Uitspraak · Civiel recht
Rechtbank Noord-Holland, 2 februari 2022
ECLI:NL:RBNHO:2022:926Zaaknummer 9504384 \ M VERZ 21-2583
- Instantie
- Rechtbank Noord-Holland
- Datum uitspraak
- 2 februari 2022
- Publicatiedatum
- 14 februari 2022
- Zaaknummer
- 9504384 \ M VERZ 21-2583
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Zaanstad
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
bewindvoerders (en ouders) vragen opheffing bewind.Afgewezen omdat ouders bij instelling bewind als grond aanvoerden dat betrokkene lichamelijk en geestelijk gehandicapt was. Gebleken is dat ouders geen financiele verantwoording willen afleggen.
beslissing
De kantonrechter wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.Th. Goossens, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Volledige tekst
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknummer: 9504384 \ BM VERZ 21-2583 jb
Uitspraakdatum: 2 februari 2022
Beschikking van de kantonrechter
op verzoek van:
[verzoeker]
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum]
en
[verzoekster],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
hierna ook te noemen: verzoekers,
bewindvoerders van:
[betrokkene],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
hierna ook te noemen: betrokkene,
van wie allen het adres bekend is bij deze rechtbank.
procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
- het verzoek met bijlage, ter griffie ingekomen op 18 oktober 2021;
- de akkoordverklaring van betrokkene, ingekomen op 28 oktober 2021.
Op 3 januari 2022 heeft een telefonische behandeling van het verzoek plaatsgevonden.
Hierbij zijn alleen verzoekers gehoord.
beoordeling
Het verzoek strekt tot opheffing van het bij beschikking van 22 juli 2017 ingestelde bewind over de goederen die aan betrokkene (zullen) toebehoren. Verzoekers hebben daartoe aangevoerd dat betrokkene zich tijdens het bewind zodanig heeft ontwikkeld, dat het bewind niet meer nodig is. Zij bespreken alle financiële zaken met betrokkene en vinden het daarom niet nodig om zich daarover steeds te moeten verantwoorden aan de kantonrechter.
Na opheffing van het bewind zullen verzoekers betrokkene blijven ondersteunen op financieel gebied.
De kantonrechter oordeelt thans als volgt. De kantonrechter dient te toetsen bij een opheffingsverzoek of de noodzaak voor het bewind nog aanwezig is. Bij de instelling van het bewind bleek uit de deskundigenverklaringen die bij het verzoek waren gevoegd dat de lichamelijke of geestelijke toestand van betrokkene, de grond van het bewind, zodanig was dat bewind noodzakelijk was. Betrokkene is sinds zijn geboorte geestelijk en lichamelijk gehandicapt. Hij lijdt aan een progressieve ziekte. Vastgesteld is dat betrokkene niet in staat is om de rekening en verantwoording te begrijpen. Tot 2020 heeft verzoeker ook de rekening en verantwoording niet meegetekend. Verzoekers gaven daarbij als argumentatie dat betrokkene verstandelijk en lichamelijk gehandicapt is.
Verzoekers geven nu aan dat betrokkene gegroeid is en wel in staat is zijn financiën te beheren.
Verzoekers maken dit niet aannemelijk door het overleggen van een deskundigenverklaring of andere stukken waaruit blijkt dat de grond voor het bewind niet meer aanwezig is.
Overigens geven verzoekers in de vijfjaars-evaluatie en in andere correspondentie met de rechtbank aan dat betrokkene wel een mentor nodig blijft hebben, zonder aan te geven waarom het mentorschap wel noodzakelijk blijft.
Het komt de kantonrechter voor dat het onderhavige verzoek is ingegeven vanwege de jaarlijkse verantwoording die verzoekers verplicht zijn af te leggen en waarvan verzoekers aangeven het nut niet in te zien..
Deze verantwoording leidt, sinds het instellen van het bewind, jaarlijks tot discussie met de rechtbank en de verantwoording vindt ook pas plaats na de nodige herinneringen.
Als dit de eigenlijke reden is van het verzoek kunnen verzoekers overwegen om de financiële administratie uit handen te geven aan een administratiekantoor of het bewind geheel over te dragen aan een professionele bewindvoerder.
Nu door de bewindvoerders niet aannemelijk is gemaakt dat de grond van het bewind niet meer aanwezig is zal het verzoek worden afgewezen.
De kantonrechter zal een eventueel volgend verzoek tot opheffing van het bewind alleen in behandeling nemen als daarbij een deskundigenverklaring is gevoegd, waaruit blijkt dat betrokkene in staat is zelf zijn vermogensrechtelijke belangen zelfstandig waar te nemen.
Wanneer het inleveren van de rekening en verantwoording over het jaar 2021 niet tijdig en volledig geschiedt, zal de kantonrechter verzoekers ontslaan als bewindvoerders en een professionele bewindvoerder aanstellen.
beslissing
De kantonrechter wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.Th. Goossens, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.