Uitspraak · Bestuursrecht

Rechtbank Noord-Holland, 13 juli 2020

ECLI:NL:RBNHO:2020:5092Zaaknummer HAA 20/988

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
13 juli 2020
Publicatiedatum
20 juli 2020
Zaaknummer
HAA 20/988
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Alkmaar
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

BNT niet-ontvankelijk. Verweerder was niet in gebreke te beslissen.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep in verband met het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan op 13 juli 2020 door mr. L.M. Kos, rechter, in aanwezigheid van A.C. Karels, griffier.

Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan verzet worden gedaan bij deze rechtbank.

Het verzet dient gedaan te worden door het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na de dag van verzending van de uitspraak door de griffier. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
  2. Procesverloop
  3. Overwegingen
  4. Beslissing
  5. Rechtsmiddel

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Alkmaar

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 20/988

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 juli 2020 in de zaak tussen

[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. A. van Deuzen),

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder.

Procesverloop

Eiseres bij brief van 26 februari 2020 beroep ingesteld wegens het niet tijdig nemen van een beslissing op de aanvraag om toekenning van een uitkering op grond van de Ziektewet (Zw) van 9 december 2019.

Verweerder heeft op 2 april 2020 de op de zaak betrekking hebbende stukken en een verweerschrift ingediend.

Bij brief van 25 mei 2020 heeft eiseres op het verweerschrift gereageerd.

Overwegingen

  • Ingevolge artikel 8:54, eerste lid, van de Awb, kan de rechtbank, totdat partijen zijn uitgenodigd om op een zitting te verschijnen, het onderzoek sluiten indien voortzetting van het onderzoek niet nodig is, omdat zij kennelijk onbevoegd is dan wel het beroep kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond is.
  • Ingevolge artikel 8:55b, eerste lid, van de Awb doet de rechtbank, indien het beroep is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit, binnen acht weken nadat het beroepschrift is ontvangen en aan de vereisten van artikel 6:5 van de Awb is voldaan, uitspraak met toepassing van artikel 8:54 van de Awb, tenzij de rechtbank een onderzoek ter zitting noodzakelijk acht.
  • Ingevolge artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb wordt voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep, het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit gelijkgesteld. Tegen het niet tijdig beslissen staat dan ook beroep bij de rechtbank open.

4. Ingevolge artikel 6:12, tweede lid, van de Awb kan het beroepschrift worden ingediend zodra: a. het bestuursorgaan in gebreke is tijdig een besluit te nemen, en b. twee weken zijn verstreken na de dag waarop belanghebbende het bestuursorgaan schriftelijk heeft medegedeeld dat het in gebreke is.

5. Ingevolge Artikel 72b, eerste lid, van de Zw worden beschikkingen op grond van deze wet en de daarop berustende bepalingen, onverminderd artikel 72c, gegeven binnen een redelijke termijn na ontvangst van de aanvraag. Ingevolge het tweede lid van dit artikel is de redelijke termijn in ieder geval verstreken wanneer binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag geen beschikking is gegeven, noch een kennisgeving als bedoeld in het derde lid is gedaan.

6. Eiseres heeft op 9 december 2019 een aanvraag ingediend. Gelet op het voorgaande had verweerder uiterlijk op 3 februari 2020 op de aanvraag moeten beslissen.

7. De rechtbank stelt vast dat eiseres verweerder bij brief van 17 januari 2020 heeft meegedeeld dat hij in gebreke is. Uit het vorenoverwogene blijkt echter dat verweerder op 17 januari 2020 nog niet in gebreke was op de aanvraag te beslissen. Nu er geen sprake is van een geldige ingebrekestelling zoals bedoeld in artikel 6:12 van de Awb is het beroep reeds hierom niet-ontvankelijk.

8. Het beroep is niet-ontvankelijk.

9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep in verband met het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan op 13 juli 2020 door mr. L.M. Kos, rechter, in aanwezigheid van A.C. Karels, griffier.

Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan verzet worden gedaan bij deze rechtbank.

Het verzet dient gedaan te worden door het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na de dag van verzending van de uitspraak door de griffier. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.