Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Noord-Holland, 13 oktober 2021

ECLI:NL:RBNHO:2021:9043Zaaknummer 8533995 \ CV EXPL 20-4343

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
13 oktober 2021
Publicatiedatum
20 oktober 2021
Zaaknummer
8533995 \ CV EXPL 20-4343
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Op tegenspraak
Zittingsplaats
Haarlem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Luchtvaartzaak. Niet is gebleken dat de passagiers hun vorderingsrecht hebben overgedragen aan eisende partij.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

verklaart Flightright niet-ontvankelijk in haar vordering;

6.2.

veroordeelt Flightright tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor TUI worden vastgesteld op een bedrag van € 374,00 aan salaris van de gemachtigde van TUI en veroordeelt Flightright tot betaling van € 93,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door TUI worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis;

6.3.

verklaart dit vonnis, voor wat betreft de proceskostenveroordeling, uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het procesverloop
  2. 2 De feiten
  3. 3 De vordering
  4. 4 Het verweer
  5. 5 De beoordeling
  6. 6 De beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 8533995 \ CV EXPL 20-4343

Uitspraakdatum: 13 oktober 2021

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

de rechtspersoon naar Duits recht

Flightright GmbH

gevestigd te Hamburg (Duitsland)

eiseres

hierna te noemen Flightright

gemachtigde mr. H. Yildiz

tegen

de naamloze vennootschap

TUI Nederland N.V.

gevestigd te Rijswijk

gedaagde

hierna te noemen TUI

gemachtigde mr. M. Lustenhouwer

1 Het procesverloop

1.1.

Flightright heeft bij dagvaarding van 26 maart 2020 een vordering tegen de TUI ingesteld. De TUI heeft schriftelijk geantwoord.

1.2.

Flightright heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna de TUI een schriftelijke reactie heeft gegeven.

2 De feiten

2.1.

[passagier 1], [passagier 2] en [passagier 3] (hierna: de passagiers) hebben een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan zij diende te worden vervoerd van Amsterdam-Schiphol Airport naar Punta Cana (Dominicaanse Republiek) op 26 maart 2018.

2.2.

Flightright heeft compensatie van de TUI gevorderd in verband met vertraging op de eindbestemming.

2.3.

De TUI heeft geweigerd tot betaling over te gaan.

3 De vordering

3.1.

Flightright vordert dat de TUI bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van € 2.070,00, vermeerderd met de wettelijke rente over een bedrag van € 1.800,00 vanaf datum vlucht en de proceskosten.

3.2.

Flightright heeft aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). Flightright stelt dat de TUI vanwege de vertraging op de eindbestemming gehouden is de passagiers te compenseren conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 600,00 per passagiers. Daarnaast is TUI gehouden de kosten voor buitengerechtelijke incassokosten ter hoogte van € 270,00 te vergoeden.

4 Het verweer

4.1.

De TUI betwist de vordering. Zij voert - kort weergegeven - aan dat niet is gebleken dat de passagiers hun (gepretendeerde) vorderingsrecht hebben overgedragen aan Flightright. Uit de ‘declaration of assignment’ volgt dat de passagiers hun beweerdelijke rechten uit hoofde van de Verordening jegens de ‘operating airline’ aan Flightright hebben overgedragen. TUI is niet de ‘operating airline’. Indien zou blijken dat de passagiers deze formulieren hebben getekend, waarvan bewijs ontbreekt, volgt daaruit dat Flightright mogelijk een vorderingsrecht heeft op de ‘operating airline’, in casus TUI Airlines Nederland B.V. Dit is een andere rechtspersoon. Voorts is TUI geen luchtvaartmaatschappij - maar een reisorganisator- is de Verordening niet van toepassing en heeft TUI ook niet de betreffende vlucht uitgevoerd, omdat zij geen luchtvaartmaatschappij is.

5 De beoordeling

5.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

5.2.

Ten aanzien van het primaire verweer van TUI dat niet is gebleken dat de passagiers hun vorderingsrecht hebben overgedragen aan Flightright, overweegt de kantonrechter dat zonder een kopie van de identiteitsbewijzen van de passagiers niet kan worden gecontroleerd of de passagiers met het ‘declaration of assignment’ formulier hun gepretendeerde vorderingsrecht hebben overgedragen aan Flightright. Gezien de betwisting van TUI had het dan ook op de weg van Flightright gelegen om kopieën van de identiteitsbewijzen te verstrekken. Flightright heeft dit nagelaten. Het voorgaande leidt ertoe dat het verweer van TUI slaagt en dat Flightright niet-ontvankelijk is in haar vordering. De overige stellingen en verweren behoeven gelet hierop geen bespreking meer.

5.3.

De proceskosten komen voor rekening van Flightright omdat zij niet-ontvankelijk is in haar vordering. Ook de nakosten komen voor rekening van Flightright, voor zover deze kosten daadwerkelijk door TUI worden gemaakt.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

verklaart Flightright niet-ontvankelijk in haar vordering;

6.2.

veroordeelt Flightright tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor TUI worden vastgesteld op een bedrag van € 374,00 aan salaris van de gemachtigde van TUI en veroordeelt Flightright tot betaling van € 93,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door TUI worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis;

6.3.

verklaart dit vonnis, voor wat betreft de proceskostenveroordeling, uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.