Uitspraak · Civiel recht
Rechtbank Noord-Holland, 30 maart 2022
ECLI:NL:RBNHO:2022:2724Zaaknummer 9558374 BM VERZ 21-2704 ten 9770395 BM VERZ 22-765
- Instantie
- Rechtbank Noord-Holland
- Datum uitspraak
- 30 maart 2022
- Publicatiedatum
- 8 april 2022
- Zaaknummer
- 9558374 BM VERZ 21-2704 ten 9770395 BM VERZ 22-765
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Alkmaar
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
verzoekers willen zelfstandig zijn en niet tevreden communicatie bwv
beslissing
De kantonrechter:
- heft op, met ingang van twee weken na heden, het bij beschikking van 16 mei 2019 ingestelde bewind over de goederen toebehorende aan [verzoeker] en [verzoekster];
- verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
- stelt vast dat de beloning die de bewindvoerder eenmalig voor de werkzaamheden betreffende het opmaken van de eindrekening en verantwoording in rekening mag brengen (thans) € 264,00 (exclusief btw) bedraagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. S.W.S. Kiliç, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Volledige tekst
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummers: 9558374 \ BM VERZ 21-2704 en 9770395 \ BM VERZ 22-765 MK
Uitspraakdatum:
Beschikking van de kantonrechter
op verzoek van:
[verzoeker],
geboren te [geboorteplaats verzoeker] op [geboortedatum verzoeker],
en
[verzoekster],
geboren te [geboorteplaats verzoekster] op [geboortedatum verzoekster],
van wie beiden het adres bekend is bij deze rechtbank,
hierna ook te noemen: verzoekers,
van wie als bewindvoerder is aangesteld:
Bewindvoering aan Zee B.V.,
gevestigd te Den Helder.
procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
- het verzoek, ter griffie ingekomen op 22 november 2021;
- de reactie van de bewindvoerder, ter griffie ingekomen op 15 december 2021;
- de brief van verzoekers, ter griffie ingekomen op 20 januari 2022.
Op 9 maart 2022 heeft een mondelinge behandeling van het verzoek plaatsgevonden.
beoordeling
Het verzoek strekt tot opheffing van het bij beschikking van 16 mei 2019 ingestelde bewind over de goederen die aan verzoekers (zullen) toebehoren.
Aanvankelijk heeft alleen [verzoeker] om opheffing van het bewind verzocht. Tijdens de mondelinge behandeling op 9 maart 2022 heeft ook [verzoekster] om opheffing verzocht. Beide verzoekers geven aan dat zij hun financiën weer graag zelfstandig willen beheren en dat zij hiertoe prima in staat zijn. Daarnaast zijn verzoekers niet tevreden over de communicatie met de bewindvoerder.
Ondanks dat de bewindvoerder zich niet kan vinden in de klacht over de communicatie, is zij van oordeel dat het bewind kan worden opgeheven. Zij acht voortzetting van het bewind niet langer noodzakelijk.
Gelet op de stukken en de aantekeningen van de mondelinge behandeling zal de kantonrechter het bewind opheffen. Verzoekers hebben aannemelijk gemaakt dat de noodzaak daartoe niet meer bestaat.
beslissing
De kantonrechter:
- heft op, met ingang van twee weken na heden, het bij beschikking van 16 mei 2019 ingestelde bewind over de goederen toebehorende aan [verzoeker] en [verzoekster];
- verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
- stelt vast dat de beloning die de bewindvoerder eenmalig voor de werkzaamheden betreffende het opmaken van de eindrekening en verantwoording in rekening mag brengen (thans) € 264,00 (exclusief btw) bedraagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. S.W.S. Kiliç, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.