Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Noord-Holland, 24 februari 2021

ECLI:NL:RBNHO:2021:2036Zaaknummer 8388520 \ CV FORM 20-2552

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
24 februari 2021
Publicatiedatum
23 maart 2021
Zaaknummer
8388520 \ CV FORM 20-2552
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Haarlem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Luchtvaartzaak. De vervoerder heeft reeds voor het aanbrengen van de procedure de compensatie aan de passagier voldaan, waardoor de procedure nodeloos is gestart. Verzoek van de passagier afgewezen.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

wijst het verzochte af;

5.2.

veroordeelt de passagier tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de vervoerder tot en met vandaag worden begroot op € 75,00 aan salaris gemachtigde;

Deze beschikking is gewezen door mr. C.E. van Oosten-van Smaalen, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het procesverloop
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het verzoek en het verweer
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 8388520 \ CV FORM 20-2552

Uitspraakdatum: 24 februari 2021

Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:

[de passagier]

wonende te [woonplaats]

verzoekende partij

verder te noemen: de passagier

gemachtigde: mr. D.E. Lof

tegen

de buitenlandse rechtspersoon

Ryanair DAC

gevestigd te Dublin, Ierland

verwerende partij

verder te noemen: de vervoerder

gemachtigde: mr. A.C.J. Houwers

1 Het procesverloop

Dit verloop blijkt uit:

  • het vorderingsformulier (formulier A), ingekomen ter griffie op 12 maart 2020;
  • het antwoordformulier (formulier C), ingekomen ter griffie op 26 juni 2020.

2 De feiten

2.1.

De passagier heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder de passagier diende te vervoeren van Amsterdam naar Malaga (Spanje) op 30 augustus 2019, hierna: de vlucht.

2.2.

De vlucht heeft meer dan drie uur vertraging opgelopen.

2.3.

De passagier heeft compensatie van de vervoerder verzocht in verband met voornoemde vertraging.

2.4.

De vervoerder heeft geweigerd tot betaling over te gaan.

3 Het verzoek en het verweer

3.1.

De passagier verzoekt de vervoerder te veroordelen tot betaling van:

- € 400,00 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 augustus 2019 tot aan de dag der algehele voldoening; - de proceskosten.

3.2.

De passagier baseert zijn verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder vanwege de vertraging van de vlucht gehouden is compensatie te betalen conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 400,00.

3.3.

De vervoerder betwist de verschuldigdheid en de hoogte van het verzochte. Op het verweer wordt - voor zover relevant - bij de beoordeling van het geschil ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.

4.2.

De vervoerder heeft als meest verstrekkende verweer aangevoerd dat zij het compensatiebedrag van € 400,00 al voor het aanbrengen van de procedure aan de passagier heeft voldaan. Ter onderbouwing heeft zij een betaalbewijs overgelegd. Uit dit betaalbewijs blijkt dat een bedrag van € 400,00 op 17 oktober 2019 aan de passgier is overgemaakt. De passagier heeft vervolgens op 12 maart 2020 het vorderingsformulier (A-formulier) ingediend. De kantonrechter is van oordeel dat nu de vervoerder reeds voor het aanbrengen van de procedure de compensatie aan de passagier heeft voldaan de procedure nodeloos is gestart. Het verzoek van de passagier zal dan ook worden afgewezen.

4.3.

Als de in het ongelijk gestelde partij zal de passagier worden veroordeeld in de kosten van de procedure.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

wijst het verzochte af;

5.2.

veroordeelt de passagier tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de vervoerder tot en met vandaag worden begroot op € 75,00 aan salaris gemachtigde;

Deze beschikking is gewezen door mr. C.E. van Oosten-van Smaalen, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.