Uitspraak · Verbintenissenrecht
Rechtbank Noord-Holland, 2 februari 2022
ECLI:NL:RBNHO:2022:1177Zaaknummer 8856593 \ CV EXPL 20-9331
- Instantie
- Rechtbank Noord-Holland
- Datum uitspraak
- 2 februari 2022
- Publicatiedatum
- 10 maart 2022
- Zaaknummer
- 8856593 \ CV EXPL 20-9331
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Verbintenissenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Op tegenspraak
- Zittingsplaats
- Haarlem
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Luchtvaartzaak. Geen recht op compensatie omdat de alternatieve vlucht niet eerder dan één uur voor de geplande vertrektijd is vertrokken en niet later dan twee uur na de geplande aankomsttijd op de eindbestemming is aangekomen. Artikel 5 lid 1 sub c onder iii Verordening (EG) nr. 261/2004.
6 De beslissing
De kantonrechter:
wijst de vordering af;
veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 248,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder; en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 62,00 voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis.
verklaart dit vonnis, voor wat betreft de proceskostenveroordeling, uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 8856593 \ CV EXPL 20-9331
Uitspraakdatum: 2 februari 2022
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
1 [passagier sub 1],
2. [passagier sub 2],
beiden wonende te [woonplaats],
eisers
hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers
gemachtigde: Yource B.V.
procesgemachtigde: Verdex B.V.
tegen
de vennootschap naar buitenlands recht, United Airlines
gevestigd te Wilmington, Verenigde Staten, kantoorhoudende te Schiphol
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. R.L.S.M Pessers en mr. J.I.J. van Pelt
1 Het procesverloop
De passagiers hebben bij dagvaarding van 18 september 2020 een vordering tegen de vervoerder ingesteld. De vervoerder heeft schriftelijk geantwoord.
De passagiers hebben hierop schriftelijk gereageerd, waarna de vervoerder een schriftelijke reactie heeft gegeven. De passagiers hebben ondanks daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld geen akte meer genomen.
2 De feiten
De passagiers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder de passagiers diende te vervoeren van Amsterdam Schiphol Airport via O’Hare International Airport Chicago (Verenigde Staten) naar Calgary International Airport (Canada) op 28 mei 2019, hierna: de vlucht.
De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd. De passagiers zijn omgeboekt naar een andere vlucht.
De passagiers hebben compensatie van de vervoerder gevorderd in verband met de voornoemde annulering.
De vervoerder heeft geweigerd tot betaling over te gaan.
3 De vordering
De passagiers vorderen dat de vervoerder bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 1.200,00 vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag 28 mei 2019 tot aan de dag der algehele voldoening; - € 181,50 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;- de proceskosten en de nakosten.
De passagiers hebben aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder vanwege de annulering van de vlucht gehouden is hen te compenseren conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 600,00 per passagier.
4 Het verweer
De vervoerder betwist de vordering. De vervoerder voert aan dat geen recht op compensatie bestaat nu de alternatieve vlucht niet eerder dan één uur voor de geplande vertrektijd is vertrokken en niet later dan twee uur dan de geplande aankomsttijd op de eindbestemming is aangekomen. Voorts voert de vervoerder aan dat sprake is van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van redelijke maatregelen niet voorkomen hadden kunnen worden.
5 De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
In geval van annulering van een vlucht hebben de betrokken passagiers recht op compensatie door de luchtvaartmaatschappij die de vlucht uitvoert, tenzij hun een andere vlucht naar hun bestemming wordt aangeboden die niet eerder dan één uur voor de geplande vertrektijd vertrekt en hen minder dan twee uur later dan de geplande aankomsttijd op de eindbestemming brengt, zo volgt uit artikel 5 lid 1 sub c onder iii van de Verordening. De vervoerder voert aan dat van deze omstandigheid sprake is. De oorspronkelijk door passagiers geboekte vlucht zou om 11:00 UTC van Amsterdam Schiphol Airport vertrekken, en om 22:31 UTC op de eindbestemming Calgary (Canada) aankomen. De door vervoerder aangeboden alternatieve vlucht vertrok om 14.55 UTC vanuit Amsterdam en kwam om 23:03 UTC in Calgary aan. De passagiers zijn met de alternatieve vlucht bijna vier uur later dan oorspronkelijk gepland vertrokken en 32 minuten later dan oorspronkelijk gepland gearriveerd op de eindbestemming. Aldus is sprake van de omstandigheid genoemd in artikel 5 lid 1 sub c onder iii van de Verordening en hebben de passagiers geen recht op compensatie. De passagiers hebben bij conclusie van repliek het door de vervoerder gevoerde verweer op dit punt onweersproken gelaten. De conclusie is dan ook dat het verweer van de vervoerder slaagt en de vordering van de passagiers wordt afgewezen. De overige verweren behoeven derhalve geen bespreking.
De proceskosten komen voor rekening van de passagiers, omdat deze ongelijk krijgt. Ook de nakosten komen voor rekening van de passagiers, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt.
6 De beslissing
De kantonrechter:
wijst de vordering af;
veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 248,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder; en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 62,00 voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis.
verklaart dit vonnis, voor wat betreft de proceskostenveroordeling, uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.