagde partij niet meer gereageerd.

2 De vordering

2.1.

De eisende partij vordert dat de kantonrechter de gedaagde partij veroordeelt tot betaling van € 262,36, vermeerderd met de wettelijke rente over € 205,31 vanaf 7 juni 2022 tot en met de dag der algehele voldoening. Daarnaast vordert zij veroordeling van de gedaagde partij in de proceskosten.

2.2.

De eisende partij stelt dat tussen partijen een zorgverzekeringsovereenkomst bestaat (bestond) op grond waarvan de gedaagde partij bij de eisende partij verzekerd is (geweest). De gedaagde partij heeft ziektekosten gemaakt welke door de eisende partij zijn vergoed. Deze kosten komen voor een deel voor rekening van de gedaagde partij. De gedaagde partij is verzocht om het verschuldigd bedrag te voldoen, hetgeen zij heeft nagelaten.

3 Het verweer

3.1.

De gedaagde partij betwist de vordering. Op het verweer van de gedaagde partij wordt voor zover van belang bij de beoordeling van het geschil ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Naar aanleiding van het verweer van de gedaagde partij heeft de eisende partij de vordering verder onderbouwd. Daarbij is ook ingegaan op het verweer van de gedaagde partij.

4.2.

De gedaagde partij voert bij wijze van verweer aan dat zij geen nota’s en brieven heeft ontvangen. Voor zover de gedaagde partij hiermee heeft bedoeld te stellen dat zij rauwelijks is gedagvaard, overweegt de kantonrechter als volgt. Uit de processtukken blijkt dat de brieven zijn gericht aan het adres van de gedaagde partij. De kantonrechter ziet dan ook geen aanleiding om er aan te twijfelen dat deze brieven daadwerkelijk zijn verzonden. Het is ook niet waarschijnlijk dat de gedaagde partij geen van deze stukken heeft ontvangen.

4.3.

De gedaagde partij voert verder aan dat zij niet tevreden was met de medicijnen en dat zij ook niet wist dat zij een eigen bijdrage moest betalen en dat de apotheek haar hiervan ook niet op de hoogte heeft gesteld. De kantonrechter is met de eisende partij van oordeel dat gedaagde partij desalniettemin deze eigen bijdrage moet voldoen. Zij erkent immers de medicijnen bij de zorgverlener te hebben afgenomen. Dat zij niet tevreden is met deze medicijnen maakt dit niet anders en bovendien staat de eisende partij daar ook buiten.

4.4.

Nu de eisende partij de verweren van de gedaagde partij gemotiveerd heeft weerlegd en de gedaagde partij daarop niet meer heeft gereageerd en daar dus ook geen bezwaren tegen heeft aangevoerd, zal de kantonrechter de vordering van de eisende partij toewijzen. De wettelijke rente over de hoofdsom is toewijsbaar vanaf 7 juni 2022.

4.5.

De gevorderde buitengerechtelijk kosten zijn eveneens toewijsbaar. De proceskosten komen voor rekening van de gedaagde partij, omdat zij ongelijk krijgt.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 262,36 te vermeerderen met de wettelijke rente over € 205,31 vanaf 7 juni 2022 tot aan de dag van de gehele betaling;

5.2.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:

dagvaarding € 129,74;

griffierecht € 128,00;

salaris gemachtigde € 150,00;

5.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. I. de Greef en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.