Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Noord-Holland, 1 december 2022

ECLI:NL:RBNHO:2022:10576Zaaknummer 10163894 CV EXPL 22-3800

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
1 december 2022
Publicatiedatum
8 december 2022
Zaaknummer
10163894 CV EXPL 22-3800
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Bodemzaak, Verstek
Zittingsplaats
Zaanstad
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Afdeling 2B van titel 5 van Boek 6 op grond van artikel 190a Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek (BW) niet van toepassing op overeenkomsten die zijn gesloten vóór 13 juni 2014. Daarom geen ambtshalve toetsing aan deze bepalingen.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 137,36, te vermeerderen met wettelijke rente over € 96,30 vanaf 18 oktober 2022 tot aan de dag van de gehele betaling;

3.2.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:

€ 107,22 wegens dagvaardingskosten,

€ 128,00 wegens griffierecht en

€ 37,00 wegens salaris gemachtigde;

3.3.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van € 18,50 aan nakosten, voor zover de eisende partij daadwerkelijk nakosten zal maken;

3.4.

verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Kruithof en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De beoordeling
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Zaanstad

Zaaknr./rolnr.: 10163894 CV EXPL 22-3800

Uitspraakdatum: 1 december 2022

Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:

de commanditaire vennootschap ESNW C.V.

gevestigd te Alkmaar

de eisende partij

gemachtigde: K.W.A. van der Meer (Van der Meer Incasso & Gerechtsdeurwaarders)

tegen

[gedaagde]

wonende te [plaats]

de gedaagde partij

niet verschenen

1 De procedure

1.1.

De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.

2 De beoordeling

2.1.

De eisende partij heeft gevorderd dat de kantonrechter de gedaagde partij veroordeelt tot betaling van € 96,30, te vermeerderen met wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten. Daarnaast vordert zij veroordeling van de gedaagde partij in de proceskosten en de nakosten.

2.2.

De vordering ziet op abonnementsgelden voortvloeiend uit een onderhoudsabonnement ten aanzien van een cv-ketel. Volgens de eisende partij zijn de aan de gedaagde partij verzonden facturen, ondanks diverse aanmaningen, grotendeels onbetaald gelaten. De overeenkomst is gesloten op 29 november 2013.

2.3.

De kantonrechter overweegt dat Afdeling 2B van titel 5 van Boek 6 op grond van artikel 190a Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek (BW) niet van toepassing is op overeenkomsten die zijn gesloten vóór 13 juni 2014 en zal aldus niet ambtshalve aan deze bepalingen toetsen.

2.4.

De kantonrechter zal de vordering tot betaling van de hoofdsom toewijzen, alsmede de vordering tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente nu deze vorderingen de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomen.

2.5.

De gedaagde partij wordt in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. De gedaagde partij wordt ook veroordeeld tot betaling van de nakosten, voor zover daadwerkelijk nakosten door de eisende partij worden gemaakt.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 137,36, te vermeerderen met wettelijke rente over € 96,30 vanaf 18 oktober 2022 tot aan de dag van de gehele betaling;

3.2.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:

€ 107,22 wegens dagvaardingskosten,

€ 128,00 wegens griffierecht en

€ 37,00 wegens salaris gemachtigde;

3.3.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van € 18,50 aan nakosten, voor zover de eisende partij daadwerkelijk nakosten zal maken;

3.4.

verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Kruithof en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.