Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Noord-Holland, 23 november 2022

ECLI:NL:RBNHO:2022:10857Zaaknummer 9758184 \ CV EXPL 22-1710

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
23 november 2022
Publicatiedatum
15 december 2022
Zaaknummer
9758184 \ CV EXPL 22-1710
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Verstek
Zittingsplaats
Haarlem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Ambtshalve toetsing. Reisovereenkomst, correctietarief.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 393,07, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 341,80 vanaf 2 maart 2022 tot aan de dag van de gehele betaling;

3.2.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:

€ 107,22 wegens dagvaardingskosten,

€ 128,00 wegens griffierecht en

€ 75,00 wegens salaris gemachtigde;

3.3.

verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

3.4.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. I. de Greef en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De verdere procedure
  2. 2 De verdere beoordeling
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 9758184 \ CV EXPL 22-1710

Uitspraakdatum: 23 november 2022

Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheidNS Reizigers B.V.

gevestigd te Utrecht

de eisende partij

gemachtigde: Landelijke Associatie Van Gerechtsdeurwaarders B.V.

tegen

[gedaagde]

wonende te [woonplaats]

de gedaagde partij

niet verschenen

1 De verdere procedure

1.1.

Bij tussenvonnis van 31 augustus 2022 (hierna: het tussenvonnis) heeft de kantonrechter de eisende partij in de gelegenheid gesteld haar vordering nader toe te lichten, hetgeen zij bij akte van 28 september 2022 heeft gedaan.

2 De verdere beoordeling

2.1.

De kantonrechter blijft bij wat in het tussenvonnis is overwogen en beslist. Er bestaat geen aanleiding om daarop terug te komen.

2.2.

De eisende partij heeft in haar akte aangegeven het eens te zijn met de kantonrechter dat de reisovereenkomst valt onder de uitzondering van artikel 6:230h lid 5 van het Burgerlijk Wetboek (BW). De reisovereenkomst komt namelijk tot stand wanneer de reiziger instapt en eindigt wanneer deze uitstapt. De eisende partij heeft voldoende onderbouwd dat is voldaan aan de informatieplichten als genoemd in artikel 6:230h lid 5 BW, zodat een bedrag van

€ 341,8‬0 aan reiskosten toewijsbaar is.

Correctietarief

2.3.

Uit de overgelegde facturen blijkt dat een bedrag van € 40,00 (2 x € 20,00) aan correctietarieven in rekening is gebracht. In het tussenvonnis is de eisende partij in de gelegenheid gesteld om de grondslag van deze vordering toe te lichten, hetgeen zij heeft nagelaten. Deze vordering wordt dan ook afgewezen.

Conclusie en kosten

2.4.

Gelet op het voorgaande is een bedrag van € 341,8‬0‬ aan hoofdsom toewijsbaar.

2.5.

De buitengerechtelijke kosten zijn toewijsbaar over deze hoofdsom, tot een bedrag van € 51,27.

2.6.

De vordering tot vergoeding van de verschenen rente zal worden afgewezen, omdat de

eisende partij die rente (gelet op de toewijsbare hoofdsom) over een te hoog bedrag heeft berekend. De wettelijke rente zal worden toegewezen over de toewijsbare hoofdsom vanaf de dag van de dagvaarding.

2.7.

De gedaagde partij wordt in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten voor de genomen akte blijven echter voor rekening van de eisende partij, aangezien het aan haarzelf te wijten is dat het nodig was deze extra akte op te stellen.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 393,07, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 341,80 vanaf 2 maart 2022 tot aan de dag van de gehele betaling;

3.2.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:

€ 107,22 wegens dagvaardingskosten,

€ 128,00 wegens griffierecht en

€ 75,00 wegens salaris gemachtigde;

3.3.

verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

3.4.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. I. de Greef en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.