Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Noord-Holland, 24 juni 2020

ECLI:NL:RBNHO:2020:4307Zaaknummer 8148726 \ CV EXPL 19-8431

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
24 juni 2020
Publicatiedatum
9 juli 2020
Zaaknummer
8148726 \ CV EXPL 19-8431
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Bodemzaak
Zittingsplaats
Alkmaar
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

vordering tot betaling van facturen; wellicht verkeerde BV gedagvaard; nadere schriftelijke ronde gelast om eiseres te laten reageren op dit verkeer.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

verwijst de zaak naar de rol van woensdag 22 juli 2020 voor een akte aan de zijde van GMW over hetgeen hiervoor onder 4.1. en 4.2. is overwogen;

5.2.

bepaalt dat gedaagden hier bij antwoordakte op mogen reageren;

5.3.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. B. Voogd en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het procesverloop
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het geschil
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Alkmaar

Zaaknr./rolnr.: 8148726 \ CV EXPL 19-8431 WD

Uitspraakdatum: 24 juni 2020

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

de vennootschap onder firma

GMW Trafficassist

gevestigd te Zwolle

eiseres

verder te noemen: GMW

gemachtigde: dR&W de Ruijter & Willemsen Gerechtsdeurwaarders en Incasso

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

De Verkeersregelaars Centrale B.V.

gevestigd te Schagen

gedaagde

verder te noemen: De Verkeersregelaars Centrale

voor wie is verschenen: [gedaagde 3]

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde 2] gevestigd te Schagen

gedaagde

verder te noemen: [gedaagde 2]voor wie is verschenen: [gedaagde 3]

[gedaagde 3],

wonende te Schagen

gedaagde

verder te noemen: [gedaagde 3]

procederend in persoon

hierna gezamenlijk te noemen: gedaagden

1 Het procesverloop

1.1.

GMW heeft bij dagvaarding van 31 oktober 2019 een vordering tegen gedaagden ingesteld. Gedaagden hebben schriftelijk geantwoord.

1.2.

Na beraad heeft de kantonrechter een comparitie van partijen gelast. Deze comparitie heeft geen doorgang gevonden in verband met de COVID-19 maatregelen.

1.3.

GMW heeft schriftelijk gereageerd op het antwoord van gedaagden, waarna laatstgenoemden een schriftelijke reactie hebben gegeven.

2 De feiten

2.1.

GMW en De Verkeersregelaars Centrale zijn actief in de verkeersregelaarsbranche.

2.2.

[gedaagde 2] is de bestuurder van De Verkeersregelaars Centrale. [gedaagde 3] is de bestuurder van [gedaagde 2].

3 Het geschil

3.1.

GMW vordert dat de kantonrechter gedaagden hoofdelijk veroordeelt tot betaling van een bedrag van € 13.581,05, te vermeerderen met rente en kosten.

3.2.

GMW voert daartoe, kort gezegd, aan dat GMW in de periode van 16 juni 2019 tot en met 29 augustus 2019 verkeersregelaars ter beschikking heeft gesteld aan De Verkeersregelaars Centrale. De Verkeersregelaars Centrale weigert verschillende hiervoor door GMW verzonden facturen te betalen. Het totaal openstaand factuurbedrag is € 13.581,05. De Verkeersregelaars Centrale dient alsnog aan haar betalingsverplichting te voldoen. Daarnaast is zij vanwege de wanbetaling gehouden om aan GMW te vergoeden de buitengerechtelijke kosten en de wettelijke handelsrente.

[gedaagde 2] en [gedaagde 3] zijn hoofdelijk naast De Verkeersregelaars Centrale aansprakelijk, omdat zij als bestuurder er van op de hoogte waren dat De Verkeersregelaars Centrale niet aan haar betalingsverplichting zou voldoen, maar desondanks willens en wetens namens De Verkeersregelaars Centrale deze verplichting zijn aangegaan.

3.3.

Gedaagden voeren verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover van belang, worden ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Het meest verstrekkende verweer is dat niet De Verkeersregelaars Centrale maar VKRC B.V. als contractspartij van GMW heeft te gelden. Bij dupliek hebben gedaagden dit verweer nader gemotiveerd door te stellen dat De Verkeersregelaars Centrale ten tijde van de ter beschikking stelling van de verkeersregelaars door GMW in de periode juni – augustus 2019 nog niet bestond. GMW heeft nog niet op deze nadere motivering kunnen reageren.

4.2.

De kantonrechter ziet aanleiding om GMW in de gelegenheid te stellen om bij akte alsnog hierop te reageren. GMW dient in zijn reactie mede te betrekken de informatie over de oprichtingsdatum van De Verkeersregelaars Centrale, zoals deze blijkt uit het door GMW bij dagvaarding overgelegde uittreksel uit de kamer van koophandel (productie 2 bij dagvaarding). Daarna zal aan gedaagden een gelegenheid worden geboden om bij antwoordakte op de akte van GMW te reageren.

4.3.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

verwijst de zaak naar de rol van woensdag 22 juli 2020 voor een akte aan de zijde van GMW over hetgeen hiervoor onder 4.1. en 4.2. is overwogen;

5.2.

bepaalt dat gedaagden hier bij antwoordakte op mogen reageren;

5.3.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. B. Voogd en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.