Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Noord-Holland, 22 juni 2022

ECLI:NL:RBNHO:2022:5699Zaaknummer 9573484

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
22 juni 2022
Publicatiedatum
2 augustus 2022
Zaaknummer
9573484
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Verstek
Zittingsplaats
Haarlem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Ambtshalve toetsing consumentenrecht. Gedeeltelijke vernietiging overeenkomst wegens niet voldoen aan contractuele informatieplicht van art 6:230v lid 7 BW.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 96,99, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 56,99 vanaf 1 december 2021 tot aan de dag van de gehele betaling, met een maximum tot een totaalbedrag van € 25.000,00;

3.2.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:

€ 102,15 wegens dagvaardingskosten,

€ 126,00 wegens griffierecht en

€ 37,00 wegens salaris gemachtigde;

3.3.

verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

3.4.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. I. de Greef en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De verdere procedure
  2. 2 De verdere beoordeling
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 9573484 \ CV EXPL 21-8199

Uitspraakdatum: 22 juni 2022

Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:

de rechtspersoon naar buitenlands recht Zalando Payments GmbH rechtsopvolgster van de vennootschap naar buitenlands recht Zalando SE

te Berlijn, Duitsland

de eisende partij

gemachtigde: R. Slagman (Slagman Gerechtsdeurwaarders)

tegen

[gedaagde]

te [woonplaats]

de gedaagde partij

niet verschenen

1 De verdere procedure

1.1.

Bij tussenvonnis van 16 februari 2022 (hierna: het tussenvonnis) heeft de kantonrechter de eisende partij in de gelegenheid gesteld haar vordering nader toe te lichten, hetgeen zij bij akte van 13 april 2022 heeft gedaan.

2 De verdere beoordeling

2.1.

De kantonrechter blijft bij wat in het tussenvonnis is overwogen en beslist. Er bestaat geen aanleiding om daarop terug te komen.

2.2.

De eisende partij vindt dat zij heeft voldaan aan de contractuele informatieplicht van artikel 6:230v lid 7 onder a van het Burgerlijk Wetboek (BW). Zij kan geen bestelbevestiging overleggen van de bestellingen van de gedaagde partij, maar zij heeft een algemene bestelbevestiging overgelegd en toegelicht dat elke bestelling altijd op die manier wordt bevestigd aan de klant.

2.3.

De kantonrechter vindt dat niet voldoende. Om te kunnen vaststellen dat is voldaan aan artikel 6:230v lid 7 onder a BW moet een aan de gedaagde partij verzonden bestelbevestiging van de webshop van de eisende partij worden overgelegd die voldoet aan de eisen van dat artikel. Dat wil zeggen een concrete, daadwerkelijk aan de gedaagde partij verzonden bestelbevestiging. Die ontbreekt in dit geval. De kantonrechter blijft daarom bij haar oordeel dat niet aan de contractuele informatieplicht van artikel 6:230v lid 7 BW is voldaan en zal daarvoor een sanctie toepassen.

2.4.

Zoals in het tussenvonnis is overwogen zal de overeenkomst gedeeltelijk worden vernietigd, te weten voor 25% van het door de gedaagde partij verschuldigde (restant)bedrag. Een bedrag van € 56,99 (€ 75,99 x 0,75) aan hoofdsom zal worden toegewezen.

2.5.

De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten zullen worden toegewezen, omdat deze vordering de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt. De gevorderde wettelijke rente wordt toegewezen zoals onder de beslissing is opgenomen.

2.6.

De gedaagde partij wordt (grotendeels) in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 96,99, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 56,99 vanaf 1 december 2021 tot aan de dag van de gehele betaling, met een maximum tot een totaalbedrag van € 25.000,00;

3.2.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:

€ 102,15 wegens dagvaardingskosten,

€ 126,00 wegens griffierecht en

€ 37,00 wegens salaris gemachtigde;

3.3.

verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

3.4.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. I. de Greef en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.