Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Noord-Holland, 9 november 2022

ECLI:NL:RBNHO:2022:10453Zaaknummer 10103585 \ CV EXPL 22-4430

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
9 november 2022
Publicatiedatum
7 december 2022
Zaaknummer
10103585 \ CV EXPL 22-4430
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Bodemzaak, Verstek
Zittingsplaats
Alkmaar
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Ambtshalve toetsing, handelaar en consument. De eisende partij heeft voldoende toegelicht en onderbouwd dat voldaan is aan de (pre)contractuele informatieplichten. Vordering toegewezen.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 1.359,35, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 1.171,59 vanaf 5 september 2022 tot aan de dag van de gehele betaling;

3.2.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:

€ 107,22 wegens dagvaardingskosten,

€ 322,00 wegens griffierecht en

€ 187,00 wegens salaris gemachtigde;

3.3.

verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

3.4.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Kruithof en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De beoordeling
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Alkmaar

Zaaknr./rolnr.: 10103585 \ CV EXPL 22-4430

Uitspraakdatum: 9 november 2022

Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ENGIE Nederland Retail B.V. gevestigd te Zwolle

de eisende partij

gemachtigde: Landelijke Associatie Van Gerechtsdeurwaarders B.V.

tegen

[gedaagde]

wonende te [naam], gemeente [gemeente]

de gedaagde partij

niet verschenen

1 De procedure

1.1.

De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.

2 De beoordeling

2.1.

De eisende partij heeft gevorderd de gedaagde partij te veroordelen tot betaling van € 1.359,35, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 1.171,59 vanaf 5 september 2022 tot aan de dag der algehele voldoening, met veroordeling van de gedaagde partij in de proceskosten.

2.2.

De eisende partij heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat zij met de gedaagde partij een overeenkomst tot levering van gas en elektriciteit (hierna: de overeenkomst) heeft gesloten. De eisende partij heeft de overeenkomst vroegtijdig beëindigd wegens wanbetaling door de gedaagde partij. De eisende partij stelt verder dat de gedaagde partij met tijdige en/of volledige betaling van de voorschotten en/of afrekeningen in gebreke is gebleven.

2.3.

De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet ter bescherming van de consument aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van Boek 6, titel 5, afdeling 2B van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden voldaan. Dat aan deze plichten is voldaan, moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1677).

2.4.

Het aanbod tot het sluiten van de overeenkomst is telefonisch gedaan waarna de overeenkomst per e-mail is bevestigd. Nu de overeenkomst kwalificeert als een overeenkomst op afstand, dient de handelaar, voordat de consument aan de overeenkomst is gebonden, de in artikel 6:230m lid 1 BW genoemde informatie te verstrekken. Na het aangaan van de overeenkomst dient die informatie verstrekt te worden op papier of een andere duurzame gegevensdrager. De eisende partij heeft een (voorbeeld)weergave van het belscript en de aan de gedaagde partij verzonden bevestiging van de leveringsovereenkomst, voorzien van een toelichting, overgelegd. De kantonrechter is van oordeel dat de eisende partij hiermee voldoende heeft onderbouwd en toegelicht dat bij het sluiten van de overeenkomst is voldaan aan de (pre)contractuele informatieplichten.

2.5.

De vordering komt de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal daarom worden toegewezen. De gevorderde wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten zijn eveneens toewijsbaar.

2.6.

De gedaagde partij wordt in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 1.359,35, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 1.171,59 vanaf 5 september 2022 tot aan de dag van de gehele betaling;

3.2.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:

€ 107,22 wegens dagvaardingskosten,

€ 322,00 wegens griffierecht en

€ 187,00 wegens salaris gemachtigde;

3.3.

verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

3.4.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Kruithof en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Wetsartikelen in deze uitspraak

Deze uitspraak verwijst naar

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.