Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Noord-Holland, 27 mei 2020

ECLI:NL:RBNHO:2020:4825Zaaknummer 7858336 \ CV EXPL 19-8964

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
27 mei 2020
Publicatiedatum
7 juli 2020
Zaaknummer
7858336 \ CV EXPL 19-8964
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Op tegenspraak
Zittingsplaats
Haarlem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Luchtvaartzaak. Passagiers vorderen compensatie voor een andere vlucht dan de vlucht waarvan zij een boekingsbevestiging hebben overgelegd. Gesteld noch gebleken is dat die laatstgenoemde vlucht met een vertraging van meer dan drie uur is uitgevoerd. Vordering afgewezen.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

wijst de vordering af;

6.2.

veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor Lufthansa worden vastgesteld op een bedrag van € 360,00 aan salaris van de gemachtigde van Lufthansa;

6.3.

veroordeelt de passagiers tot betaling van € 90,00 aan nakosten, voor zover deze kosten daadwerkelijk door Lufthansa worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis;

6.4.

verklaart dit vonnis, voor wat betreft de proceskostenveroordeling, uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.E. van Oosten- van Smaalen, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het procesverloop
  2. 2 De feiten
  3. 3 De vordering
  4. 4 Het verweer
  5. 5 De beoordeling
  6. 6 De beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 7858336 \ CV EXPL 19-8964

Uitspraakdatum: 27 mei 2020

Vonnis in de zaak van:

1 [passagier sub 1],

2. [passagier sub 2],

beiden wonende te [woonplaats]

eisers

hierna gezamenlijk te noemen de passagiers

gemachtigde mr. D.E. Lof

tegen

de buitenlandse vennootschap Deutsche Lufthansa Aktiengesellschaft

gevestigd te Keulen (Duitsland) mede kantoorhoudend te Schiphol

gedaagde

hierna te noemen Lufthansa

gemachtigde mr. E.C. Douma

1 Het procesverloop

1.1.

De passagiers hebben bij dagvaarding van 14 mei 2019 een vordering tegen Lufthansa ingesteld. Lufthansa heeft schriftelijk geantwoord.

1.2.

De passagiers hebben hierop schriftelijk gereageerd, waarna Lufthansa een schriftelijke reactie heeft gegeven.

2 De feiten

2.1.

De passagiers hebben compensatie van Lufthansa gevorderd in verband met vertraging.

2.2.

Lufthansa heeft geweigerd tot betaling over te gaan.

3 De vordering

3.1.

De passagiers vorderen dat Lufthansa bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 1.200,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 april 2019 tot aan de dag der algehele voldoening; - € 180,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, - de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.

3.2.

De passagiers leggen aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat zij een vervoersovereenkomst met Lufthansa hebben gesloten voor een vlucht van Bahrain International Airport (Bahrain), via King Khaled International Airport (Riyadh) en Frankfurt am Main Airport (Frankfurt) naar Amsterdam Schiphol Airport op 1 april 2019. De vlucht van King Khaled International Airport naar Frankfurt met vluchtnummer LH 639 heeft vertraging opgelopen als gevolg waarvan zij meer dan drie uur later op de eindbestemming zijn aangekomen. Aangezien de afstand van de reis 4775 kilometer bedraagt, stellen de passagiers dat zij op grond van artikel 7 van de Verordening (EG) nr. 261/2004 van 11 februari 2004 recht hebben op € 1.200,00 compensatie.

4 Het verweer

4.1.

Lufthansa voert aan dat de passagiers niet-ontvankelijk zijn in hun vordering. De namen op de overgelegde reserveringsbevestiging komen niet overeen met de namen van de passagiers. Voorts hebben de passagiers niet voldaan aan de substantiëringsplicht. De Verordening is dan ook niet van toepassing.

5 De beoordeling

5.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

5.2.

De kantonrechter is van oordeel dat de vordering van de passagiers dient te worden afgewezen en overweegt daartoe als volgt. De passagiers vorderen compensatie voor de vertraging van vlucht LH639 van Riyadh naar Frankfurt op 1 april 2019. De passagiers stellen tegenover het verweer van Lufthansa dat bij de dagvaarding slechts een onjuiste reserveringsbevestiging is overgelegd. Bij repliek hebben de passagiers alsnog de juiste boekingsbevestiging overgelegd waaruit volgt dat de passagiers over een boekingsbevestiging beschikken voor een vlucht van 22 maart 2019 van Amsterdam via München naar Venetië en op 25 maart 2019 van Venetië via München naar Amsterdam, aldus de passagiers. Volgens de passagiers is vlucht LH 329 van Venetië naar München op 25 maart 2019 met vertraging uitgevoerd. De passagiers vorderen echter compensatie voor vlucht LH639 op 1 april 2019. Aangezien gesteld noch gebleken is dat de passagiers beschikken over een vliegticket voor deze vlucht dan wel dat vlucht LH 329 met een vertraging van meer dan drie uur is uitgevoerd wordt de vordering afgewezen.

5.3.

De proceskosten komen voor rekening van de passagiers, omdat deze ongelijk krijgen. Ook de nakosten kunnen worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door Lufthansa worden gemaakt.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

wijst de vordering af;

6.2.

veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor Lufthansa worden vastgesteld op een bedrag van € 360,00 aan salaris van de gemachtigde van Lufthansa;

6.3.

veroordeelt de passagiers tot betaling van € 90,00 aan nakosten, voor zover deze kosten daadwerkelijk door Lufthansa worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis;

6.4.

verklaart dit vonnis, voor wat betreft de proceskostenveroordeling, uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.E. van Oosten- van Smaalen, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.