Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Noord-Holland, 12 mei 2021

ECLI:NL:RBNHO:2021:4792Zaaknummer 7250097 \ CV EXPL 18-8559

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
12 mei 2021
Publicatiedatum
30 juni 2021
Zaaknummer
7250097 \ CV EXPL 18-8559
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Op tegenspraak
Zittingsplaats
Haarlem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Luchtvaartzaak. Eindvonnis. Prejudiciële vragen ingetrokken.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt Swiss tot betaling aan de passagier van € 1.440,42, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 1.222,62 vanaf 9 juli 2018 tot aan de dag van algehele voldoening;

3.2.

veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:

dagvaarding € 107,11;griffierecht € 226,00salaris gemachtigde € 467,50

3.3.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

3.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. W. Aardenburg, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verdere procesverloop
  2. 2 De beoordeling
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 7250097 \ CV EXPL 18-8559

Uitspraakdatum: 12 mei 2021

Vonnis in de zaak van:

[de passagier]

wonende te [woonplaats] (België)

eiseres

hierna te noemen de passagier

gemachtigde mr. O.J. Boeder

tegen

de rechtspersoon naar buitenlands recht

Swiss International Air Lines AG

gevestigd te Basel (Zwitserland)

gedaagde

hierna te noemen Swiss

gemachtigde mr. E.C. Douma

1 Het verdere procesverloop

1.1.

Bij tussenvonnis van 5 februari 2020 zijn partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het voornemen van de kantonrechter om de in overweging 4.14 van het tussenvonnis geformuleerde vraag aan het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof) voor te leggen.

1.2.

Swiss heeft hierop gereageerd bij akte op de rol van 19 februari 2020. De passagier heeft gereageerd bij akte op de rol van 18 maart 2020.

1.3.

Bij verwijzingsbeslissing van 30 september 2020 heeft de kantonrechter prejudiciële vragen gesteld aan het Hof. Deze zaak is bij het Hof geregistreerd onder kenmerk C512/20.

1.4.

Bij brief van 14 december 2020 heeft Swiss meegedeeld al haar verweren in te trekken en heeft zij verzocht om de vordering van de passagier toe te wijzen en om de gestelde prejudiciële vragen in te trekken. De passagier heeft hierop gereageerd bij brief van 16 december 2020. Zij heeft vermeld een uitspraak van het Hof te wensen en voorts heeft zij haar vordering vermeerderd in die zin dat zij tevens vordert voor recht te verklaren dat “de onderhavige verordening van toepassing is op de overeenkomst tussen partijen”.

1.5.

Swiss heeft gereageerd bij brief van 18 december 2020. Daarbij heeft zij de kantonrechter verzocht om eindvonnis te wijzen. Bij brief van 24 december 2020 heeft de rechtbank aan de passagier meegedeeld dat de kantonrechter wenst te vernemen of de inhoud van de brief van Swiss van 18 december 2020 aanleiding geeft om de procedure in te trekken / om doorhaling daarvan te verzoeken. Hierop heeft de passagier gereageerd bij brief van 30 december 2020, waarbij zij heeft aangegeven dat zij bij haar argumenten blijft zoals verwoord in de brief van 16 december 2020.

1.6.

Bij brief van 13 januari 2021 heeft de kantonrechter aan het Hof bericht dat zij naar aanleiding van nadere berichten van partijen heft besloten vonnis te wijzen en de prejudiciële beslissing in te trekken.

1.7.

Bij beschikking van het Hof van 22 januari 2021 is de zaak met kenmerk C-512/20 doorgehaald in het register van het Hof.

2 De beoordeling

2.1.

De vordering zal worden toegewezen omdat Swiss de vordering uiteindelijk niet heeft weersproken en de vordering de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt. Omdat Swiss heeft aangeboden ook de compensatie voor het minderjarige kind van de passagier te voldoen, zal dit bedrag ook worden toegewezen.

2.2.

De gevorderde rente over de buitengerechtelijke kosten wordt afgewezen, omdat niet is gesteld of gebleken dat deze kosten daadwerkelijk zijn betaald.

2.3.

Omdat de gevorderde compensatie zal worden toegewezen, heeft de passagier geen belang bij de gevorderde verklaring voor recht.

2.4.

De proceskosten komen voor rekening van Swiss, omdat zij ongelijk krijgt. De gevorderde rente is toewijsbaar met ingang van de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt Swiss tot betaling aan de passagier van € 1.440,42, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 1.222,62 vanaf 9 juli 2018 tot aan de dag van algehele voldoening;

3.2.

veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:

dagvaarding € 107,11;griffierecht € 226,00salaris gemachtigde € 467,50

3.3.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

3.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. W. Aardenburg, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.