Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Rechtbank Noord-Holland, 22 maart 2022

ECLI:NL:RBNHO:2022:2478Zaaknummer AWB - 22 _ 1182

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
22 maart 2022
Publicatiedatum
28 maart 2022
Zaaknummer
AWB - 22 _ 1182
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Zittingsplaats
Haarlem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af, omdat er geen spoedeisend belang meer is. Aan verzoekster is namelijk weer (aanvullende) bijstand verleend.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Overwegingen

De voorzieningenrechter geeft hiervoor de volgende motivering.

De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) alleen een voorlopige voorziening als “onverwijlde spoed” dat vereist.

In het besluit van 16 maart 2022 heeft verweerder verzoekster naar aanleiding van haar nieuwe aanvraag met ingang van 27 januari 2022 weer aanvullende bijstand verleend. Dat betekent dat verzoekster haar uitkering van verweerder nu weer ontvangt. Hierdoor is er nu geen spoedeisend belang meer is. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.

De voorzieningenrechter merkt voor alle duidelijkheid nog op dat met deze uitspraak alleen beslist is op het verzoek om een voorlopige voorziening. Het beroep tegen het bestreden besluit van 31 januari 2022 dat verzoekster ook heeft ingesteld wordt dus gewoon verder behandeld door de rechtbank. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in de behandeling van het beroep niet.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om vrijstelling van de verplichting tot betaling van griffierecht toe.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 22 maart 2022 door mr. A.R. ten Berge, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.H. Bosveld, griffier.

griffiervoorzieningenrechter

Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [verzoeksters] , uit [woonplaats] , verzoekster
  2. Procesverloop
  3. Beslissing
  4. Overwegingen
  5. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 22/1182

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 22 maart 2022 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

[verzoeksters] , uit [woonplaats] , verzoekster

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Purmerend, verweerder

(gemachtigden: mr. J.M. Dekker-Koenders, F. Shah).

Procesverloop

Opschorting van de uitkering

In het besluit van 26 november 2021 (het primaire besluit 1) heeft verweerder het recht op bijstand van verzoekster opgeschort per 26 november 2021.

In het besluit van 31 januari 2022 (het bestreden besluit 1) heeft verweerder het bezwaar van verzoekster ongegrond verklaard.

Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Intrekking van de uitkering

In het besluit van 20 januari 2022 (het primaire besluit 2) heeft verweerder het recht op bijstand van verzoekster met ingang van 26 november 2022 ingetrokken.

Behandeling van het verzoek

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 22 maart 2022 op zitting behandeld. Verzoekster is met voorafgaand bericht daarvan niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.

Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk ter zitting uitspraak gedaan.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Overwegingen

De voorzieningenrechter geeft hiervoor de volgende motivering.

De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) alleen een voorlopige voorziening als “onverwijlde spoed” dat vereist.

In het besluit van 16 maart 2022 heeft verweerder verzoekster naar aanleiding van haar nieuwe aanvraag met ingang van 27 januari 2022 weer aanvullende bijstand verleend. Dat betekent dat verzoekster haar uitkering van verweerder nu weer ontvangt. Hierdoor is er nu geen spoedeisend belang meer is. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.

De voorzieningenrechter merkt voor alle duidelijkheid nog op dat met deze uitspraak alleen beslist is op het verzoek om een voorlopige voorziening. Het beroep tegen het bestreden besluit van 31 januari 2022 dat verzoekster ook heeft ingesteld wordt dus gewoon verder behandeld door de rechtbank. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in de behandeling van het beroep niet.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om vrijstelling van de verplichting tot betaling van griffierecht toe.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 22 maart 2022 door mr. A.R. ten Berge, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.H. Bosveld, griffier.

griffiervoorzieningenrechter

Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.