Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Noord-Holland, 30 november 2022

ECLI:NL:RBNHO:2022:10850Zaaknummer 9801411 \ CV EXPL 22-2136

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
30 november 2022
Publicatiedatum
15 december 2022
Zaaknummer
9801411 \ CV EXPL 22-2136
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Verstek
Zittingsplaats
Haarlem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Ambtshalve toetsing. Reisovereenkomst in de zin van artikel 8:100 BW. Artikel 6:230h lid 5 BW is van toepassing.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 172,19‬, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 132,19 vanaf 22 maart 2022 tot aan de dag van de gehele betaling;

3.2.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:

€ 107,22 wegens dagvaardingskosten,

€ 128,00 wegens griffierecht en

€ 37,00 wegens salaris gemachtigde;

3.3.

verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

3.4.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Kruithof en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De verdere procedure
  2. 2 De verdere beoordeling
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 9801411 \ CV EXPL 22-2136

Uitspraakdatum: 30 november 2022

Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheidNS Reizigers B.V.

gevestigd te Utrecht

de eisende partij

gemachtigde: Landelijke Associatie Van Gerechtsdeurwaarders B.V.

tegen

[gedaagde]

wonende te [woonplaats]

de gedaagde partij

niet verschenen

1 De verdere procedure

1.1.

Bij tussenvonnis van 7 september 2022 (hierna: het tussenvonnis) heeft de kantonrechter de eisende partij in de gelegenheid gesteld haar vordering nader toe te lichten, hetgeen zij bij akte van 5 oktober 2022 heeft gedaan.

2 De verdere beoordeling

2.1.

De kantonrechter blijft bij wat in het tussenvonnis is overwogen en beslist. Er bestaat geen aanleiding om daarop terug te komen.

De reisovereenkomst: artikel 6:230h lid 5 BW

2.2.

De eisende partij heeft in haar akte aangegeven het eens te zijn met de kantonrechter dat de reisovereenkomst valt onder de uitzondering van artikel 6:230h lid 5 van het Burgerlijk Wetboek (BW). De reisovereenkomst komt namelijk tot stand wanneer de reiziger instapt en eindigt wanneer deze uitstapt. De eisende partij heeft voldoende onderbouwd dat is voldaan aan de informatieplichten als genoemd in artikel 6:230h lid 5 BW, zodat een bedrag van

€ 68,69‬ aan reiskosten toewijsbaar is.

OV-fiets

2.3.

Met de eisende partij is de kantonrechter van oordeel dat de kosten voor de OV-fiets gekwalificeerd moeten worden als kosten voor een aanvullende dienst, in de zin van artikel 6:230j BW. In dit geval heeft de eisende partij voldoende toegelicht dat de gedaagde partij uitdrukkelijk met deze kosten heeft ingestemd. De eisende partij heeft naar het oordeel van de kantonrechter dan ook voldaan aan de vereisten van artikel 6:230j BW.

2.4.

De eisende partij heeft verder gesteld dat het tarief van de OV-fiets € 3,85 per keer is, tot 24 uur. Na de maximale huurperiode van 72 uur volgt een toeslag van € 5,00 per 24 uur, hetgeen volgt uit artikel 10 lid 3 van de Productvoorwaarden NS OV-Fiets B.V. Om die reden is er bij de gedaagde partij een bedrag van € 63,50 in rekening gebracht. De toeslag komt de kantonrechter niet onredelijk voor, zodat de gevorderde kosten van € 63,5‬0 toewijsbaar zijn.

Conclusie en kosten

2.5.

Gelet op het voorgaande is een bedrag van € 132,19‬ (€ 68,69 + € 63,5‬0) aan hoofdsom toewijsbaar.

2.6.

Ook de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente zullen worden toegewezen.

2.7.

De gedaagde partij wordt (grotendeels) in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten voor de genomen akte blijven echter voor rekening van de eisende partij, aangezien het aan haarzelf te wijten is dat het nodig was deze extra akte op te stellen.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 172,19‬, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 132,19 vanaf 22 maart 2022 tot aan de dag van de gehele betaling;

3.2.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:

€ 107,22 wegens dagvaardingskosten,

€ 128,00 wegens griffierecht en

€ 37,00 wegens salaris gemachtigde;

3.3.

verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

3.4.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Kruithof en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.