Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Noord-Holland, 7 september 2020

ECLI:NL:RBNHO:2020:9306Zaaknummer C/15/306566 / HA RK 20/157

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
7 september 2020
Publicatiedatum
11 november 2020
Zaaknummer
C/15/306566 / HA RK 20/157
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Wraking
Zittingsplaats
Haarlem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Wraking. Verzoekster is niet-ontvankelijk, omdat het verzoek is gedaan nadat in de hoofdzaak een einduitspraak was gewezen.

De rechtbank

3.1.

verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar wrakingsverzoek.

Deze beslissing is gegeven door mr. W.J. van Andel, voorzitter, mr. Th.S. Röell en C.A.M. van der Heijden, leden van de wrakingskamer, in tegenwoordigheid van mr. F.L Zillinger Molenaar, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 7 september 2020.[concipiënt_initialen]

griffier voorzitter

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Procesverloop
  2. 2 De beoordeling
  3. 3 De beslissing

beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

[jw.sys.1.zaaknr] / [jw.sys.1.rolnummer_rekestnr][datum_beslissing]

Wrakingskamer

zaaknummer / rekestnummer: C/15/306566 / HA RK 20/157

Beslissing van 7 september 2020

Op het verzoek tot wraking ingediend door:

[verzoekster],

wonende te Haarlem,

verzoekster,

Het verzoek is gericht tegen:

mr. S.N. Schipper

kantonrechter

1 Procesverloop

1.1.

Bij brief van 13 augustus 2020 heeft verzoekster het verzoek tot wraking gedaan van mr. S.N. Schipper, kantonrechter in deze rechtbank en in die hoedanigheid belast met de behandeling van de zaak die is geregistreerd als 8238231 CV EXPL 19-19732 (hierna: de hoofdzaak).

2 De beoordeling

2.1.

Het wrakingsverzoek heeft betrekking op het optreden van de kantonrechter in de hoofdzaak. De hoofdzaak is op 5 augustus 2020 middels een einduitspraak geëindigd. Dit betekent dat het verzoek tot wraking is gedaan nadat in de hoofdzaak een einduitspraak was gewezen.

2.2.

De wet voorziet niet in de mogelijkheid om, wanneer de behandeling van de zaak is geëindigd door het wijzen van een einduitspraak, wraking te verzoeken van de rechter(s) die deze uitspraak hebben gedaan (zie HR 18 december 1998, NJ 1999, 271). Overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 9.1 sub c, in samenhang met paragraaf 4.1 van het wrakingsprotocol van deze rechtbank – op internet te vinden op de website van deze rechtbank onder: https://www.rechtspraak.nl/SiteCollectionDocuments/Wrakingsprotocol-rechtbank-Noord-Holland.pdf – zal de wrakingskamer verzoekster, zonder behandeling ter zitting, kennelijk niet-ontvankelijk verklaren in haar verzoek tot wraking van de kantonrechter.

3 De beslissing

De rechtbank

3.1.

verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar wrakingsverzoek.

Deze beslissing is gegeven door mr. W.J. van Andel, voorzitter, mr. Th.S. Röell en C.A.M. van der Heijden, leden van de wrakingskamer, in tegenwoordigheid van mr. F.L Zillinger Molenaar, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 7 september 2020.[concipiënt_initialen]

griffier voorzitter

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.