Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Noord-Holland, 3 augustus 2022

ECLI:NL:RBNHO:2022:6523Zaaknummer 9839969

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
3 augustus 2022
Publicatiedatum
10 augustus 2022
Zaaknummer
9839969
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Verstek
Zittingsplaats
Haarlem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Ambtshalve toetsing (AT). Onduidelijk hoe het online aanvraagproces dat de gedaagde partij heeft doorlopen is vormgegeven. In het vervolg wenst de kantonrechter niet alleen schermafdrukken van de taxatieopdracht, maar ook van het aanvraagformulier.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 785,56 te vermeerderen met de wettelijke rente over € 689,00 vanaf 19 april 2022 tot aan de dag van de gehele betaling;

3.2.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:

€ 107,22 wegens dagvaardingskosten,

€ 322,00 wegens griffierecht en

€ 124,00 wegens salaris gemachtigde;

3.3.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van € 62,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de eisende partij worden gemaakt;

3.4.

verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

3.5.

wijst af het meer of anders gevorderde

Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Kruithof en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De beoordeling
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Alkmaar

Zaaknr./rolnr.: 9839969 \ CV EXPL 22-2045

Uitspraakdatum: 3 augustus 2022

Verstekvonnis in de zaak van:

de besloten vennootschap

Taxatheek Noord Holland Noord B.V., mede handelend onder de naam [naam] Makelaardij & Vastgoed Taxaties

te Alkmaar

de eisende partij

gemachtigde: K.W.A. van der Meer

tegen

[gedaagde]

te [woonplaats]

de gedaagde partij

niet verschenen

1 De procedure

1.1.

De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.

2 De beoordeling

2.1.

De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument. De overeenkomst is op afstand (digitaal) tot stand gekomen. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet de handelaar voldoen aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van de artikelen 6:230m lid 1 en 6:230v van het Burgerlijk Wetboek (BW). Dit ter bescherming van de consument. Dat aan deze plichten is voldaan, moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1677).

2.2.

De kantonrechter is van oordeel dat de eisende partij voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat zij heeft voldaan aan de op haar rustende (pre)contractuele informatieplichten.

2.3

De vordering wordt toegewezen, omdat deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt. De gevorderde (vervallen) wettelijke rente wordt eveneens toegewezen.

2.4.

De eisende partij heeft een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. Omdat het gevorderde bedrag niet hoger is dan het volgens het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten berekende tarief, zullen de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen.

2.5.

De kantonrechter merkt nog het volgende op. Het is de kantonrechter niet duidelijk hoe het online aanvraagproces dat de gedaagde partij heeft doorlopen is vormgegeven. In het vervolg wenst de kantonrechter dan ook niet alleen een schermafdruk te ontvangen van de taxatieopdracht, maar ook van het (online) aanvraagformulier. Het ontbreken van een toelichting op het volledige door de gedaagde partij doorlopen proces kan in het vervolg leiden tot afwijzing van de vordering.

2.6.

De gedaagde partij wordt in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld.

2.7.

Ook de nakosten komen voor rekening van de gedaagde partij, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de eisende partij worden gemaakt

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 785,56 te vermeerderen met de wettelijke rente over € 689,00 vanaf 19 april 2022 tot aan de dag van de gehele betaling;

3.2.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:

€ 107,22 wegens dagvaardingskosten,

€ 322,00 wegens griffierecht en

€ 124,00 wegens salaris gemachtigde;

3.3.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van € 62,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de eisende partij worden gemaakt;

3.4.

verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

3.5.

wijst af het meer of anders gevorderde

Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Kruithof en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Deze uitspraak verwijst naar

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.