Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Noord-Holland, 7 december 2022

ECLI:NL:RBNHO:2022:10822Zaaknummer 10190124 CV EXPL 22-6637

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
7 december 2022
Publicatiedatum
14 december 2022
Zaaknummer
10190124 CV EXPL 22-6637
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Verstek
Zittingsplaats
Haarlem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Krediet, geen ambtshalve toetsing aan dwingende bepalingen van het consumentenrecht, krediet afgesloten in de uitoefening van beroep of bedrijf en niet als consument.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 6.005,87, te vermeerderen met de contractuele rente van 2.5% over een bedrag van € 4.494,42 vanaf 26 oktober 2022 tot aan de dag van de gehele betaling;

3.2.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:

dagvaarding € 129,74;

griffierecht € 514,00;

salaris gemachtigde € 311,00;

3.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Kruithof op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De beoordeling
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 10190124 CV EXPL 22-6637

Uitspraakdatum: 7 december 2022

Vonnis in de zaak van:

de Buitenlandse EG-Vennootschap met onderneming in Nederland

Qred AB, handelend onder de namen, Qeld Bedrijfsleningen en Qeld

gevestigd te Stockholm (Zweden)

de eisende partij

gemachtigde: Landelijke Associatie Van Gerechtsdeurwaarders B.V.

tegen

[gedaagde] wonende te [woonplaats]

de gedaagde partij

niet verschenen

1 De procedure

1.1.

De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.

2 De beoordeling

2.1.

De eisende partij vordert op basis van een zakelijke kredietovereenkomst veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van € 6.005,87 aan hoofdsom, buitengerechtelijke incassokosten en vervallen contractuele rente, te vermeerderen met de contractuele rente over een bedrag van € 4.494,42 vanaf 26 oktober 2022 tot de dag der algehele voldoening en met veroordeling van de gedaagde partij in de proceskosten.

2.2.

Uit de overgelegde kredietovereenkomst is gebleken dat de gedaagde partij de kredietovereenkomst gesloten heeft in het kader van de uitoefening van zijn beroep of bedrijf en niet als consument. De kantonrechter heeft daarom bij de beoordeling van de vordering niet ambtshalve getoetst aan het dwingende consumentenrecht. De vordering wordt toegewezen omdat deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt.

2.3.

De gedaagde partij wordt in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 6.005,87, te vermeerderen met de contractuele rente van 2.5% over een bedrag van € 4.494,42 vanaf 26 oktober 2022 tot aan de dag van de gehele betaling;

3.2.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:

dagvaarding € 129,74;

griffierecht € 514,00;

salaris gemachtigde € 311,00;

3.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Kruithof op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.