Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Noord-Holland, 16 februari 2022

ECLI:NL:RBNHO:2022:1520Zaaknummer 9469779 / CV EXPL 21-4826

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
16 februari 2022
Publicatiedatum
2 maart 2022
Zaaknummer
9469779 / CV EXPL 21-4826
Rechtsgebied
Civiel recht, Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Alkmaar
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

incident; verzoek tot vrijwaring toegewezen

6 De beslissing

De kantonrechter:

in het incident:

6.1.

staat [gedaagde] toe [xxx] wonende te [plaats] aan het adres [adres] ( [postcode] ), te dagvaarden tegen de rolzitting van 16 maart 2022 te 09:30 uur om op de eis in de vrijwaring te antwoorden;

in de hoofdzaak:

6.2.

verwijst de zaak naar diezelfde rolzitting voor conclusie van antwoord in de hoofdzaak aan de zijde van [gedaagde];

in het incident en in de hoofdzaak:

6.3.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.E. Merkus en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het procesverloop
  2. 2 De vordering in de hoofdzaak
  3. 3 De vordering in het incident
  4. 4 Het verweer in het incident
  5. 5 De beoordeling in het incident
  6. 6 De beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Alkmaar

Zaaknr./rolnr.: 9469779 / CV EXPL 21-4826 (SJ)

Uitspraakdatum: 16 februari 2022

Vonnis van de kantonrechter in het incident in de zaak van:

de besloten vennootschap BMW Financial Services B.V. h.o.d.n. BMW Group Financial Service

gevestigd en kantoorhoudende te Rijswijk ZH

eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident

verder te noemen: BMW

gemachtigde: Jongejan Wisseborn gerechtsdeurwaarders

tegen

[gedaagde]

wonende te [woonplaats]

gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident

verder te noemen: [gedaagde]

gemachtigde: mr. R.G. J. van Ommeren

1 Het procesverloop

1.1.

BMW heeft bij dagvaarding van 24 september 2021 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. [gedaagde] heeft een incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring genomen. BMW heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 De vordering in de hoofdzaak

2.1.

BMW vordert dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt tot betaling van € 32.233,75, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 30.074,12 vanaf 8 september 2021 tot en met de dag van algehele betaling.

2.2.

BWM legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat [gedaagde] en [xxx] (hierna: [xxx] ), inmiddels de ex-echtgenoot van [gedaagde], een leaseovereenkomst hebben gesloten voor de auto BMW 420d Cabrio met kenteken GZ-606-B. De auto is voortijdig teruggenomen in verband met wanbetaling. Voor deze auto zijn diverse facturen onbetaald gebleven, die onder andere zien op: onbetaalde huur, verkeersboetes, eigen risico, inleverschade en kilometerafrekening. Naast deze kosten zijn er kosten in rekening gebracht in verband met de voortijdige beëindiging van het contract.

3 De vordering in het incident

3.1.

[gedaagde] vordert dat haar zal worden toegestaan [xxx] in vrijwaring op te roepen.

3.2.

[gedaagde] legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat de handtekeningen met haar naam op de leasedocumenten niet door haar zijn geplaatst dan wel dat deze documenten niet door haar zijn ondertekend. Volgens [gedaagde] is er sprake geweest van het plegen van frauduleuze handelingen door [xxx]. [gedaagde] stelt dat zij direct na het ontdekken van deze gang van zaken op 26 mei 2016 aangifte heeft gedaan, dat zij [xxx] met de gang van zaken heeft geconfronteerd en dat [xxx] in een whatsappbericht heeft laten weten dat hij de leaseovereenkomst zonder medeweten van [gedaagde] is overeengekomen. [gedaagde] beroept zich ten aanzien van BMW op artikel 1:89 van het Burgerlijk Wetboek. [gedaagde] stelt dat zij feitelijk niet is staat is aan de vordering van BMW te voldoen omdat [xxx] feitelijk de leaseovereenkomst heeft gesloten en ook het feitelijk gebruik van de auto heeft gehad vanaf het moment van afsluiten van de leaseovereenkomst tot het moment van vrijwillige inlevering van de auto.

4 Het verweer in het incident

4.1.

BMW refereert zich aan het oordeel van de kantonrechter.

5 De beoordeling in het incident

5.1.

Een veroordeling van [gedaagde] in de hoofdzaak kan tot gevolg hebben, dat [gedaagde] op grond van haar rechtsverhouding met [xxx] geheel dan wel gedeeltelijk regres zal kunnen nemen op [xxx]. Daarom wordt het verzoek toegewezen.

5.2.

De beslissing over de kosten in het incident wordt aangehouden tot de beslissing in de hoofdzaak.

6 De beslissing

De kantonrechter:

in het incident:

6.1.

staat [gedaagde] toe [xxx] wonende te [plaats] aan het adres [adres] ( [postcode] ), te dagvaarden tegen de rolzitting van 16 maart 2022 te 09:30 uur om op de eis in de vrijwaring te antwoorden;

in de hoofdzaak:

6.2.

verwijst de zaak naar diezelfde rolzitting voor conclusie van antwoord in de hoofdzaak aan de zijde van [gedaagde];

in het incident en in de hoofdzaak:

6.3.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.E. Merkus en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.